Blog

  • Godong, Solo (Fave Hotel) en Yogya

    Godong, Solo (Fave Hotel) en Yogya

    Het afscheid viel mij toch wel weer zwaar. We hebben er zo lang naar uitgekeken onze ouders voor te stellen aan Tims familie. En nu moeten we alweer vertrekken…maar wat was dit waardevol. Voortaan hoeven we thuis niet meer uit te leggen hoe het daar op de kampong is, hoe het voelt, hoe het ruikt en hoe lief de familie is. We hebben het samen mogen beleven. Veel tijd om er bij stil te staan was er echter niet. Direct na het afscheid vertrokken we met alle koffers naar Solo, beter bekend als Surakarta: de stad waar Ibu is geboren. Met de grab-taxi was dit toch een rit van zo’n 2 uur. Voor Tim was dit best een emotionele rit. Twee jaar geleden reisde hij van Purwodadi ook naar Solo om vandaar het vliegtuig naar Den Pasar te nemen. Eenmaal in Solo aangekomen liep het anders en kreeg hij bericht van de familie dat zijn vader op sterven lag in het ziekenhuis van Purdwodadi waarop hij direct terug reisde naar Purwodadi. Hoewel Bapak pas een jaar later overleed, waren de emoties er niet minder om. Onze meiden hadden nergens last van en sliepen heerlijk. De rit verliep dus prima. Toch kwamen we enigszins vermoeid aan bij het Favehotel en (godzijdank) konden we direct eten bij het restaurant van het hotel. Hierna hebben we dan ook gauw ons bedje opgezocht. Vanaf nu zijn we toeristen. Vandaag staat Solo op het programma en vanavond gaan we naar Yogyakarta, ook weer een rit van zo’n twee uur. Tijdens het heerlijk uitgebreide ontbijt bespraken we wat we wilden zien vandaag en we kwamen eigenlijk tot de conclusie dat we in Yogyakarta meer wilden zien dan in Solo. En zo werd er besloten vanmorgen al naar Yogyakarta te gaan. Onderweg kwamen we namelijk de Prambanan tegen. Een geweldig hindoeïstisch tempelcomplex. Tim zou met een grab-taxi met alle koffers naar ons nieuwe onderkomen gaan en de rest naar Prambanan. Afgelopen dagen zijn wij er des te meer achter gekomen dat witte mensen hier een attractie op zich zijn. Eerst is het nog leuk dat mensen met je op de foto willen; maar na de 50e keer ben je dat toch een beetje beu, het begint zelfs een beetje op discriminatie te lijken. Zo mocht onze familie in korte broek het zwembad in, maar wanneer ik mijn, nota bene, lange broek net boven knie een beetje scheur en er wit vel te zien is, staart íedereen je aan. Hier bij de Prambanan werd dit ook weer pijnlijk duidelijk. Er was een kassa voor Indo’s en een kassa voor buitenlanders. En mij dunkt dat wij bij deze kassa een schandalige entreeprijs hebben betaald. Maar Prambanan moet je nu eenmaal gezien hebben is ons verteld. En dit bezoek hadden we inderdaad niet willen missen. Het was enigszins bewolkt wat de temperatuur nog net aangenaam maakte. De foto’s spreken verder voor zich. Prachtig! De grab-meneer bracht ons vervolgens naar Yogya. Deze keer hebben we niet voor een hotel gekozen maar voor een guesthouse. Weet je nog? Die ons een paar weken geleden ineens annuleerde. Gelukkig kwam er een alternatief; twee keer zo duur en waarschijnlijk twee keer zo groot. Maar ach; €150 ipv €80 voor twee nachten is nog altijd prima en inmiddels heeft booking,com ons laten weten het verschil te betalen. Dit guesthouse ligt op een soort afgelegen terrein dat ‘Lagune spring residence’ heet; zegt genoeg dunkt mij, het is schitterend! Het enige dat ontbreekt is een koffiezetapparaat, maar met een zakdoek lossen we dat ook wel weer op. Ilse Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Donderdag 2 januari 2020
  • Kelambu, Waterboom Mulia en Radjiman’s graf

    Kelambu, Waterboom Mulia en Radjiman’s graf

    Om 6.00 uur vanochtend werd ik niet lekker wakker. De telleurstelling over gisteren was nog steeds niet verdwenen, het was vandaag weer een wisseldag en ik maakte me zorgen over onze gezamenlijke financiële pot. Maar, ‘first-things-first’: 6.00 uur betekende dat het nieuwe jaar ook in Nederland echt een feit is. Bij dezen wens ik iedereen dan ook van harte ‘Sugeng Taun Énggal’ (Javaans voor ‘Gelukkig Nieuwjaar’) toe. Hoewel het leven in Indonesië in vergelijking met Nederland goedkoop is, zijn de uitgaven dus veel harder gegaan dan dat ik van te voren had ingeschat. Toen ik alleen in Indonesië was at of bestelde ik altijd bij/ van supermarkten (Intermaret of Alfamart), warungs (kleine kiosks waar simpele gerechten worden verkocht) of zelfs straattentjes. Nu eten wij echter voornamelijk in restaurants (al dan niet onderdeel uitmakend van de hotels). Hoewel dit naar Nederlandse begrippen nog niet duur is (gemiddeld 700.000 IDR = 45 euro voor 8 personen) voorzag ik wel dat onze gezamenlijke pot na morgen op zou zijn. Op zich niet erg, maar het moest wel even tijdens het ontbijt besproken worden en daar zag ik gek genoeg een beetje tegen op. Het communiceren met de familie verloopt dermate lastig (onze ouders lezen inmiddels mee, dus voor de zekerheid benadruk ik nog even dat ik het hier over de Aziatische tak van mijn familie heb) dat ik het liefst alles zelf wil regelen. Toch had ik nu aan de familie gevraagd of ze een auto voor ons wilde huren en besturen. We zouden namelijk in korte tijd naar de kampong, het graf van Bapak bezoeken en naar Waterboom om met de familie te zwemmen. Tot mijn vreugde kreeg ik vanochtend bericht van Ratna dat het de familie ditmaal wel gelukt is een auto te huren waar we met negen (inclusief chauffeur) in pasten. Haar man Appie zou ons komen halen en weer terug naar het hotel brengen. Dit baatte me wel wat zorgen, want ik wist dat Appie geen rijbewijs had. Mocht er iets gebeuren, dan zou dat best wel eens nare financiële gevolgen voor de familie kunnen hebben. Ik besloot daar niet moeilijk over te doen tegenover de familie (zowel de Nederlandse als de Indonesische). Appie bracht ons eerst naar de kampong waar men ontbijt voor ons had klaargemaakt, maar toen ik nogmaals vertelde (ik had het ook al via de whatsapp doorgegeven) dat wij in het hotel reeds hadden ontbeten togen we, onszelf meegerekend, met maar liefst 35 mensen (zussen, neefjes en nichtjes) naar Waterboom Klambu om te zwemmen. Alle kinderen werden in de open laadbak van Arti’s auto gepropt en ook Joanne ging mee. Ik weet niet wat enger is, rondgereden worden door een zwager zonder rijbewijs of je dochter in de auto voor je in een open laadbak de tijd van haar leven te zien beleven. Gelukkig kwam iedereen heelhuids aan. Het was ontzettend druk. Zonder te overdrijven: een mierenhoop waarbij de mieren na een drukke werkdag tegelijk door elkaar naar huis marcheerden om te schaften was er niets bij. Je kon je kont niet keren of er zat alweer een Indo tegenaan of nog erger in. Gelukkig kreeg ik een voorkeursbehandeling bij de kassa omdat ik 850.000 IDR (1,56 euro per persoon) kwam aftikken. Ondanks de drukte was het zwemmen een verademing, niet alleen vanwege het koele water dat ons meer dan welkom was bij deze hitte, maar het maakte ook veel, zo niet alles, van gisteren goed. Het was erg gezellig en iedereen heeft genoten. Na het zwemmen zouden we het graf van Bapak bezoeken. Aanvankelijk zou de hele familie meegaan, maar ik vroeg de familie of het ook mogelijk was dat ik alleen (dat wil zeggen met onze ouders en mijn gezin) Bapak’s graf bezocht. De familie was een beetje in paniek en vroeg ons of ze Ajanna en Joanne bij zich moesten houden. Het is hier blijkbaar niet gebruikelijk dat kinderen naar een begraafplaats gaan, maar voor Joanne wel. Joanne woont namelijk tegenover opa (opa ligt op de algemene begraafplaats in Bolsward) en Joanne bezoekt opa zelfstandig bijna wekelijks. Zo heeft Joanne van te voren opa verteld dat we naar Indonesië zouden reizen. Ajanna heeft opa in Bolsward nog niet bezocht, maar het gekke was dat ze de grafsteen van haar opa in Indonesië omhelsde zodra ze voor zijn graf stond. Oma vind (let op: zonder ’t’ dus oma is hier in meerdere opzichten lijdend voorwerp) Ajanna een beetje eng, maar dat geldt blijkbaar niet voor opa. Net als de eerste keer dat ik het graf bezocht (zie https://www.facebook.com/1228636020487740/posts/2784397618244898 en https://www.facebook.com/1228636020487740/posts/2783371668347493) had ik de behoefte om dit in zo besloten mogelijke kring te doen. De vorige keer wist ik niet waarom ik dit zo graag wilde. Nu merkte ik dat het gegeven dat ik niet alleen was er voor zorgde dat ik alles ‘op een afstand bekeek’. Vergeleken met de vorige keer ervaarde ik dit bezoek aan Bapak minder puur, omdat er minder plaats was voor emoties. Nu ik er zo over nadenk, geldt dat eigenlijk bij alles als het op mijn Indonesische familie aankomt. Ook toen ik na het bezoek aan Bapak afscheid nam van Ibu en de rest van de familie. Dit is niet erg. Deze emoties heb ik reeds mogen ervaren en ik heb geleerd deze een plekje te mogen geven. Dat ik nu mijn Nederlandse familie mee heb, zorgt wel voor andere, nieuwe en minstens net zulke belangrijke emoties: namelijk berusting en dankbaarheid. Dankbaarheid dat ik weer een stapje verder ben in de bewustwording van mijn identiteit, dat ik door middel van deze reis mijn identiteiten mag koppelen, dat beide identiteiten elkaar accepteren, waarderen, accepteren maar ook in elkaar berusten waarop ik wederom kan inzien dat het goed is… Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Woensdag 1 januari 2020
  • Oud en Nieuw in Purwodadi

    Oud en Nieuw in Purwodadi

    Het centrum van Semarang hebben we nu verwisseld met Purwodadi. Purwodadi is nog verder ‘de binnenlanden’ in. Waar je in Semarang nog wel toeristen vindt, zijn toeristen in Purwodadi echt een zeldzaamheid. Logisch ook, want wat heb je als toerist in Purwodadi te zoeken? Engels wordt er in Purwodadi nauwelijks gesproken. Zelfs in het Kyriad Grand Master hotel, het duurste hotel in Purwodai (40 euro per kamer per nacht), is Engels een probleem: lang niet altijd wordt verstaan wat je zegt of vraagt. Gecombineerd met het feit dat Indonesiërs dit nooit zouden toegeven en nooit ‘nee’ zeggen levert dit vaak misverstanden op. Hoewel in Indonesië voornamelijk rijst wordt verbouwd, staat Purwodadi bekend om haar soja en haar sojasaus. Zag je in het centrum van Semarang nog grote dure auto’s rijden, in Purwodadi zie je deze veel minder. Er heerst in Purwodadi dan ook meer armoede. De grootste Mall in Purwodadi is de Lewes Mall. Bijzonder klein en armoedig vergeleken met de Paragon Mall in Semerang, maar als je het vergelijkt met de lokale traditionele markt (Pasar Purwodadi) toch ook weer een wereld van verschil. Dat (vergelijken) is precies wat voor vanochtend op het programma stond. ’s Ochtends bezochten we pasar Purwodadi. We hadden ook pasar Godong kunnen bezoeken, maar pasar Godong was de werklocatie van mijn familie. Onze ouders en Ilse zouden er met hun lichtgevende blanke huid zoveel aandacht trekken dat Jomanda er jaloers op zou zijn. De familie zou in no-time van onze aanwezigheid op de hoogte zijn geweest waarna ‘vrij’ rondlopen over de pasar niet mogelijk zou zijn geweest en de familie bovendien het risico zou lopen voor de hele pasar tentoongesteld te worden in Arti’s toko. Na wat aankopen van Batik kleding en een uit nood gedwongen bezoek aan het plaatselijke toilet, had men het snel gezien op de pasar. Het was er dan ook erg warm en ook de geur was lang niet overal aangenaam. In stijl (via becaks) liet ik ons vervoeren naar Lewes Mall alwaar we lunchten en de kinderen lieten spelen op de bovenste verdieping. ’s Middags was ‘vrijgegeven’ om te kunnen rusten. De familie bereidde een feest voor en wij waren daarvoor uitgenodigd. Ik verwachtte er best veel van, aangezien wij gevraagd werden de kosten voor het eten en het vuurwerk (vier miljoen IDR, omgerekend 250 euro) te dragen en ons verteld werd dat het feest wel tot 2.00 uur zou duren. Om ongeveer 17.00 uur kwamen we aan op de kampong in Godong. Hoewel het weerzien tussen onze families erg hartelijk was, viel het feest mijzelf behoorlijk tegen. Goed, er was inderdaad voldoende eten, maar aangezien er geen vuurwerk was gekocht vond ik de prijs van 4 miljoen veel te hoog. Ik heb dit uitgesproken met mijn ‘Nederlandse familie’ en hoewel besloten is hier verder geen punt van te maken, zat mij dit niet lekker. Daarbij kwam Ratna pas tegen half tien ’s avonds aan waardoor het lastig was met familie te communiceren. Hoewel tegen ons gezegd was dat het feest tot 2.00 uur zou duren, was het grootste gedeelte van de familie al afgehaakt en ook wijzelf waren vermoeid en wilden eigenlijk wel naar huis. Het kwam er op neer dat Ratna ons zo aantrof en dat ze eigenlijk bij aankomst direct haar best deed vervoer naar ons hotel te regelen. Dit duurde best lang en de onzekerheid hierover en de vermoeidheid maakten dat wij ook geïrriteerd raakten. Uiteindelijk hakte ik de knop door om, ondanks eerdere mislukte pogingen, nogmaals te proberen of er een Grab taxi beschikbaar was. Dit bleek gelukkig het geval te zijn. Onderweg naar ons hotel dacht ik met weemoed aan het park Grobogan Bersemi (zie https://www.facebook.com/1228636020487740/posts/2798668343484492). Ik wist dat daar een gelukkig nieuwjaar festival werd gehouden en achteraf had ik spijt dat we niet daar Oud en Nieuw hadden gevierd. Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Woensdag 1 januari 2020
  • Semarang, Kampung Pelangi

    Semarang, Kampung Pelangi

    Stel je wilt een sloppenwijk aantrekkelijk maken om de lokale bevolking kansen te geven door toeristen naar hun gebied aan te trekken. Wat doe je dan? De Indonesische bevolking vond het een goed idee om het beeld van een krottenwijk te veranderen in iets positiefs en vrolijks door veel kleuren en graffiti afbeeldingen te gebruiken. Door het hele land, vooral op Java, zijn zo diverse Kampung Pelangi’s (regenboogwijk) ofwel ‘rainbow village’. Ook in Semarang wilde een lokale gemeente een kampong een make-over te geven. Geïnspireerd op een aantal andere dorpen in Indonesië gaf ze ruim €20.000 uit om Kampung Pelangi Semarang op te bouwen. Wij besloten deze te bezoeken (zie de foto’s). Hoewel Ilse haar opa heeft in het leger in Indonesië heeft gediend wist Ilse weinig tot niets over de inmenging van Nederland in Indonesië (voor achtergrond informatie verwijs ik graag naar https://npofocus.nl/artikel/7461/). Dat is ook niet zo vreemd, want in het onderwijs wordt hierover nog altijd veel te weinig aandacht besteed. Toch wordt het steeds actueler. Dit jaar heeft de rechter een schadevergoeding toegewezen aan de nabestaanden van Rawagede (https://historiek.net/bloedbad-van-rawagede-1947/8051/) en onlangs nog zond NPO de documentaire serie ‘Onze jongens op Java’ uit. Omdat we hier met belangstelling naar hebben gekeken, besloten we ereveld Candi te bezoeken. Ereveld Candi is gelegen in de heuvels even ten zuiden van Semarang. Het werd aangelegd op initiatief van de militairen van het eerste contingent Nederlandse troepen, de ‘T-brigade’, dat 12 maart 1946 bij Semarang aan land kwam. Op dit ereveld zijn uitsluitend gesneuvelde militairen (her)begraven. Ereveld Candi telt meer dan 1.000 graven. Bijzonder is dat we in het register de naam Tjeerd Nijsingh tegen kwamen. Dit is een omgekomen kameraad van Ilse haar opa en hij is begraven op Ereveld Pandu in Bandung. Vandaag dus een wisseldag. Aan het einde van de middag pakten we onze koffers en snelden we ons via Grab Taxi naar Stasiun Semarang Poncol (spreek uit Ponktjol). Aldaar pakten we de trein naar Ngrombo om via Grab taxi naar ons nieuw hotel Kyriad Grand Master Hotel te Purwodadi te gaan. Kyriad Grand Master is het Hotel dat zich het dichtst bij de familie bevindt. Morgen gaan we Oud & Nieuw vieren bij de familie. Ik ben erg benieuwd hoe mijn familie reageert op eh… Mijn familie. Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Dinsdag 31 december 2019
  • Semarang, Kota Lama

    Semarang, Kota Lama

    Na ons bezoek aan Lawang Sewu gingen we terug naar ons hotel. Als excuus droegen we aan dat Ajanna moest slapen (Ajanna moet nog steeds een stevig middagdutje doen), maar het kwam er op neer dat we ons zelf heerlijk hebben opgefrist en ook heerlijk in een koele hotelkamer hebben geslapen. Het klinkt wellicht als ‘duizend open deuren’, maar het kan hier nogal warm zijn. Aan het einde van de middag sloeg bij mij dan toch weer het noodlot (lees de diarree) toe. Dat betekende dat het reisgezelschap zich zelf maar even moest redden omdat ik andere dingen te doen had in mijn hotelkamer. Verder zal ik niet in details treden, want Ilse is zo handig geweest om onze ouders redacteur te maken van deze pagina. Hierdoor kunnen ze in eens wel weer deze pagina lezen en ik zou niet willen dat ze ineens anders tegen mij aankijken. Nou ja, ik wil dan nog wel even kwijt dat ik de efficiëntiegraad zo hoog mogelijk wilde houden. Daarom besloot ik de opstelling van de hotelkamer te wijzigen zodat ik het één en ander tegelijk kon doen (zie foto). Verder niet te lang bij stil staan bij het lezen van dit verslag zou ik zeggen. Aan het einde van de middag bezochten we Kota Lama, de oude binnenstad uit het Nederlands-Indië tijdperk. Overal om je heen zie je gebouwen uit de Nederlandse koloniale tijd. Grappig dat je aan de andere kant van de wereld toch op zoek gaat naar Nederlandse invloeden. Zo is mijn grootste behoefte (groter nog dan hetgeen hier om de vijf minuten wordt doorgetrokken) een bruine boterham met oude kaas. Ik heb daar vaker last van gehad in Indonesië en ik weet dat dat er echt niet inzit (zie mijn verhaal over het broodjes sperma in Kuta: https://www.facebook.com/1228636020487740/posts/1808226119195391). Kota Lama bleek echter een goed alternatief te zijn om onze honger naar ‘Belanda’ enigszins te stillen (zie foto’s). Na Kota Lama zijn we teruggegaan naar de Paragon Mall om te eten. Er stond wederom Nasi Goreng op het menu. Gezien de huidige staat van mijn darmstelsel sloeg ik het eten over, maar de rest heeft lekker gegeten. Na het eten zijn we naar het hotel en naar bed te gaan. Morgen is het ‘wissel’ dag! Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Maandag 30 december 2019
  • Semarang, Quest Hotel

    Semarang, Quest Hotel

    Vier kamers hebben we geboekt in Semarang. Eén voor Ilse haar ouders, één voor mijn ouders, één voor Ilse en Joanne en één voor Ajanne en mij. Het hotel bevindt zich in het centrum van Semarang. Iedereen heeft heerlijk geslapen. Onze ouders opdat ze heerlijk konden bijkomen van de lange reis en wij omdat we na de gebroken nachten in Terima Kost ongegeneerd van de luxe van een viersterren hotel met prima sanitaire voorzieningen en heerlijke bedden hadden genoten. Stiekem genoot ik ervan om te zien hoe onze ouders hun ogen uitkeken en hoe wij als éénogige in het land der blinden min of meer als reisgids konden optreden in Indonesië. Indonesiëkenners zijn wij natuurlijk nog lang niet en ook spreken wij nog geen Indonesisch maar met die paar Indonesische woordjes die we kennen kunnen Ilse en ik ons al best wat redden. Voor onze ouders lijkt het echter al heel wat. We zullen ze maar in de waan laten zolang dat kan: het zal vast niet lang duren voordat we door de mand vallen. Bijzonder is ook, dat onze ouders deze Facebookpagina niet meer kunnen lezen zodra ze waren geland in Indonesië. De Facebookpagina is alleen te lezen in Nederland, Zweden (vanwege Lin en Emelie) en Amerika (broer Erik is naar Amerika verhuisd). Het idee hierachter is dat ik (nog) liever niet heb dat mijn biologische familie in Indonesië meeleest. Dit kon ze in een eerder stadium wel, maar al gauw bleek dat ik best op mijn woorden moest passen en dat ik eigenlijk niet meer vrijuit kon schrijven. Je hoort wel eens dat je je op Facebook moet gedragen en dat je geen uitspraken op Facebook moet doen waarvoor je ouders zich voor je zouden schamen. Dat gaat voor mij voorlopig dus niet op 😊 en daarom kan ik nu ongeremd nogmaals benadrukken hoe dankbaar ik ben dat onze ouders deel hebben willen uitmaken van ons Indonesië verhaal. Als dank hadden we een kaartje op hun bed neergelegd. Ilse haar ouders bleven er als rasechte Friezen heel nuchter onder: “Ach, dat heart dochs sa dat hja de âlsders fan dyn skuansoan besykje”. Persoonlijk vind ik dat het bezoeken van de ouders van je schoonzoon samen met de ouders van je schoonzoon een overtreffende vorm betreft, maar dat maakt onze waardering er alleen maar groter op. Het Administratiegebouw van de Nederlands-Indische Spoorweg Maatschappij, tegenwoordig ‘Lawang Sewu’ (Javaans voor ‘duizend deuren’ werd ontworpen door de architect C. Citroen. De bouw begon in 1904 met gebouw A; dit kwam gereed in 1907. De voltooiing van de rest van het gebouwencomplex volgde in 1919. Na de verovering en de daarop volgende Japanse bezetting door het Japanse leger van Nederlands-Indië werd het gebouw gebruikt door Japanse troepen. De kelder van gebouw B werd ingericht als een gevangenis, waar verschillende Nederlanders werden geëxecuteerd. Tijdens de politionele acties, in oktober 1945 toen Semarang werd heroverd, werd de tunnel door de Nederlandse troepen gebruikt om in de stad te komen. Tijdens deze gevechten kwamen veel Indonesische strijders maar ook vijf spoorwegemployées om. Er wordt gezegd dat het spookt in het gebouwencomplex en veel bezoekers hebben benadrukt deze geesten gezien te hebben. De rusteloze ziel van een Nederlandse, die zelfmoord zou hebben gepleegd, zou er ronddwalen, evenals de onthoofde geesten van door de Japanners geëxecuteerde gevangenen die geen rust kunnen vinden. In 2007 werd er een horrorfilm gemaakt (Dendam Kuntilanak), gebaseerd op deze spookverhalen. In dit verhaal werd een groep middelbare scholieren uit Jakarta in het complex opgesloten en opgeschrikt door de geest van een Nederlandse vrouw, de geest van een man met een metalen kogel aan een ketting om zijn been en een gevaarlijke demoon waarbij kleine Chinese monstertjes niks bij zijn… Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Zondag 29 december 2019
  • Weerzien familie (9)

    Weerzien familie (9)

    Vandaag is het alweer de laatste avond dat we in Terima Kost verblijven. Aan de ene kant lucht me dat op, want de nachten sliep ik er niet zo goed, maar aan de andere kant vind ik dat ook wel weer jammer. Voor Joanne en Ajanna betekent dit namelijk dat het in- en uitlopen en spelen met de kinderen voorbij is (de bewoners van de kampong vonden dat ok erg jammer) en dat onze reis naar Indonesië een nieuwe fase in zou gaan. Vandaag gaan we terug naar Semarang om daar onze ouders op te halen van het vliegveld. Ik vind het zo bijzonder dat onze ouders ons achterna reizen. Op ‘derde’ Kerstdag zijn ze hetzelfde reistraject ingegaan als wij (zelfde tijden, zelfde route en zelfs zelfde vluchtnummers. Ik hoop van harte dat ze zich straks beter voelen dan dat wij ons voelden. Hopelijk hebben zij geen Chinees monsterkindje in de buurt gehad die zich de hele reis ter adoptie aanbiedt. Aan de andere kant: mijn vader heeft 5 kinderen geadopteerd, hij zal dus wel weten hoe of wat. Aanvankelijk maakte ik mij zorgen over het vervoer. Grab van Semarang of Purwodadi naar Godong werkt over het algemeen goed, maar Grab vanaf Godong werkt eigenlijk gewoon niet omdat de Grab app steevast aangeeft dat er geen chauffeurs beschikbaar zijn. Ik had dus ingeschat dat ik met de bus van Godong naar Purwodadi zou gaan, om vanaf daar een Grab taxi te nemen naar Semarang en om dan in Godong (ligt op de route) een tussenstop te maken zodat ik Ilse, Joanne, Ajanna en alle bagage zou kunnen oppikken. Dat zou best een hele onderneming zijn omdat at zou betekenen dat Ilse alleen de kinderen en alle bagage van Terima Kost naar Pomp Benzine zou moeten krijgen. Ik besloot daarom om eerst toch te proberen om vanuit Godong een Grab taxi te regelen en tot mijn verbazing gaf Grab aan dat er direct een chauffeur beschikbaar was en op ons stond te wachten. Hierdoor moesten we ons erg haasten (koffers waren zelfs nog niet gepakt). Hals over kop haastten wij ons dus naar de taxi, daarbij noodgedwongen het tijdelijk afscheid van de familie overslaand. Na een lange rit (het verkeer was erg druk in Semarang) konden we inchecken in Quest Hotel Semarang. Onze ouders zouden rond 17.30 uur landen, maar wij wilden al eerder inchecken in het hotel zodat we weer eens lekker konden douchen en Ajanna haar middagsaapje kon doen voordat we onze ouders van het vliegveld zouden halen. We zouden toch niet willen dat ze in een jengelig, moe, chagrijnig Chinees monstertje was veranderd bij het weerzien met opa, oma, pake en beppe. Om half vier namen we een Grab taxi naar het vliegveld. Tien minuten eerder dan gepland landden onze ouders in Semarang. Joanne en Ajanna stonden ongeduldig te wachten voor de ramen die de wachtruimte bij Arrivals scheidden met de bagagehallen. Joanne omdat ze niet kon wachten opa, oma, pake en beppe weer te zien en Ajanna omdat ze zich verveelde en zo snel mogelijk weer weg wilde omdat ze niet begreep wat we op het vliegveld deden. Totdat ze door de ramen daadwerkelijk opa, oma, pake en beppe zag. Ze was toen zo blij dat ze rondjes begon te rennen en te springen waarbij Joanne van hartenlust meedeed. Onze ouders zagen er nog monter uit zeg voor zo’n lange reis (zie foto). Met twee Blue Bird taxi’s reden we terug naar het hotel. Na zo’n lange reis had ik verwacht dat onze ouders snel wilden slapen om bij te komen van de lange reis, maar niets was minder waar. Ze wilden graag eten, waarop we besloten naar de Paragon Mall te gaan. Deze grootste Mall van Semarang kennen we goed omdat deze naast het IHG Semarang Hotel zit; het hotel waar wij verbleven (destijds heette het Crown Plaza Hotel) toen we de allereerste in Semarang verbleven i.v.m. de spoorloos uitzending. Een gedeelte van de bovenste verdieping van de Mall bevindt zich ‘Creating Food Adventure’, bij ons intern ook wel bekend als ‘Vreetschuur’: allemaal kleine restaurantjes waar je eten kunt vergaren om vervolgens aan een tafel te kunnen eten. Na een flinke portie nasi goreng zijn we teruggegaan naar het hotel. Morgen weer een dag… Selamat datang di Indonesia: onze ouders❤️ Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Zaterdag 28 december 2019
  • Beleefdheidsnormen

    Beleefdheidsnormen

    1. Handdrukken zijn over het algemeen aanvaard, zowel bij mannen als bij vrouwen. Een slaphandje (altijd met de rechterhand waarna de rechterhand eventueel even op het eigen hart wordt gedrukt) volstaat. Stevige handdrukken worden als onbeleefd gezien. Voor mannen kan het verstandig een handdruk in te laten leiden door de vrouw, aangezien sommige moslim vrouwen geen handdruk geven aan mannen. 2. Gebruik altijd je rechterhand tijdens het eten of bij het geven en ontvangen van dingen. Het wordt beschouwd als onbeleefd om de linkerhand hiervoor te gebruiken. Geef nooit iets aan met de linkerhand, deze is onrein en wordt gebruikt op het toilet. Het is beleefd om met de linkerhand de elleboog van de rechterarm te ondersteunen. 3. Wijs niet met je (rechter) wijsvinger naar plaatsen, dingen of personen. Gebruik in plaats daarvan je rechter duim, met je andere vier vingers gesloten. 4. Ben je uitgenodigd voor het eten, wacht tot de gastheer/ -vrouw begonnen is met eten of jou uitnodigt met eten te beginnen. 5. Eet je bord niet (meer) leeg als je genoeg hebt gegeten. Een leeg bord betekent dat je nog ‘honger’ hebt en meer wilt. 6. Het hoofd is heilig. Raak nooit iemands hoofd zomaar aan. 7. Voeten zijn onrein. Zorg dat je niet met je voetzolen richting iemand of richting een heilige plaats wijst en doe schoeisels uit wanner je bij iemand binnen gaat. 8. Smakken en boeren (laten weten dat je het eten lekker vindt) mag. 9. Een wind laten in iemands bijzijn is onvergefelijk! 10. Aanspreeksvormen zijn gebruikelijk als je iemands naam niet weet. Aangezien familie centraal staat, zijn alle aanspreekvormen terug te voeren naar familierelaties (respectievelijk vrij vertaald: vader/ moeder, oom/ tante, broer/ zus en of broertje/ zusje): ‘(Ba)pak’ (m) en ‘(I)bu’ (v) voor belangrijke personen met een hogere status, bijvoorbeeld omdat ze ouder zijn of veel respect verdienen. ‘Om’ (m) en ‘Tante’ (v) voor een oudere persoon, waar respectvol mee om wordt gegaan maar wel met een zekere afstand omdat deze niet tot familie of ‘eigen volk’ behoort. ‘Mas’ (m) en ‘Mbah’ (v): een persoon met gelijke status. ‘Adik’ (m en v) voor een persoon met lagere status, die als ondergeschikte wordt behandeld en aan wordt gesproken. Zomaar ‘wat’ tien geboden die ik inmiddels door middel van opgedane ervaringen in Indonesië uit de mouw (de rechter uiteraard) kan schudden. Toen we vanochtend wakker werden, gingen we naar Pasar Godong (lokale traditionele lokale markt). Zoals eerder verteld heeft Arti daar een vaste stand en ik wilde haar graag bezoeken. Bij Arti’s stand aangekomen besloot Ilse direct punt 8 van bovenstaande lijst in praktijk te brengen. Nu valt Ilse al op vanwege haar gave blanke huidje, dus alle ogen waren al op haar gericht. Maar na de scheepstoeter die Ilse liet klinken, viel er een oorverdovende stilte van een paar seconden. Zelfs de vissen die in doodsangst aan het spartelen waren omdat ze levend in stukken zouden worden gesneden bij verkoop bleven even doodstil liggen. Van zus Nurul begrepen we later dat een BESCHEIDEN boertje is toegestaan bij het eten met vertrouwd gezelschap. Weten we dat ook weer. De echo van Ilse haar boer was nauwelijks verstomd of Joanne begon midden op de markt over te geven. Niet de boer van Ilse (die had Joanne wel vaker gehoord) maar de drukte en de geur van de markt maakten haar onwel. Bezorgd als ik was leidde ik Joanne en Ilse richting uitgang, maar zus Arti was nog kordater dan ik. Blijkbaar was ze achter haar stand vandaan gekropen want onderweg naar de uitgang haalde ze ons in om een gemotoriseerde becak rijder geld in de handen te drukken en te bevelen Ilse, Ajanna en Joanne naar huis te brengen (kaka Arti pay). Voor ik er erg in had waren vrouw en kinderen vertrokken naar de kampong. Ik besloot zelf ook snel verder te wandelen, want hoewel ik zus Arti dankbaar was, had ik niet zoveel zin om net als de vorige keer (zie https://www.facebook.com/1228636020487740/posts/1779339642084039) een aantal uren in haar stand tentoongesteld te worden. Na Arti uitvoerig bedankt te hebben, kocht ik op de markt een fietspomp om vrouw en kinderen met een Angkot busje (zie https://www.facebook.com/1228636020487740/posts/2788626537822006 voor een omschrijving) achterna te reizen. Ik vond ze in goede gezondheid weer terug in Terima Kost. Althans, daar ging ik maar vanuit want Joanne had al weer het hoogste woord als ik het zo hoorde bij de buren. We besloten het verder rustig aan te doen vandaag. Joanne en Ajanna vermaakten zich prima op de kampong door te spelen bij familie, vrienden en buren. Ilse ging onze kleren wassen en ik begaf me met de aangekochte fietspomp naar Ibu om de lekke banden van mijn fiets te plakken waarna ik ‘zomaar’ wat ben gaan fietsen om het straatbeeld van de omgeving in me op te nemen (zie https://www.facebook.com/hunt4heru/videos/1583106711838317). Wat vond ik het fijn om weer even rond te kunnen fietsen. Terwijl ik op de fiets zat, bedacht ik me dat ik voor een volgend bezoek aan Indonesië een motorrijbewijs zou willen halen om zo veilig Indonesië per motor te kunnen verkennen. Terug op de kampong bleek Arti ook thuis te zijn. Ze had haar toko Pasar Godong verlaten omdat ze bezorgd was over Joanne. Haar man Heri kreeg de opdracht haar te vervangen en wij werden uitgenodigd bij haar te komen eten. Aanvankelijk was ik daarvoor erg benauwd omdat het ik het eten van de familie meestal niet lekker vind en omdat het nogal negatieve gevolgen heeft voor mijn darmstelsel (gezien punt 9 van eerder genoemde lijst is dat niet wenselijk). Maar ditmaal was het eten heerlijk. We aten een soort zoete aardappelsoep en kip en rijst. Door de aardappelsoep deed ik een paar flinke scheuten sambal, waar de familie hartelijk en een beetje onbegrijpelijk om moesten lachten. Zoet en scherp, dat was in hun ogen een vreemde combinatie, maar ik vond het erg lekker. Zus Nurul was er ook en omdat zij een beetje Engels kon, ging de communicatie met de familie wat makkelijker. Dat maakte de middag erg gezellig. Aan het einde van de middag verscheen broer Aris Purnomo ineens op zijn motor. Hij wist dat ik in Godong was en hij wilde mij graag meenemen naar Klambu. Broer Aris Sutrisno woont in Klambu en hij had speciaal gevraagd of ik langs wilde komen omdat hij ziek zou zijn. Na overleg met Ilse besloot ik bij hem achterop de motor te stappen om Sutrisno te bezoeken. Dit heb ik geweten! Over het verkeer in Indonesië heb ik al veel verteld. Zo is het chaotisch en druk, maar over het algemeen wordt er gemiddeld 30 tot 40 kilometer per uur gereden. Purnomo niet. Die reed langs alles en iedereen met een snelheid tot wel 100 kilometer per uur. Daar zaten we met z’n tweeën in een t-shirtje, een korte broek zonder helm op de motor. “Als we nu onderuit gaan, dan wordt het niets meer met dat motorrijbewijs,” bedacht ik me nog. Het weerzien met Sutrisno was erg hartelijk, maar gezien het feit dat de beide Arissen geen Engels spraken en ik nog geen Indonesisch ook gecompliceerd. Purnomo probeerde mij constant wat duidelijk te maken via Google Translate, alleen maakte Google Translator er weinig van. Blijkbaar kon Purnomo niet goed spellen, maar toen ik op een gegeven moment alle onnodige leestekens verwijderde kwam Google met een suggestie (bedoelde je soms…) en toen ik deze bevestigde begreep ik wat hij bedoelde. Sutrisno was net ziek geweest. Purnomo had daarom 100.000 IDR gegeven en hij vroeg mij om hetzelfde te doen. Omdat het communiceren verder wat lastig was, had Sutrisno net als de vorige keer (zie https://www.facebook.com/1228636020487740/posts/1779339642084039) het schaakbord tevoorschijn gehaald. Om aan het verzoek van Purnomo te voldoen besloot ik niet zomaar geld te geven aan Sutrisno maar dit te koppelen aan het schaken. We hebben tot ’s avonds laat geschaakt en ik zorgde ervoor dat Sutrisno twee potjes meer won dan ik zodat ik hem 200.000 IDR kon geven. Dat wil heel wat zeggen, want als het om schaken gaat, ben ik over het algemeen niet zo ‘meegaand’ 😊 . Zodra ik het geld gegeven had, stond Purnomo op om mij weer naar huis te brengen. Daar aangekomen, maakte iedereen zich net gereed om te gaan slapen. Omdat ik nog niet moe was, heb ik dit verhaal getypt. Nu toch maar naar bed, want morgen verlaten we Godong om terug naar Semarang te gaan. Oant moarn! Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Vrijdag 27 december 2019
  • Indonesisch straatbeeld

    Indonesisch straatbeeld (let op: saaie video, op 16:51 tot 19:20 ingang kampong, huizen Rina, Arti, Nuryati, Ibu en Ismanto).

    Geplaatst door Godong Indonesie op Vrijdag 27 december 2019
  • Thuis in Godong

    Thuis in Godong

    Wat een vreemd gevoel om weer ‘thuis’ te zijn. Althans, zo voelde het wel een beetje toen ik de Terima Kost binnentrad. We hadden dezelfde kamer als waar ik de vorige keer zat. Mijn tweelingbroer Mark verbleef er anderhalve maand geleden ook. Blijkbaar was de kamer daarna niet weer verhuurd, want in ‘kamar kecil’ (kleine kamer, of te wel: wc) kwamen we zijn fles shampoo en nog twee sponzen van hem tegen. We twijfelden of de kamer überhaupt schoon was gemaakt, maar we moesten het er maar mee doen. Ik was even ‘vergeten’ dat ‘thuis’ douchen betekende dat je je in een krappe vieze toiletruimte je met een slang en koud water moest afspoelen. Op sanitair gebied dus een stapje terug wanneer je het vergelijkt met hotel Pandanaran, maar wanneer ik het vergelijk met het gat in de grond, de emmers water en het schepje waar Ibu het thuis mee moet doen, durf ik niets meer te zeggen. We hadden een slaaptentje voor Ajanna meegenomen en Joanne, Ilse en ik deelden het bed. De eerste nacht was zo goed te doen, behalve dan dat ik niet zo weg was van het entertainment dat we er gratis bijkregen. De buren waren tot een uur of drie erg luid (alsof er een feest was), om vier uur werd er door luidsprekers keihard opgeroepen tot het ochtendgebed waarna om 5.00 uur alle hanen in de Kampong luidkeels besloten te protesteren dat zij wel wakker waren gemaakt door de ‘muadhdhin’ (degene die oproept tot het gebed) maar niet welkom waren in de moskee. Dat het leven in Indonesië om 5.00 uur begint, zal niet toevallig zijn. Omdat ik toch nog een beetje last had van een jetlag besloot ik ook maar op te staan. Om een uur of acht werd de rest ook wakker. Zoals gezegd kent Indonesië geen tweede Kerstdag, wat betekende dat de familie aan het werk was. Wij besloten daarom de bus te pakken naar Purwodadi. Om bij het geld op mijn BNI rekening te kunnen moest ik sowieso naar een BNI kantoor, ik wilde graag ontbijten bij de CFC (niet te verwarren met de KFC) in Lewes mall en Ilse wilde graag kleren shoppen voor de meiden. Zoals eerder omschreven is het altijd spannend om de bus te pakken in Grobogan. Er zijn geen bushaltes. Als er een bus aankomt rijden steek je je hand op en mocht de bus stoppen, dan is het maar hopen dat je in de goede bus stapt. Ajanna vond het allemaal prachtig, net als de locals die ons de hele busreis openlijk aanstaarden en fotografeerden. Het went nooit… Mooi om te ervaren vind ik dat de familie er niet zo’n groot item meer van maakt dat ik er ben. Buiten de familie die op de Kampong woont heb ik nog geen andere broers en/ of zussen gezien en op zus Arti na (die is nog al claimend) laat de familie ons min of meer onze eigen gang gaan, alsof ze het inmiddels normaal vind dat ik er ben. Hoe anders was het de eerste keren dat ik de familie bezocht. ’s Middags nodigde Ibu ons uit bij haar te komen eten. We kregen rijst, vlees, zoete aardappel en groentesoep. Op de plek waar vroeger Ibu haar bed stond zag ik nu de fiets staan waar ik begin dit jaar zoveel mee gefietst heb. Beide banden waren lek. Omdat Mark mij dit verteld had, had ik een bandenlaksetje mee. Ik was van plan de banden te plakken en ook dit jaar een stukje te fietsen, maar helaas bleek de handfietspomp ook stuk te zijn. Hopelijk vind ik nog ergens een fietspomp en anders moet ik het maar laten. ’s Avonds was het gezellig druk. Joanne en Ajanna werden overal uitgenodigd om te spelen en op een gegeven moment kwamen alle buurtkinderen inclusief nieuwsgierige ouders bij ons ‘spelen’. Joanne, Ajanna en zelfs Ilse vonden alle aandacht prachtig maar ik vond het op een gegeven moment te druk. Daarom ben ik naar binnen gegaan om dit verslagje te typen alvorens we allemaal naar bed gaan. Morgen weer een nieuwe ontspannen dag! Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Donderdag 26 december 2019