Categorie: Tim vertelt

  • 7 december 2022, Tim vertelt

    Het is al weer een jaar geleden dat ik weer thuis mocht komen uit het ziekenhuis. Blijkbaar best een moment om bij stil te staan. Joanne en Ilse heb ik de afgelopen maand in elk geval meer dan eens ‘betrapt’ op het herbeleven van betreffende dag van precies een jaar geleden. Joanne was zelfs zo bezig met de IC-periode dat ze geregeld spontaan begon te huilen en er ook ’s nachts vaak niet van kon slapen. Omdat ik Joanne tot voor kort eigenlijk nooit over de IC-periode heb gehoord, was ik aanvankelijk verbaasd. Joanne gaf aan het erg jammer te vinden dat ze mij nooit had mogen opzoeken op de IC en dat ze de behoefte had alsnog te zien waar ik had gelegen. Onderling hebben we het nog best vaak over de IC-periode en Joanne vindt het lastig daarbij het gevoel te hebben als enige geen onderdeel uit te maken van iets wat gemeenschappelijks zou moeten zijn. Daarop besloot ik de ICU-nazorg van Antonius te mailen. Zij pakten het fantastisch op: Joanne werd uitgenodigd voor een gesprek met een pedagogisch medewerker op de kinderafdeling en daarna mocht ze de IC-kamer bezoeken waar ik daadwerkelijk twee weken had gelegen. Joanne vond het heel erg fijn dat ze er mocht kijken. Niet alleen voor Joanne was het bijzonder, ook zelf vond ik het bijzonder terug te zijn op deze bijzondere plek. Hoe anders bezag ik hem nu dan destijds… Wederom bedankt ICU Sneek. Niet alleen voor alle goede zorgen tijdens mijn IC opname, maar ook voor de goede nazorg die jullie leveren aan patiënt en gezin!

    Geplaatst door TimopicSneek op Vrijdag 23 december 2022
  • 5 augustus 2022, Tim vertelt…

    Afgelopen maandag heb ik mijn ouders mogen ophalen van een super de luxe vakantiecruise ‘dobberen op de Oostzee’ met de ‘Celebrity Apex’ (https://en.wikipedia.org/wiki/Celebrity_Apex). Het schip ‘kende’ we al een beetje, want mijn ouders hadden we uitgezwaaid bij het pondje van Spaarndam toen ze daar anderhalve week ervoor langsvoeren vanuit PTA (Passenger Terminal Amsterdam) onderweg naar het hoge koude noorden. Tijdens de vakantie van mijn ouders mochten wij op hun hond Lotje passen en dat leverde mij afgelopen maandag direct een gewetensvraag op. Mijn dochter Joanne wilde graag mee haar opa en oma ophalen, maar Lotje wilde ook mee. Gezien de bagage die mijn ouders meehadden, verwachtte ik niet dat er voldoende plek in de auto over zou zijn voor Joanne en Lotje samen. Gelukkig loste het probleem zich de volgende ochtend vanzelf op. Toen ik vrij vroeg (voor vakantiebegrippen althans) klaar stond om de auto in te stappen, draaide de één zich grommend (ik meende althans ‘grumbel’ te herkennen) nog eens om en wist de ander niet hoe snel ze, eveneens grommend (maar ditmaal van genoegen), plaats moest nemen in de kofferbak. Lang verhaal kortmakend: mijn ouders bleken corona opgelopen te hebben. De coronatest die ze deden zodra ik ze thuis had gebracht wees dat in elk geval uit. De dinsdag erop voelde ik me ook niet zo lekker. Aanvankelijk dacht ik nog dat het tussen mijn oren zou zitten, vooral toen een zelftest nog negatief bleef, maar toen ik de nacht daarop 40 graden koorts had wist ik eigenlijk wel hoe laat het was. Na best een bange nacht: ik voelde me precies even ziek als de vorige keer dat ik met corona ziek thuis lag, bevestigde een positieve zelftest mijn bange voorgevoel. Inderdaad weer Corona! Na drie dagen hoge koorts en een saturatie dat gelukkig rond de 90 bleef hangen, duf ik de balans wel op te maken. De koorts is vandaag gezakt en ik heb weer de kracht om te kunnen douchen. Ik ben dus weer aan de betere hand: hoewel ik vrijwel nog de hele dag in bed moet liggen zal het tot een nieuwe ziekenhuisopname of (en daar zat natuurlijk mijn grootste angst) een tweede IC-opname waarschijnlijk niet komen. Wel merk ik dat ik bij de minste inspanning aan het hyperventileren ben, dat mijn hartslag in rust weer terug is naar het ziekenhuisniveau van ‘destijds’ (140 slagen per minuut) evenals het energieniveau. Ik was me er van bewust nog lang niet volledig hersteld te zijn van mijn IC-opname/ de vorige Corona besmetting, maar ik ervaar nu een dermate grote terugval dat ik me besef dat ik toch al wel een heel eind op de goede weg was.

    Geplaatst door TimopicSneek op Zondag 7 augustus 2022
  • 20 juni 2022, Tim vertelt

    Wat was het lekker warm. Ik lag in de stal bij mijn schoonouders en ik kon me eigenlijk niet herinneren dat ik hier eens eerder heb geslapen. Verdwaasd van de slaap voelde ik dat ik tegen iets groots en warms aan lag. Naast mij lag een echte 'Fries Hollandse', beter bekend als de 'Zwartbontige koe' die me zeer indringend en loom tegelijk, maar bovenal heel verliefd aankeek. Hoewel ik het fenomeen 'koe-knuffelen' nooit begrepen had, vond ik het best noflik liggen. Daarom besloot ik nog wat dichter tegen 'Berta 12' aan te kruipen en lekker verder te slapen. Naarmate de nacht echter vorderde, kreeg ik meer behoefte aan persoonlijke ruimte. Daarom schoof ik enkele centimeters bij 'Berta' vandaan. Helaas nam 'Berta' hier onmiddellijk notie van: ze schoof minstens hetzelfde aantal centimeters net zo hard weer mijn kant op. Hierdoor raakte ik toch wat geïrriteerd. Met zachte drang drukte ik tegen 'Berta' haar billen in de hoop dat 'Berta' mij wat meer ruimte zou gunnen, maar helaas: 'Berta' weigerde ook maar iets mee/ dan wel terug te geven. Toen ik meer druk uitoefende bleek de Fries Hollandse niet 'Berta', maar Ilse te heten. Ik herkende ten minste Ilse haar stem, toen ik de koe: "Oh, sorry, lig op jouw weghelft?" hoorde uitspreken en haar zag terugschuiven naar haar eigen kant van ons bed… Met een schok opende ik mijn ogen. Het was behoorlijk donker. Ik had geen idee hoe laat het was. Het enige licht dat ik zag kwam van de kleine monitor die boven mijn bed hing. Omdat ik mijn bril niet ophad, kon ik niet zien hoe hoog mijn hartslag was. Wel voelde ik dat deze hoog moest zijn. Ik wilde mijn bril pakken, maar dat kon ik niet. Met mijn handen vastgebonden lag ik in bed. Hoewel ik me niet kon bewegen en mijzelf ook niet kon zien, voelde ik dat er een buis door mijn keel zat waardoor ik niemand kon roepen, terwijl ik daar wel behoefte aan had. Ik was namelijk bang. Wat deden al die slangetjes op mijn lichaam en al die infusen in mijn lichaam? Lag ik soms in een laboratorium deel uit te maken van één of ander medisch experiment? Of was ik soms door aliens ontvoerd? Ik meende me te herinneren dat een aantal aliens boven mijn bed hadden gehangen. Hoelang lag ik hier al en hoe lang moet ik hier nog liggen? En die pijn, die steeds groter werd. Waar kwam die vandaan? Een gevoel van totale paniek over viel me. Wacht eens even. Dit gevoel van paniek dat ken ik. Dit heb ik eerder meegemaakt. Déjà vu! Ik ben weer terug op de IC! Ik dwong mezelf helder na te denken. Ik wist dat dat niet kon, maar als ik om me heen kijk dan voelde alles zo echt. Daarnaast zag en voelde ik ook dingen, die ik me niet kon herinneren van mijn IC periode: dit moest wel echt zijn. Maar gisteravond was ik toch echt thuis naast Ilse in ons eigen bed in slaap gevallen. Ilse moest mij weer mee terugnemen, vanuit de IC terug naar huis. Wederom een déjà vu: had ik Ilse niet eerder wanhopig op afstand gesmeekt mij te redden vanuit de IC? Toch lag hier mijn enige kans. Ondanks de beademingsmachine, meende ik enkel op mijn ademhaling invloed uit te kunnen oefenen. Ik besloot heel hard en heel snel te ademen, in de hoop dat Ilse daar van wakker werd en inderdaad. Na wat voor mijn gevoel een eeuwigheid duurde, klonk daar de stem van Ilse. "Tim, wat ben je onrustig. Word eens wakker. Je ligt op mijn weghelft!" 'Zomaar' twee voorbeelden van dromen die ik nog vrij recentelijk heb gehad. Het is ongeveer een halfjaar geleden dat ik ontslagen ben uit het ziekenhuis. Hoewel ik eerder had aangegeven niet meer te posten, omdat mijn IC-periode ‘verslagen’ was (zie https://staging.dondorp.nl/2-januari-2022 besluit ik toch een statusupdate te plaatsen. Ook omdat mij via diverse kanalen wordt gevraagd hoe het nu met me gaat. Welnu, als je mij vandaag de dag tegenkomt zou je (kunnen) denken dat ik alweer helemaal de oude ben. Dat is in elk geval wel het signaal wat ik van anderen vaak terugkrijg. Zo ben ik inmiddels weer op gewicht, kan ik weer lopen, fietsen, zingen en gitaarspelen. Inderdaad kan ik veel zo niet alles weer, maar met name op het cognitieve vlak merk ik dat er nog lang niet ben. Zo heb ik erg veel moeite met het opnemen en verwerken van informatie en van het aanspreken van mijn geheugen, aandacht, denksnelheid, organisatie- en planningsvaardigheden word ik ongekend snel supervermoeid. Confronterend is dat ik moeite heb met het vinden van de juiste woorden en/ of namen, dat ik snel overweldigd raak door drukte, geluid of licht en ook snel de draad van een gesprek kwijt kan raken. Ik voel me tevens voortdurend zo moe, dat ik meerdere momenten op een dag behoefte heb aan slaap. Samenvattend komt het er op neer dat het fysieke herstel steeds beter gaat (het medisch trainen onder begeleiding van de fysiotherapeut werpt wat dat betreft echt zijn vruchten af), maar dat het cognitief nog altijd slecht gaat. Een revalidatiearts van het St. Antoniusziekenhuis te Sneek heeft me aangemeld voor een multidisciplinaire aanpak van mijn cognitieve problemen, maar helaas is er sprake van een wachtrij van weken, zo niet maanden. Hoewel ik dankzij het bezoek aan een IC-café (zie https://icconnect.nl/actueel/ic-cafe/wat-is-een-ic-cafe/) inmiddels weet dat cognitieve issues zoals de mijne veel voormalige IC-patiënten niet vreemd zijn en het ook nog jaren kan duren alvorens deze verbeteren baart de situatie mij wel zorgen. Morgen zal ik wederom een IC-Café bezoeken (https://www.mcl.nl/…/mcl-en-rugcampus-fryslan…). Ik ben erg benieuwd of dat nog nieuwe inzichten oplevert.

    Geplaatst door TimopicSneek op Maandag 20 juni 2022
  • 2 januari 2022

    Mijn laatste dag op de IC is ‘verslagen’. Dit zal dan ook waarschijnlijk het laatste bericht zijn dat ik hier plaats. Op de corona afdeling heb ik van zaterdag 27 november 2021 tot en met donderdag 2 december 2021 gelegen. Het klinkt misschien vreemd, maar op de corona-afdeling voelde ik mij ongelukkiger dan ik mij ooit op de IC heb gevoeld. Wellicht niet helemaal een eerlijke vergelijking, want uiteindelijk weet ik mij maar twee van de twaalf dagen die ik op de IC heb doorgebracht te herinneren. Op de IC bouwde de verpleegsters een persoonlijke, bijna zelfs liefdevolle, band met mij op. Er werd oprechte belangstelling voor mij en mijn thuissituatie getoond. Lief en leed kon ik er delen: ik heb met de verpleegsters zowel kunnen lachen als huilen. Op de corona afdeling was het personeel veel afstandelijker: zo werd ik ook geen ‘je’, ‘jij’ en ‘Tim’ maar ‘u’ en/ of ‘meneer Dondorp’ genoemd. De overgang van de intensive care naar de afdeling was groter dan ik had verwacht. Ik werd opgenomen in de dagelijkse routine van de verpleegafdeling, waarbij er minder tijd en aandacht voor mij was. Uiteraard heel begrijpelijk (de werkdruk was er hoog), maar het gaf mij een gevoel van onveiligheid en angst. Op een gegeven moment verlangde ik zelfs terug naar de veilige en bewaakte omgeving van de IC. Na de derde nacht op de corona afdeling trok ik in mijn slaap het zuurstofslangetje uit mijn neus. Omdat het zuurstofgehalte eigenlijk wel goed bleef, heeft men het zo gelaten. Wanneer het zuurstofgehalte 48 uur goed zou blijven, zou ik naar huis mogen. Hoewel ik donderdag 2 december aan die voorwaarden voldeed, mocht ik aanvankelijk toch niet naar huis. Ik kon namelijk nog niet zelfstandig (zonder rollator) staan, laat staan lopen. Ik voelde me echter zo ongelukkig dat ik het ziekenhuis had gesmeekt me naar huis te laten gaan. In overleg met een revalidatiearts van het ziekenhuis mocht ik dan toch naar huis. Het ziekenhuis had een bed (ik kon nog niet de trap op lopen), een rollator, een rolstoel en thuiszorg geregeld. De eerste twee weken waren zwaar, zowel voor Ilse, de kinderen als voor mij. Werkelijk overal had ik hulp bij nodig en ik kon eigenlijk alleen nog maar in bed liggen. Na die twee weken ging het fysiek gezien heel snel. Ik leerde opnieuw lopen, fietsen en inmiddels kan ik ook weer autorijden. Alles wel met mate, want ik ben nog wel heel snel moe. Helaas heb ik nog altijd last van mijn keel: slikken en praten doet nog altijd pijn en tot mijn grote verdriet kan ik niet zingen. Mentaal heb ik nog de meeste moeite: ik kan me slecht concentreren en de levensechte dromen en de daaraan gekoppelde angsten die ik op de IC heb gehad blijven me achtervolgen. Ik merkte dat ik het belangrijk vond chronologisch inzicht te krijgen in mijn IC periode. Dankzij het dagboek die het IC personeel en Ilse bijhielden en de statusupdates die Ilse plaatste in een whatsappgroep om onze ouders op de hoogte te houden is mij dit gelukt met deze facebookblog als resultaat. Alle zorgmedewerkers van Antonius bedank ik voor hun goede zorgen. Zij zijn oprecht mijn helden: zonder hen had ik het niet gered! Ook bedank ik iedereen voor de oprechte belangstelling (meelezen), de vele beterschapswensen en -kaarten. Last but not least: op Youtube kwam ik het filmpje ‘Achter gesloten ogen’ tegen. Het is een docudrama van het ziekenhuis Tergooi dat gaat over een vrouw die na besmetting met het corona virus op de Intensive Care belandt. De film toont de onvoorstelbare impact op de patiënt die de ziekte en behandeling op haar heeft. Hoewel het verhaal van deze patiënt ‘eigen’ is, herken ik er zoveel in dat ik de film nog steeds niet met droge ogen kan bekijken. Ter afsluiting van deze facebookblog wilde ik deze film nog met jullie delen: https://www.youtube.com/watch?v=-qq9qdW9i8M. Tim Dondorp

    Geplaatst door TimopicSneek op Zondag 2 januari 2022
  • 1 januari 2022

    Zoals waarschijnlijk wel duidelijk is omschrijf ik mijn ervaringen op de IC niet live, maar achteraf (ongeveer 5 weken later). Voor nu even terug naar het heden: iedereen (dus ook mijn schoonmoeder, zie het slot van dit ‘betoog’) daarom de beste wensen voor het nieuwe jaar! Vandaag viel mijn oog op de folder van ALDI Nederland waarin Medisana nogal huishoudt. Zo verkoopt Aldi vanaf volgende week een saturatiemeter. Hiermee kun je zowel je hartslag als het zuurstofgehalte in bloed meten. Wij hadden thuis geen zuurstofmeter en dat was mij bijna fataal geweest. Uit ervaring weet ik nu dat het meten van het zuurstof gehalte in je bloed van levensbelang kan zijn. Wanneer je zuurstofgehalte in je bloed te laag is, wordt er normaliter een signaal naar je hersenen gestuurd waardoor je benauwd wordt en naar meer adem zal gaan snakken. In het ziekehuis werd mij verteld dat corona het neurologisch systeem dermate kan aanpassen, dat dit signaal niet meer wordt verstuurd. Hoewel de meesten slechts lichte of zelfs geen klachten krijgen van corona, kan het dus ook een sluipmoordenaar zijn. Mijn tip daarom: test je positief op corona, schaf dan zo’n saturatiemeter aan. Naar aanleiding van mijn positieve corona test belde GGD Fryslân mij op om mij uitgebreid alle quarantaine regels uit te leggen, maar ik begrijp niet dat ze geen woord gesproken heeft over het zuurstofgehalte in mijn bloed. Wellicht waren we er dan eerder bijgeweest… Inmiddels hebben we al een saturatiemeter aangeschaft, maar toch sta ik volgende week als eerste bij de Aldi. Als ik de folder mag geloven verkoopt de Aldi namelijk ook een mee-eterverwijderaar. Dat lijkt me ideaal voor als bijvoorbeeld je schoonmoeder rond etenstijd iets te lang bij je thuis blijft plakken 🙂 . Tim Dondorp

    Geplaatst door TimopicSneek op Maandag 3 januari 2022
  • 27 november 2021, Tim vertelt

    Afgelopen nacht had ik erg slecht tot niet geslapen. Gisteravond werd mij door een arts verteld dat ik vandaag waarschijnlijk de IC mocht verlaten. Ik zou worden overgeplaatst naar de ‘gewone’ corona afdeling, alwaar ik verder verpleegd zou worden. Na dit nieuws was ik zo opgewonden (een stap dichter bij het ontslag uit het ziekenhuis), dat ik niet meer kon slapen. Bovendien was ik bang voor nieuwe nachtmerries. Afgelopen nacht kwam de nachtploeg geregeld bij mij kijken: toen ik maar wakker bleef spoot een verpleegster mij via een infuus een slaapmiddel in. Zelfs daarna bleef ik nog uren wakker. Rond een uur of vier ’s ochtends viel ik dan toch eindelijk in slaap. Toen ik vanochtend wakker werd was een verpleegster in en om mijn bed druk in de weer. Zodra ze merkte dat ik wakker werd, begroette ze me en stelde ze zich voor als Anouk. Hoewel ik pas aan het einde van de middag naar de corona afdeling zou mogen, was Anouk nu al bezig met de voorbereidingen. “Ik zal je bevrijden van de meeste infusen en slangetjes en dan zal ik je wassen,” sprak ze waarna ze mij mijn ziekenhuisshirt begon uit te trekken. Nog half slapen knikte ik instemmend. Verbaasd viel mijn oog op het half verschrompelde plastic flesje dat boven mijn hoofd hing. Er zat een bodempje restanten in wat er uit zag als Brinta en tot mijn afgrijzen liep er vanaf dat flesje een slangetje recht mijn neus in. Ik vroeg Anouk waar dit precies voor diende, maar ik had direct spijt van mijn vraag. Vol trots vertelde de verpleegster dat dit sondevoeding was en dat deze via een speciaal systeem dat helemaal vanuit een Duits ziekenhuis was ingevlogen aan de hand van een magneetje en een echo apparaat door mijn maag naar de duodenum (twaalfvingerige darm) was gebracht. Dit was nodig, omdat mijn maag enige tijd niet correct werkte. Via een denkbeeldig magneetje beeldde Anouk uit hoe het was gegaan door met haar vinger een bepaalde denkbeeldige lijn over mijn buik te kietelen. Halverwege haar verhaal was ik Anouk alweer kwijt. Ik weet nog dat ik “Goed verhaal, lekker kort ook: boeien!” dacht, maar ik hoorde mezelf “Interessant,” zeggen. “Weten jullie wel zeker dat jullie de goede fles hebt gebruikt? De inhoud ziet er nogal tweedehands uit.” Vroeg Anouk als tegenreactie nu echt of ik soms borsthaar had? Tijd om er over na te denken kreeg ik niet. Rats deed Anouk, waarna ze me triomfantelijk de pleisters liet zien die wat sensoren op mijn borstkas op hun plek hadden moeten houden: “Nu in elk geval niet meer!” Ik was in elk geval weer helemaal wakker. Anouk liet er verder geen gras over heengroeien. Ze haalde stagiaire Linda en een tillift erbij. Om naar de afdeling te kunnen, moest ik namelijk naar een ander bed overgeheld worden. Wat onwennig keek ik naar de tillift (zie toegevoegde foto). Deze bleek echt nodig te zijn, want zodra ik probeerde op mijn benen te staan zakte ik compleet door mijn benen. Met de tillift ging het prima, maar toen ik in het nieuwe bed lag was ik zo moe dat ik tot het moment dat Ilse kwam moest bijkomen. Ilse, Anouk en ik hebben hebben het die middag heel gezellig gehad. Er werd veel gelachen en gepraat. Ilse is zo’n drie kwartier gebleven, maar daarna vroeg ik haar vriendelijk of ze weg wilde gaan. Ik wilde graag naar de corona afdeling toe en ik dacht dat dat pas kon wanneer Ilse was vertrokken. Toen Ilse vertrokken was, werd ik met een snelheid waar Max Verstappen jaloers op zou zijn en al mijn hebben en houden dwars door het ziekenhuis naar de corona afdeling gereden. En daarmee kwam mijn ‘avontuur’ op de IC definitief ten einde…

    Geplaatst door TimopicSneek op Zondag 2 januari 2022
  • 26 november 2021, Tim vertelt (2)

    Na een droomloos hazenslaapje schrok ik wakker. Er stond een man voor mijn bed die zich voorstelde als Kevin, de huisfysiotherapeut. Kevin kwam wat spier- en ademhalingsoefeningen met me doen. Ik schrok toen ik daarop mijn armen en benen bekeek: daar was daadwerkelijk niets meer van over. In de twaalf afgelopen dagen bleek ik meer dan 10 kilo aan spiermassa verloren te zijn! De oefeningen zouden heel simpel moeten zijn. Zo moest ik bijvoorbeeld, liggend in bed, mijn benen stil houden en mijn voeten van links naar rechts draaien. Dit kostte me echter zoveel energie, dat ik na Kevin’s bezoek serieus een uur moest bijslapen. Na dat uur werd ik door bekende klanken gewekt: Petra hield een mobiele telefoon bij mijn oor en speelde een liedje af dat Ilse haar blijkbaar had gestuurd. Het was een liedje dat Joanne voor haar Pake’s zestigste verjaardag had gezongen (zie https://fb.watch/agot-8Vnis/). Om in de taal van het liedje te blijven: ik werd er ‘zuiver’ emotioneel wakker van toen ik Joanne haar stem hoorde. Toen ik, blijkbaar dus 12 dagen geleden, op de IC kwam lag er al een coronapatiënt op deze tweepersoons IC-kamer. Destijds had ik dit niet meegekregen en later vernam ik dat deze man op de tweede dag dat ik op de IC lag was overleden. Een paar dagen geleden was er een nieuwe coronapatiënt op de kamer gekomen. Jan, zo heette hij, lag aan de andere kant van de kamer. We konden elkaar nooit zien, want tussen ons in hing een gordijn. Van Jan zelf heb ik ook nooit een teken van leven gehoord, want hij was al die tijd buiten bewust zijn. Wel gingen er bij zijn bed vaak piepjes en alarmen af. Eén keer waren er twee verpleegsters bij hem die herhaaldelijk heel indringend “Jan, Jan! Hallo, doe je ogen eens open Jan!” riepen. Jan gaf blijkbaar geen teken van leven en de zusters bespraken onzeker met elkaar wat en of ze nog wel wat konden betekenen. Haastig werd er een dokter bijgehaald voor spoedberaad. Ik hoorde ze overleggen en ik betrok de situatie gelijk op mezelf: zouden ze ook zo boven mijn bed hebben gehangen? Ik vond het maar eng en ik hoopte van harte dat mijn buurman nog ‘boven Jan’ zou komen. ’s Avonds vroeg verpleegster Esmeralda me of ik het leuk zou vinden om radio te luisteren. Dat leek mij wel leuk en op mijn verzoek probeerde ze Radio 538 af te spelen via de Apple monitor die boven mijn bed aan het plafond hing. Deze bleek niet te werken, waarop de verpleegster de monitor die boven Jan zijn bed hing aan slingerde. “Jan zou het toch niet meekrijgen,” zei ze nog toen ze onze kamer verliet. Ik had vrijwel direct spijt: de radio stond vrij hard en hoewel Jan ‘officieus’ buiten bewust zijn was wist ik niet zeker of Jan, die al aardig op leeftijd was, radio 538 wel kon appreciëren. Werd de twijfel al groter toen het nummer ‘Talk About’ van Rain Radio, DJ Craig Gorman (https://www.youtube.com/watch?v=hhc29kfULwo) knoeperd hard door de IC kamer schalde; ik kreeg ronduit medelijden met Jan toen diverse luisteraars hun bijdrage doorbelden voor het radioprogrammaonderdeel ‘Goed/Fout’, met ditmaal de vraag wat je zowel tegen een pooier als je kaasboer kunt zeggen. Persoonlijk was ik voor “Goedenavond.” of “Fijne feestdagen!” gegaan, maar de gemiddelde 538 luisteraar niet hoor: – Doe mij maar diegene uit De Beemster… – Graag een lekker stuk jong belegen… – Het zijn de gaten die het zo lekker maken… – Wat is het vetpercetage? – Ik kan zo genieten van 48+… – Van welke boerderij komt deze? – Heeft u er ook één met noten? – Met welke kan ik kaasfonduën? – Om de hoeveel weken draai jij ze om? – Lijkt wel van plastic. – Gaan ze altijd zo lekker over de toonbank? Hoewel ik er zelf stiekem best om kon lachen, kreeg de gène (“negatieve, zelfbewuste emotie die specifiek is voor een sociale situatie,” aldus het Woordenboek der Nederlandse taal) dermate de overhand dat ik de verpleegster vroeg of ze de radio toch maar weer uit wilde zetten. Als smoes gaf ik aan dat ik nog even wilde slapen: Ilse zou me, zo had ik me op één of ander aangepraat, straks komen ophalen en ik wilde uitgerust naar huis…

    Geplaatst door TimopicSneek op Zaterdag 1 januari 2022
  • 26 november 2021, Tim vertelt (1)

    “Goede morgen Tim, je bent wakker zie ik. Hoe gaat het met je?” vraagt een verpleegster. Ik kijk in haar vriendelijke gezicht en ik vroeg me versuft af of ik echt al wakker was. Tot dit moment ging er niets door mijn hoofd: geen verleden, geen heden, geen toekomst. Niets hield mijn gedachtes gevangen. Mijn hoofd was heerlijk leeg. Ik was nog zo versuft dat mijn antwoord uitbleef. “Ik ben Petra,” vertelde de verpleegster. “Weet je waar je bent?” Dat vond ik maar een rare vraag, alsof ik niet zou weten waar ik ben. “Op de IC in het St. Antonius ziekenhuis te Sneek,” antwoordde ik. Het viel mij niet eens op dat ik voor het eerst weer kon praten! Wel deed het me heel erg veel pijn aan mijn keel. “Heel goed,” complementeerde Petra mij. “Weet je ook hoe lang je al bij ons bent?” Om eerlijk te zijn had ik geen idee: “Eh, een dagje?” Petra schudde haar hoofd: “Je ligt hier al twaalf dagen!” Perplext hoorde ik het aan. Lag ik al twaalf dagen op de IC? Hoe dan? Waarom dan? Hoe lang moet ik hier nog liggen en wanneer mag ik naar huis? Allemaal vragen die door mijn hoofd schoten. Waarom weet ik niet, maar ik hoorde mijzelf echter een andere vraag aan Petra stellen: “Eh… Is mijn moeder soms ook op bezoek geweest?” “Ja zeker!” antwoordde Petra. “En je vader ook. Ze zijn heel vaak op bezoek geweest. Je ouders kennen we inmiddels goed.” Wanhopig groef ik mijn geheugen af. Ik herinner me één keer dat mijn vader m’n hand vasthield, maar verder herinnerde ik me van hun bezoeken helemaal niets. Ergens voelde ik me daar schuldig over. “En Ilse dan?” “Ilse ook,” knikte Petra. Ook van Ilse haar bezoeken kon ik me echter niets herinneren… Ondertussen was Petra druk bezig met polshoogte nemen. Letterlijk: want al die tijd zat ze te frunniken aan het verband dat het infuus aan mijn linker pols op zijn plek moest houden. Blijkbaar was ze niet tevreden, want met een zucht haalde ze het bescheiden verbandje er af. Ze haalde een rol verband tevoorschijn die zo groot was dat zelfs de meest overjarige mummie er een moord voor zou doen als die tenminste zelf niet al dood was geweest. “Zo, klaar!” hoorde ik Petra even later trots zeggen. Verbijsterd keek ik naar mijn linker arm. Was die eerst nog bruin, nu was deze voor meer dan de helft helemaal wit. “Wat een kunstwerk,” complimenteerde ik Petra nu op mijn beurt. “Ik heb veel over Indonesië gedroomd, maar de volgende droom zal wel over Egypte gaan denk ik?” Petra keek me niet begrijpend aan, maar ik was te moe om het eh… verband uit te leggen. Nu ik wakker was, kreeg ik veel mee. Verpleegsters liepen in en uit. Ik kreeg veel persoonlijke aandacht van de verpleegsters en een kaartje met een knop er op waar ik maar op hoefde te drukken als ik hulp nodig had. Confronterend was wel het gegeven dat ik deze persoonlijke aandacht ook echt nodig had. Tot mijn grote ontsteltenis was ik bijna verlamd: zo had ik een fliebertje op mijn tong zitten. Toen ik deze met mijn vinger wilde verwijderen kreeg ik mijn vinger niet eens op mijn tong. Aanvankelijk gaf de kaart met de knop me een veilig gevoel, maar toen ik een keer een verpleegster wilde ‘oproepen’ bleek ik fysiek niet eens in staat te zijn het knopje in te drukken. Toen uiteindelijk een verpleegster kwam, gaf ze me de tip dat ik ook de zuurstofmeter op mijn vinger los kon trekken. Dan zou er een alarm afgaan waarop zij of een collega direct zou komen kijken. Meestal vond ik de persoonlijke aandacht heel fijn. De schaamte die ik de eerste keren bijvoorbeeld voelde bij het wassen was ik al snel te boven. De keren dat de verpleegsters mijn tanden poetsten (ook dat kon ik nog niet zelf) met naar mijn idee veel te veel tandpasta en die ene keer toen een verpleegster een zetpil probeerde in te brengen, maar daarbij een aantal keren ‘mis mikte’ vond ik niet het meest favoriet. Desondanks had ik een diepe bewondering gekregen voor de liefdevolle en geduldige wijze waarop alle verpleegsters, niet één uitgezonderd (!), mij verzorgden. Tim Dondorp

    Geplaatst door TimopicSneek op Zaterdag 1 januari 2022
  • 24 op 25 november 2021, Tim vertelt

    Toen ik mijn ogen weer opende vroeg ik me af waar ik was. Ik wilde weer in mijn hand knijpen, maar ik kon mijn armen niet bewegen: alsof ze langs mijn lichaam waren vastgebonden. Van mijn familie vernam ik niets meer en de stilte was oorverdovend. Wederom zag ik geen hand voor ogen: het was aardedonker. “Letterlijk!” zo realiseerde ik me, want plotseling was daar het besef dat mijn familie me zojuist begraven had. Dat verklaarde uiteraard ook waarom ik me niet kon bewegen en geen hand voor ogen zag. Ik lag natuurlijk in doeken gewikkeld enkele meters onder de grond. Volledig in paniek probeerde ik door te schreeuwen eventueel nog achtergebleven familieleden te waarschuwen dat ik niet dood was, dat ik nog leefde en dat ik weer opgegraven moest worden. Er kwam echter geen geluid uit mijn keel. Machteloos volgde de berusting en de acceptatie dat er niets anders op zat dan doodsbang af te wachten op wat komen of juist niet komen ging. Was dat wel zo? Tot mijn verbazing merkte ik op dat ik mijn benen, in tegensteling tot mijn armen, enigszins kon bewegen. Misschien lag ik toch niet zo diep onder de grond! Verwoed begon ik met mijn benen te bewegen en met succes! Eerst kon ik ze alleen trillen, maar het trillen maakte plaats voor wild schudden en even later kon ik zelfs schoppen: steeds harder en harder. “Tim, Tim! Word eens wakker, wat ben je onrustig!” hoorde ik plotseling een vrouwenstem indringend roepen… …Langzaam kom ik bij bewustzijn. Verbaasd kijk ik recht in het gezicht van een verpleegster die bezorgd over me heen hangt. Nou ja, recht: haar gezicht is onherkenbaar. Het gaat vrijwel geheel schuil achter het grootste mondkapje dat ik ooit heb gezien en de rest van haar gezicht wordt ontsierd door een grote roze bril (letterlijk). Hoewel ik op mijn rug lig, voel ik dat het kussen onder mijn achterhoofd nat is van mijn tranen die klaarblijkelijk nog steeds rijkelijk vloeien. De verpleegster houdt mijn hand vast en streelt zachtjes mijn arm. “Het is goed,” hoor ik haar zeggen. “Je ligt in het ziekenhuis bij ons op de Intensive Care en wij zorgen goed voor je. Ben je bang?” Ik wil antwoorden, maar omdat ik tot mijn frustratie niet kan praten knik ik alleen maar. Wat zou ik nu graag kunnen praten! “Je kunt nog niet praten, omdat je door een buis door je stembanden wordt beademd door een machine,” zegt de zuster. “Om te voorkomen dat je in je slaap dit buisje eruit trekt, hebben we je handen gefixeerd. Ik begrijp dat je bang bent. Garanties kan ik je natuurlijk niet geven, maar misschien helpt het je als ik je zeg dat ik vind dat het heel goed met je gaat. Van wat ik zie heb ik geen enkele reden te geloven dat het de verkeerde kant op zal gaan. Je bent veilig bij ons: we houden je constant in de gaten via deze monitoren en we kunnen je door de glazen wand zien. Probeer nog maar even wat te slapen.” Na deze woorden vertrekt de verpleegster weer. Verward, angstig en bovenal doodmoe zak ik weer weg in een diepe maar ditmaal droomloze slaap…

    Geplaatst door TimopicSneek op Donderdag 30 december 2021