Categorie: Reizen

  • Weer een halfjaar thuis

    Het is nu bijna een half jaar geleden dat we terug zijn in Indonesië. Vanwege de hectiek en de drukte van de terugreis heb ik destijds besloten niet meer over de terugreis te posten. Achteraf heb ik daar wel spijt van want het verhaal is nu eigenlijk niet af. Wellicht dat ik t.z.t toch nog wat foto’s en een verhaaltje van/ over de terugreis plaats. Zoals inmiddels wel duidelijk is zijn we allemaal veilig thuis gekomen. Bij thuiskomst zijn we wel een paar dagen flink ziek geweest, maar dat mag geen naam hebben, of het zou corona moeten zijn geweest. Bijna 100 % zeker van niet, maar theoretisch had het gekund aangezien Corona toen al actief geweest schijnt te zijn. Van familie heb ik begrepen dat niemand van de familie besmet is geweest met corona. Wel heeft de familie het moeilijk, want ook in Indonesië zijn corona maatregels van kracht. Zowel op centraal niveau als lokaal/provinciaal wordt beleid ontwikkeld om op grote schaal social distancing (PSBB) af te dwingen. Scholen, winkels en kantoren zijn gesloten (uitzonderingen daar gelaten), restaurants mogen alleen open voor afhalen, publieke ruimtes en gebedsruimtes zijn gesloten en activiteiten in publieke ruimte en samenscholing zijn verboden en Joko Widodo, de president van Indonesië, heeft Mudik (op grote schaal naar geboortegrond reizen om bijvoorbeeld het Suikerfeest te vieren) verboden en de Indonesische grenzen tot nader order gesloten voor buitenlanders. Juist gisteren bereikte mij het uiterst verdrietig nieuws vanuit Indonesië dat Ibu stervende is. Als ik puur op de verhalen van mijn familie af zou moeten gaan is Ibu al jaren stervende. Of het nu werkelijk Ibu haar tijd is kan niemand vertellen, maar het feit is wel dat Ibu naar Rumah Sakit Panti Rahayu di Purwodadi (https://bit.ly/3eQpFpM) is gebracht: hetzelfde ziekenhuis waar ik, inmiddels al weer bijna drie jaar geleden, samen met mijn familie mocht waken bij het sterfbed van Radjiman (https://bit.ly/3gZPmWJ). Drie dagen geleden is Ibu het bewustzijn verloren en sindsdien is ze nauwelijks bij bewustzijn geweest. Even los of het terecht is of niet: hier in Nederland is het in deze tijd van corona al lastig en soms zelfs onmogelijk om afscheid te nemen van dierbaren. Mocht Ibu inderdaad te komen overlijden, dan maak ik mij geen illusies over een samenzijn in Indonesië. Wat dat betreft is het lijdzaam en machteloos afwachten op wat komen gaat, maar eigenlijk geldt dat zowel voor het leven als (na) de dood. Video 1: https://bit.ly/3dS1SFC Video 2: https://bit.ly/379EAJ0 Video 3: https://bit.ly/3eZmCvA Lieve Ibu, Op de grens van vraag en antwoord, op Indonesisch en Nederlands grondgebied. “Van mij die ook twijfelt is het dat je hoort: was ik maar bij jou, dan wisten we het samen niet…” Liefs Heri Setiono

    Geplaatst door Godong Indonesie op Zondag 7 juni 2020
  • Bogor, Kirana’s guesthouse

    Bogor, Kirana’s guesthouse

    1. Een koppel heeft ruzie gehad. De vrouw belt haar moeder en zegt: “We hebben weer ruzie gehad, ik kom bij jou wonen”. Waarop zij zegt: “Nee schat, hij moet boeten voor zijn fouten. Ik kom bij jou wonen”. Zomaar een voorbeeld van de vele moppen over schoonmoeders die het Internet rijk is. Ze zal het niet leuk vinden (en ze leest nog steeds mee), maar ik ontkom er niet aan toch ook mijn schoonmoeder de twijfelachtige eer te geven haar nader te benoemen. Waarom schoonmoeders er op Internet altijd zo slecht van afkomen is mij niet bekend. Goed, ik zou ook even moet slikken wanneer Ilse haar moeder aankondigde bij ons te komen wonen, maar dat komt omdat Ilse en ik geen ruzie hebben. Zouden we wel ruzie hebben dan zou mijn schoonmoeder ons wel weer op het juiste pad brengen. Althans, daar was ik tot deze vakantie van overtuigd: tijdens de vakantie liep het vertrouwen aangaande het richtingsgevoel van Irene een ernstige deuk op. Tijdens wisseldagen liep ze soms de verkeerde kant op, hoorde ik haar links roepen terwijl er rechts werd bedoeld en vice versa maar in Bogor (Buitenzorg) spande ze echt de kroon. Eén van onze chauffeurs had niet voldoende saldo op zijn tolkaart en vermeed daarom tolwegen. Irene had het geluk dat ze in de andere taxi zat die wel via de tolweg van Jakarta naar Kirana’s guesthouse in Bogor toogde. Ze kwam dus flink wat eerder aan dan wij, mocht alvast inchecken en besloot alvast eten voor ons te bestellen. Wij hadden namelijk zoveel trek dat we wel voor een heel weeshuis konden opeten. Toen wij uiteindelijk in Bogor aankwamen was er echter nog geen martabak. De grap ‘Moeten de eieren soms nog gelegd worden?’ was al snel gemaakt, maar uiteindelijk bleek dat Irene het eten 470 kilometer verderop (6 uur rijden met de auto en maar liefst 9,5 uur met de trein) te hebben laten bezorgd. Om op dat weeshuis terug te komen: op ons verzoek is het eten uiteindelijk ‘maar’ naar een ‘lokaal’ (470 kilometer verderop) weeshuis gebracht alwaar het hoogstwaarschijnlijk met handen en smaak is opgegeten. Over Bogor zelf kan ik vrij kort zijn. Kirana’s guesthouse was een prachtig huis waar we prima met zijn achten konden zitten. We zouden eerst Kebun Raya Bogor (zie ‪https://nl.wikipedia.org/wiki/Kebun_Raya_Bogor‬) bezoeken, maar omdat we wat moe waren en het ook regende besloten we gewoon gezellig ‘thuis’ te blijven. Wat ik heel erg leuk vond, was dat Nouvna en Helena ons kwamen bezoeken. Deze twee studenten behoorden tot de Indonesische dansgroep die we afgelopen zomer hebben leren kennen bij de 31’ste en tevens de laatste editie van het Internationaal Dansfestival in Bolsward. Wij mochten één van de gastgezinnen zijn en onder andere Nouvna verbleef tijdens het dansfestival bij ons. Het weerzien was erg gezellig. Joanne kreeg absurd veel Indonesische souvenirtjes cadeau en samen met Nouvna en Helena bezochten we de Botani square mall waar we souvenirs en ander prularia kochten. ’s Avonds aten we dan eindelijk bij een lokaal eettentje om de hoek: Kedai Oemah Lindo. Het eten was lekker goedkoper, lekker en voor mij misschien niet helemaal vertrouwd (de hele nacht daarna weer op de wc gezeten). 2. Jantje belde laatst aan bij mijn schoonmoeder en vroeg haar of ze soms nog wat lege bierflesjes had die hij mocht hebben. Mijn schoonmoeder antwoordde verbolgen: ‘Zie ik eruit als iemand die bier drinkt?’, waarop Jantje antwoordde: ‘Sorry mevrouw, u hebt gelijk, maar hebt u dan misschien wat oude azijnflessen?’ Nog zo’n voorbeeld van zo’n schoonmoeder-mop. Zonder verder enige conclusies te trekken, kan ik jullie vertellen dat mijn schoonmoeder ook geen bier drinkt… Wel drinkt ze graag een wijntje, want tijdens de vakantie heb ik haar een keertje verlangend horen smachten naar een glaasje rode wijn. Vanwege de Islamisering is alcohol in de meeste delen van Indonesië echter niet te verkrijgen en/ of geldt er zelfs een verkoopverbod zoals in Bogor en in Yogyakarta. Bier is nergens te krijgen, laat staan een margarita, een shot tequila of een ordinair rood wijntje. Om in een goed blaadje te komen bij mijn schoonmoeder had ik vanochtend in Jakarta een fles rode wijn gekocht, opdat ze op onze bonte avond straks (vanavond is al onze laatste avond in Indonesië) even ouderwets kon genieten. Ik moest er veel voor omreizen en veel voor betalen (alcohol is schreeuwend duur in Indonesië), maar ik had nog nooit zo’n blij verraste schoonmoeder gezien: bij haar kon ik niet meer stuk. Ik zeg expres ‘kon’, want het is natuurlijk de vraag of dit na het plaatsen van dit bericht nog steeds zo is… Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Zondag 12 januari 2020
  • Jakarta, RedDoorz Plus @ Setiabudi Barat

    Jakarta, RedDoorz Plus @ Setiabudi Barat

    Gelukkig viel het nu erg mee in Jakarta. Bij ons bleek uit niets dat Jakarta tot gisteren nog bezig was met de gevolgen van overstromingen en aardverschuivingen, ook niet na de toch wel heftige regenval van vannacht. Hoewel ik lekker geslapen heb, viel hotel ‘RedDoorz Plus @ Setiabudi Barat’ mij toch een beetje tegen. Gezien de prijs en wat we daarvoor kregen die we hebben betaald bij de andere hotels had ik meer van dit hotel verwacht, maar het zou zomaar kunnen dat de prijs/ kwaliteit verhouding anders ligt in Jakarta. Over Jakarta heb ik al een aantal dingen geschreven, maar sinds de onafhankelijkheid van Indonesië is Jakarta de hoofdstad van Indonesië. Het is met haar 31 miljoen inwoners op Tokio (40 miljoen inwoners) en Shanghai (34 miljoen inwoners) na de grootste stad ter wereld. Jakarta is over het algemeen een lelijke en een vervuilde stad. Dichtgeslibd door veel te veel inwoners, vastzittend verkeer en afval. Veel toeristen doen Jakarta één dag aan omdat het nu eenmaal de toegangspoort is van Indonesië, maar vliegen vanuit Jakarta zo snel mogelijk verder naar andere bestemmingen in Indonesië. Toch heeft Jakarta ook wel mooie plekjes en eigenaardigheden. Zo kan het gebeuren dat in de vele kilometers lange files bedelaars tegen betaling in de meest dure auto’s stappen om een paar honderd meter verderop weer uit te stappen. Het blijkt dan om milieuzones te gaan waar auto’s met maar één inzittende niet geapprecieerd of zelfs niet toegelaten worden. Het stadsbestuur van Jakarta ziet bedelaars als een groot probleem. Bedelaars hebben een slechte invloed op het imago van de stad en ook veel kinderen waren de dupe. Zo liepen moeders met een baby in de armen langs voorbijgangers om geld te vragen. De baby bleef ondanks de hitte rustig en huilde niet omdat deze middels toegediend kregen dat versuffend werkte. De politie is ook een zaak op het spoor gekomen waarbij mensen kinderen kunnen huren om voor hen te bedelen. De prijs voor het huren van een kind voor een dag bedraagt 200.000 IDR (ongeveer 13 euro). Zolang er nog steeds mensen zijn die bedelaars een aalmoes geven, zal bedelarij nooit uit het straatbeeld kunnen verdwijnen. Daarom heeft Jakarta sinds 1997 een verbod ingesteld om bedelaars, straatmuzikanten of onofficiële gidsen geld te geven. Bij overtreding kan je een gevangenisstraf van maximaal zes maanden of een boete van maximaal 4000 euro krijgen. Hoewel de afgelopen dagen de overlast van de overstroming in Kota Tua groot was, besloten we het toch de bezoeken via metro (net een jaar operationeel) en Grab taxi. Kota Tua ligt in het noorden van Jakarta, vlakbij de Java Zee en de haven waar Ilse haar opa in 1947 in Indonesië aankwam. Midden in Kota Tua bevindt zich het Taman Fatahillah plein (vernoemd naar prins Fatahillah die in de 16e eeuw ‘Sunda Kelapa’ veroverde van de Portugezen en haar de naam Jakarta gaf). Ilse vond dat ze te weinig van de geschiedenis van ‘Nederlands Indië’ wist. We hebben daarom samen de TV-serie ‘Onze jongens op Java’ gekeken en hierover ook gesproken met oma en andere familie. In de aanloop naar deze reis heb ik Ilse veel voor de computer en in de fotoboeken van opa zien zitten neuzen. Waar was opa geweest in zijn diensttijd en tijdens zijn reis met oma naar Indonesië in 1989. Wat heeft hij op de foto gezet en staat dit er nog? Blijkbaar heeft Ilse aardig wat teruggevonden want het leek alsof we een lokale gids meehadden toen we met de grabtaxi door het oude Batavia naar Kota Tua reden. ‘Hier links het Nationaal museum’ en dan ‘hier rechts de overblijfselen van ‘de Molenvliet’ klonk het geregeld van achter uit de taxi en ‘Hier stond vroeger sociëteit de Harmonie, dat heeft opa ook op de foto gezet’. Hoe dichter we bij Taman Fatahillah kwamen hoe stiller Ilse werd. Opa is in 1993 overleden, Ilse was toen 3 jaar. Ze herinnert hem wel, maar veel neefjes en nichtjes en Ilse haar jongste broer hebben hem nooit mogen ontmoeten. Hoewel opa er al bijna 30 jaar niet meer is, wordt er bij de familie Visser veel aan hem gememoreerd. Voor het oude stadhuis valt Ilse haar moeder huilend in de armen en ik begrijp dat wel. Het voelt alsof alles samen komt… Aan het plein huist Café Batavia dat, anders dan de naam doet vermoeden, geen ‘kafe’ (café), maar een ‘restoran’ (restaurant) is. Dat kwam ons goed uit want het ontbijt dat ‘RedDoorz Plus @ Setiabudi Barat’ voor onze deur had gezet, was namelijk niet te eten. Wellicht wist het personeel dat, want het ontbijt werd slechts op enkele centimeters boven de prullenbak geleverd (zie foto). We hebben er heerlijk gebrunched. Bij café Batavia komen best vaak blanken binnen wandelen en samen met de locals keken we elke keer weer nieuwsgierig op. Grappig, want mijn schoonmoeder had al wel eens gezegd dat ze maar niet kon wennen dat ze als blanke aangegaapt en te pas en te onpas gefotografeerd werd. Of ze op haar privacy gesteld is, is mij niet bekend maar toen ik mijn toetje fotografeerde, zorgde ik er wel voor dat zij geen gebruik hoefde te maken van haar portretrecht (zie foto). Aan het einde van de middag namen we een drankje in het uiterste noorden van Jakarta bij Marina Batavia. Vanuit daar hadden we zicht op de haven waar opa hier ‘voet aan land zette’. We besloten de dag door even letterlijk stil te staan bij de laatst erectie van Soekarno. Mijn (schoon)ouders lezen nog steeds mee, dus het lijkt mij verstandig dit nader toe te lichten. Monas (Monumen Nasional van Indonesië) werd gebouwd op initiatief van de eerste Indonesische president Soekarno. Deze obelisk van 132 meter hoog bevindt zich in het centrum van Jakarta. Op de top is een bronzen vlam geplaatst van 14,5 ton, bekleed met 32 kilogram goud. In de volksmond heet de paal cynisch ‘de laatste erectie van Soekarno’: toen de paal in 1975 eindelijk fier rechtop stond, lag Soekarno al een aantal jaren in zijn graf… Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Maandag 6 januari 2020
  • De Borobudur

    De Borobudur

    Vandaag is een bucketlist-dag. Iedereen heeft wel een bucketlist met dingen die je ooit in je leven wil zien, toch? NewYork, Niagara watervallen, piramides van Egypte, de bergen in Nieuw-Zeeland; noem maar op. Mijn schoonvader en ik hebben zo’n lijstje in ieder geval wel. Zo ben ik al heel lang gebiologeerd door de Taj Mahal in India. In 2008 ben ik met stichting Edukans naar India geweest, maar de Taj Mahal heb ik niet gezien. Mijn schoonvader heeft dit met de Borobudur. Al twee keer in Indonesië geweest, maar dit bouwwerk nog nooit aangedaan. Doordat hij deze boeddhistische tempel op zijn bucketlist had staan raakte ik ook geïnteresseerd en zo kwam het ook op de mijne. Vandaag was dan de dag. 9 uur zou de gehuurde bus met chauffeur voor komen rijden, dus 8 uur ontbijten. Kwart over 8 merkten we dat er twee dames voor de deur stonden. Ze bleven er maar staan dralen, we dachten dat ze wilden schuilen, maar het bleken de schoonmaaksters: op ons gemak inpakken en wegwezen zat er niet meer in. In Bolsward kennen we het Bolswarder kwartiertje en hier dachten we wel een Indonesisch halfuurtje te hebben (een halfuurtje later wel te verstaan), maar onze Engelssprekende buschauffeur kwam half 9 al aanrijden! De hele nacht en morgen had het geregend maar tijdens de busrit naar de Borobudur (toch zo’n 1,5 uur rijden vanuit oost-Yogya) werd het droog. Dat troffen we maar weer! En met dit weer wil toch niemand naar de Borobudur? Zoals de reisgidsen al aangaven is het hier altijd druk, óf je moet om 6:00 uur al komen, maar dat ging ons toch echt te ver. En dus was het inderdaad érg druk. En een foreigner zijn heeft dan weer voor- en nadelen. Je betaalt veel meer entree, maar er staat geen rij bij de bali en bij de wc’s en je krijgt een gratis welkomstdrankje in de vorm van thee, koffie of water. De borobudur ligt hoog op een heuvel en toch wordt hij tot het laatste moment aan het zicht onttrokken door bomen. Wanneer je dan aan de voet staat is dat wel een aanzicht waar je mond van openvalt. We hadden gelezen dat de klim naar boven erg pittig was, zeker omdat zoveel mensen naar boven wilden, maar dit is ons alles meegevallen. Het terrein om de Borobudur is groot dus de mensen verspreiden zich wel. Ajanna klom zelf een paar treedjes maar verder heeft sterke pake haar naar boven gedragen. De Borobudur is opgebouwd als een grote stoepa. De basis van deze stoepa is 123 bij 123 meter. De stoepa heeft negen etages; de onderste zes zijn vierkant, de bovenste drie rond. De etages vertegenwoordigen de boeddhistische kosmos. Op de bovenste etages bevinden zich 72 kleine stoepa’s, die gebouwd zijn rondom één grote centrale stoepa. De grote stoepa staat symbool voor het Nirwana. De kleine stoepa’s vertegenwoordigen van onder naar boven de weg die een boeddhist moet afleggen om uiteindelijk in het Nirwana te worden opgenomen. De open gaten in de onderste stoepa’s staan op hun punt (de weg is nog onzeker) en in de bovenste stoepa’s vlak, horizontaal (de weg is duidelijk, het geloof stevig). ’s Ochtends dient de Borobudur nog steeds als gebedsoord. Een pelgrim loopt iedere etage zeven maal rond met de klok mee. In de stoepa’s bevinden zich beelden van Boeddha; wie door de gaten in de stoepa’s deze beelden aan kan raken ontvangt, volgens het lokale bijgeloof, eeuwige geluk. Wij hebben ons niet helemaal aan bovenstaande gehouden; we hebben één etage éénmaal rond gelopen ipv zeven, maar de boeddah’s aanraken voor eeuwig geluk hebben we wel geprobeerd natuurlijk. En toeval of niet; weer beneden vonden we een briefje van 50.000! Het geluk zij nu al met ons! En hoewel we niet alle etages zevenmaal rondgelopen zijn vonden onze buikjes het toch een hele prestatie. Het was inmiddels 14:00 uur. Onze chauffeur had netjes met onze bagage op ons gewacht en hij wist wel een plek waar wij konden lunchen. Een prachtige restaurant waar we heerlijk hebben gegeten. Nu hadden we vandaag al heel wat gedaan; toch stond er om 18:55 een vliegtuig op ons te wachten. We vlogen vanavond van Yogyakarta naar Jakarta. Een hele voorspoedige reis en na een zeer chagrijnige grabchauffeur kwamen we 22:00 uur aan bij ons hotel, alwaar we na een boterham met cheddarkaas heerlijk zijn gaan slapen. Ilse Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Zaterdag 4 januari 2020
  • Yogyakarta, Fam’s Homestay by FH

    Yogyakarta, Fam’s Homestay by FH

    Voor Europese begrippen was Fam’s Homestay by FH al een prachtig huis, laat staan voor Indonesische begrippen. Draadloos Internet was er niet beschikbaar, wel een draadloze douchekop (zie foto). We waren naar bed gegaan met de intentie om vandaag naar Borobudur te gaan, maar ’s nachts had ik wat lopen woelen omdat ik me had bedacht dat het beter was om overmorgen naar de Borobudur te gaan. Overmorgen zou het weer een wisseldag zijn en wat bij een hotel wel gekund zou hebben: wij konden onze bagage niet stallen. Dat zou betekenen dat we dan nog een hele dag met onze bagage opgescheept zouden zitten. Gelukkig had de rest goed geslapen, op mijn vader na. Die maakte zich veel zorgen omdat hij gedroomd had dat hij dement was geworden. Eigenlijk had ik mijn plicht als zorgzame zoon moeten vervullen door hem troostend en geruststellend toe te spreken, maar in plaats daarvan trad ik bagatelliserend op door op te merken dat het altijd erger kon aangezien ik mijn droom was vergeten. Tijdens het ontbijt stelde ik dus voor om niet vandaag, maar morgen naar de Borobudur te gaan en dan voor de hele dag een auto met chauffeur te huren waar wij met zijn achten inclusief bagage en al bij in zouden passen. Mijn familie bleek heel erg flexibel, want mijn voorstel werd meteen aangenomen. In plaats van de Borobudur, zouden we dan vandaag naar het Kraton (paleis van de sultan) en Jalan Malioboro, de drukste winkelstraat van Yogyakarta aandoen. Bij de kassa van het Kraton was er weer een aparte rij voor toeristen en een aparte rij voor locals. Het spreekt vanzelf dat toeristen meer moesten betalen dan de locals. Ilse wond zich daar een beetje over op, maar een entreekaartje voor toeristen bleek nog maar 0,45 cent te zijn. We betaalden voor één persoon een toeslag van 2000 IDR (13 cent) zodat alleen die persoon foto’s mocht maken. Na het bezoek aan het paleis, togen we naar Jalan Malioboro, de ‘Yogyakartaanse’ en ook nog overdekte versie van onze langste winkelstraat van Nederland (geen idee welke dat is, want daarover blijken de meningen verdeeld). Geef mij maar honderdmaal de Yogyakartaanse winkelstraat. Hoewel het merendeel van ons het wel gehad had in de hitte, vonden Ilse en ik het prachtig om te kijken wat er allemaal door de locals te koop werd aangeboden. Ondertussen hadden de meesten van ons erg trek gekregen en er werd gesna(c)kt naar makanan (eten). Een bepaalde ouder (ik zal geen namen noemen uit privacyoverwegingen maar hij of zij was niet dement) was zo wanhopig dat hij/zij als een haan/kip zonder kop zowat elke local smekend aanklampte, daarbij de woorden ‘nasi goreng’, ‘nasi goreng’ prevelend. Uiteindelijk vonden we Ramai Mall. Deze had net als de Paragin Mall in Semarang ook een vreetschuur. Uitgehongerd stortten wij onze op een tafeltje waarna we werden aangevallen door wel 10 concurrerende verkopers die allemaal hun voedselwaar aan ons wilde slijten. We kozen uiteindelijk voor één toko, waarna de rest zichtbaar boos en gepikeerd afdroop. Over kip zonder kop en afdruipen gesproken: zij smaakte heerlijk! Aan het einde van de middag trokken we ons via Grab taxi terug naar Fam’s Homestay by FH om bonte avond te vieren (morgen wisseldag) en de dag van morgen door te spreken. Ik maakte me voornamelijk zorgen over hoe het zou lopen na de Borobudur. Om 19.50 uur lokale tijd zou ons vliegtuig vertrekken naar Halim Perdanakusuma. Dit vliegveld was gisteren nog gesloten wegens hevige regenval: grote delen van Jakarta staan onder water, zo ook dit vliegveld. Meer dan 50 doden zijn er al gevallen en honderdduizenden inwoners zijn geëvacueerd of gevlucht. Niet alleen het water eiste levens: onder de slachtoffers zijn ook mensen die onder stroom kwamen te staan of verrast werden door aardverschuivingen. In grote delen van Jakarta is daarom uit voorzorg de stroom afgesloten. Tijdens het regenseizoen (tussen november en april) komen in Jakarta vaak overstromingen en aardverschuivingen voor. De stad zakt namelijk 10 tot 20 cent per jaar door grondwaterontrekking (30 miljoen inwoners pompen grondwater op om te kunnen drinken en wassen. De afgelopen 35 jaar is Jakarta tot 4 meter gedaald en de verwachting is dat in 2050 de volledige stad is gezonken. Daarom maakte president Joko Widodo bekend een nieuwe hoofdstad te bouwen op Borneo. De verhuizing van bedrijven en overheidsinstellingen zal beginnen in 2024. De dertig miljoen inwoners van Jakarta zullen zelf een oplossing moeten zoeken. Ondertussen heb ik via de klantenservice van Red Doorz hotel (geen aanrader, klantenservice spreekt weliswaar Engels, maar geeft antwoord op hele andere vragen dan je hebt gesteld), de website van Buitenlandse Zaken, de Indonesische Ambassade en diverse social mediakanalen geprobeerd te achterhalen of het überhaupt wel verstandig zou zijn naar Jakarta af te reizen. Niemand kon me daar echter een duidelijk antwoord opgeven. We besloten daarom toch maar het oorspronkelijk plan aan te houden en morgenavond naar Jakarta af te reizen. We houden jullie op de hoogte… Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Zaterdag 4 januari 2020
  • Godong, Solo (Fave Hotel) en Yogya

    Godong, Solo (Fave Hotel) en Yogya

    Het afscheid viel mij toch wel weer zwaar. We hebben er zo lang naar uitgekeken onze ouders voor te stellen aan Tims familie. En nu moeten we alweer vertrekken…maar wat was dit waardevol. Voortaan hoeven we thuis niet meer uit te leggen hoe het daar op de kampong is, hoe het voelt, hoe het ruikt en hoe lief de familie is. We hebben het samen mogen beleven. Veel tijd om er bij stil te staan was er echter niet. Direct na het afscheid vertrokken we met alle koffers naar Solo, beter bekend als Surakarta: de stad waar Ibu is geboren. Met de grab-taxi was dit toch een rit van zo’n 2 uur. Voor Tim was dit best een emotionele rit. Twee jaar geleden reisde hij van Purwodadi ook naar Solo om vandaar het vliegtuig naar Den Pasar te nemen. Eenmaal in Solo aangekomen liep het anders en kreeg hij bericht van de familie dat zijn vader op sterven lag in het ziekenhuis van Purdwodadi waarop hij direct terug reisde naar Purwodadi. Hoewel Bapak pas een jaar later overleed, waren de emoties er niet minder om. Onze meiden hadden nergens last van en sliepen heerlijk. De rit verliep dus prima. Toch kwamen we enigszins vermoeid aan bij het Favehotel en (godzijdank) konden we direct eten bij het restaurant van het hotel. Hierna hebben we dan ook gauw ons bedje opgezocht. Vanaf nu zijn we toeristen. Vandaag staat Solo op het programma en vanavond gaan we naar Yogyakarta, ook weer een rit van zo’n twee uur. Tijdens het heerlijk uitgebreide ontbijt bespraken we wat we wilden zien vandaag en we kwamen eigenlijk tot de conclusie dat we in Yogyakarta meer wilden zien dan in Solo. En zo werd er besloten vanmorgen al naar Yogyakarta te gaan. Onderweg kwamen we namelijk de Prambanan tegen. Een geweldig hindoeïstisch tempelcomplex. Tim zou met een grab-taxi met alle koffers naar ons nieuwe onderkomen gaan en de rest naar Prambanan. Afgelopen dagen zijn wij er des te meer achter gekomen dat witte mensen hier een attractie op zich zijn. Eerst is het nog leuk dat mensen met je op de foto willen; maar na de 50e keer ben je dat toch een beetje beu, het begint zelfs een beetje op discriminatie te lijken. Zo mocht onze familie in korte broek het zwembad in, maar wanneer ik mijn, nota bene, lange broek net boven knie een beetje scheur en er wit vel te zien is, staart íedereen je aan. Hier bij de Prambanan werd dit ook weer pijnlijk duidelijk. Er was een kassa voor Indo’s en een kassa voor buitenlanders. En mij dunkt dat wij bij deze kassa een schandalige entreeprijs hebben betaald. Maar Prambanan moet je nu eenmaal gezien hebben is ons verteld. En dit bezoek hadden we inderdaad niet willen missen. Het was enigszins bewolkt wat de temperatuur nog net aangenaam maakte. De foto’s spreken verder voor zich. Prachtig! De grab-meneer bracht ons vervolgens naar Yogya. Deze keer hebben we niet voor een hotel gekozen maar voor een guesthouse. Weet je nog? Die ons een paar weken geleden ineens annuleerde. Gelukkig kwam er een alternatief; twee keer zo duur en waarschijnlijk twee keer zo groot. Maar ach; €150 ipv €80 voor twee nachten is nog altijd prima en inmiddels heeft booking,com ons laten weten het verschil te betalen. Dit guesthouse ligt op een soort afgelegen terrein dat ‘Lagune spring residence’ heet; zegt genoeg dunkt mij, het is schitterend! Het enige dat ontbreekt is een koffiezetapparaat, maar met een zakdoek lossen we dat ook wel weer op. Ilse Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Donderdag 2 januari 2020
  • Kelambu, Waterboom Mulia en Radjiman’s graf

    Kelambu, Waterboom Mulia en Radjiman’s graf

    Om 6.00 uur vanochtend werd ik niet lekker wakker. De telleurstelling over gisteren was nog steeds niet verdwenen, het was vandaag weer een wisseldag en ik maakte me zorgen over onze gezamenlijke financiële pot. Maar, ‘first-things-first’: 6.00 uur betekende dat het nieuwe jaar ook in Nederland echt een feit is. Bij dezen wens ik iedereen dan ook van harte ‘Sugeng Taun Énggal’ (Javaans voor ‘Gelukkig Nieuwjaar’) toe. Hoewel het leven in Indonesië in vergelijking met Nederland goedkoop is, zijn de uitgaven dus veel harder gegaan dan dat ik van te voren had ingeschat. Toen ik alleen in Indonesië was at of bestelde ik altijd bij/ van supermarkten (Intermaret of Alfamart), warungs (kleine kiosks waar simpele gerechten worden verkocht) of zelfs straattentjes. Nu eten wij echter voornamelijk in restaurants (al dan niet onderdeel uitmakend van de hotels). Hoewel dit naar Nederlandse begrippen nog niet duur is (gemiddeld 700.000 IDR = 45 euro voor 8 personen) voorzag ik wel dat onze gezamenlijke pot na morgen op zou zijn. Op zich niet erg, maar het moest wel even tijdens het ontbijt besproken worden en daar zag ik gek genoeg een beetje tegen op. Het communiceren met de familie verloopt dermate lastig (onze ouders lezen inmiddels mee, dus voor de zekerheid benadruk ik nog even dat ik het hier over de Aziatische tak van mijn familie heb) dat ik het liefst alles zelf wil regelen. Toch had ik nu aan de familie gevraagd of ze een auto voor ons wilde huren en besturen. We zouden namelijk in korte tijd naar de kampong, het graf van Bapak bezoeken en naar Waterboom om met de familie te zwemmen. Tot mijn vreugde kreeg ik vanochtend bericht van Ratna dat het de familie ditmaal wel gelukt is een auto te huren waar we met negen (inclusief chauffeur) in pasten. Haar man Appie zou ons komen halen en weer terug naar het hotel brengen. Dit baatte me wel wat zorgen, want ik wist dat Appie geen rijbewijs had. Mocht er iets gebeuren, dan zou dat best wel eens nare financiële gevolgen voor de familie kunnen hebben. Ik besloot daar niet moeilijk over te doen tegenover de familie (zowel de Nederlandse als de Indonesische). Appie bracht ons eerst naar de kampong waar men ontbijt voor ons had klaargemaakt, maar toen ik nogmaals vertelde (ik had het ook al via de whatsapp doorgegeven) dat wij in het hotel reeds hadden ontbeten togen we, onszelf meegerekend, met maar liefst 35 mensen (zussen, neefjes en nichtjes) naar Waterboom Klambu om te zwemmen. Alle kinderen werden in de open laadbak van Arti’s auto gepropt en ook Joanne ging mee. Ik weet niet wat enger is, rondgereden worden door een zwager zonder rijbewijs of je dochter in de auto voor je in een open laadbak de tijd van haar leven te zien beleven. Gelukkig kwam iedereen heelhuids aan. Het was ontzettend druk. Zonder te overdrijven: een mierenhoop waarbij de mieren na een drukke werkdag tegelijk door elkaar naar huis marcheerden om te schaften was er niets bij. Je kon je kont niet keren of er zat alweer een Indo tegenaan of nog erger in. Gelukkig kreeg ik een voorkeursbehandeling bij de kassa omdat ik 850.000 IDR (1,56 euro per persoon) kwam aftikken. Ondanks de drukte was het zwemmen een verademing, niet alleen vanwege het koele water dat ons meer dan welkom was bij deze hitte, maar het maakte ook veel, zo niet alles, van gisteren goed. Het was erg gezellig en iedereen heeft genoten. Na het zwemmen zouden we het graf van Bapak bezoeken. Aanvankelijk zou de hele familie meegaan, maar ik vroeg de familie of het ook mogelijk was dat ik alleen (dat wil zeggen met onze ouders en mijn gezin) Bapak’s graf bezocht. De familie was een beetje in paniek en vroeg ons of ze Ajanna en Joanne bij zich moesten houden. Het is hier blijkbaar niet gebruikelijk dat kinderen naar een begraafplaats gaan, maar voor Joanne wel. Joanne woont namelijk tegenover opa (opa ligt op de algemene begraafplaats in Bolsward) en Joanne bezoekt opa zelfstandig bijna wekelijks. Zo heeft Joanne van te voren opa verteld dat we naar Indonesië zouden reizen. Ajanna heeft opa in Bolsward nog niet bezocht, maar het gekke was dat ze de grafsteen van haar opa in Indonesië omhelsde zodra ze voor zijn graf stond. Oma vind (let op: zonder ’t’ dus oma is hier in meerdere opzichten lijdend voorwerp) Ajanna een beetje eng, maar dat geldt blijkbaar niet voor opa. Net als de eerste keer dat ik het graf bezocht (zie https://www.facebook.com/1228636020487740/posts/2784397618244898 en https://www.facebook.com/1228636020487740/posts/2783371668347493) had ik de behoefte om dit in zo besloten mogelijke kring te doen. De vorige keer wist ik niet waarom ik dit zo graag wilde. Nu merkte ik dat het gegeven dat ik niet alleen was er voor zorgde dat ik alles ‘op een afstand bekeek’. Vergeleken met de vorige keer ervaarde ik dit bezoek aan Bapak minder puur, omdat er minder plaats was voor emoties. Nu ik er zo over nadenk, geldt dat eigenlijk bij alles als het op mijn Indonesische familie aankomt. Ook toen ik na het bezoek aan Bapak afscheid nam van Ibu en de rest van de familie. Dit is niet erg. Deze emoties heb ik reeds mogen ervaren en ik heb geleerd deze een plekje te mogen geven. Dat ik nu mijn Nederlandse familie mee heb, zorgt wel voor andere, nieuwe en minstens net zulke belangrijke emoties: namelijk berusting en dankbaarheid. Dankbaarheid dat ik weer een stapje verder ben in de bewustwording van mijn identiteit, dat ik door middel van deze reis mijn identiteiten mag koppelen, dat beide identiteiten elkaar accepteren, waarderen, accepteren maar ook in elkaar berusten waarop ik wederom kan inzien dat het goed is… Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Woensdag 1 januari 2020
  • Oud en Nieuw in Purwodadi

    Oud en Nieuw in Purwodadi

    Het centrum van Semarang hebben we nu verwisseld met Purwodadi. Purwodadi is nog verder ‘de binnenlanden’ in. Waar je in Semarang nog wel toeristen vindt, zijn toeristen in Purwodadi echt een zeldzaamheid. Logisch ook, want wat heb je als toerist in Purwodadi te zoeken? Engels wordt er in Purwodadi nauwelijks gesproken. Zelfs in het Kyriad Grand Master hotel, het duurste hotel in Purwodai (40 euro per kamer per nacht), is Engels een probleem: lang niet altijd wordt verstaan wat je zegt of vraagt. Gecombineerd met het feit dat Indonesiërs dit nooit zouden toegeven en nooit ‘nee’ zeggen levert dit vaak misverstanden op. Hoewel in Indonesië voornamelijk rijst wordt verbouwd, staat Purwodadi bekend om haar soja en haar sojasaus. Zag je in het centrum van Semarang nog grote dure auto’s rijden, in Purwodadi zie je deze veel minder. Er heerst in Purwodadi dan ook meer armoede. De grootste Mall in Purwodadi is de Lewes Mall. Bijzonder klein en armoedig vergeleken met de Paragon Mall in Semerang, maar als je het vergelijkt met de lokale traditionele markt (Pasar Purwodadi) toch ook weer een wereld van verschil. Dat (vergelijken) is precies wat voor vanochtend op het programma stond. ’s Ochtends bezochten we pasar Purwodadi. We hadden ook pasar Godong kunnen bezoeken, maar pasar Godong was de werklocatie van mijn familie. Onze ouders en Ilse zouden er met hun lichtgevende blanke huid zoveel aandacht trekken dat Jomanda er jaloers op zou zijn. De familie zou in no-time van onze aanwezigheid op de hoogte zijn geweest waarna ‘vrij’ rondlopen over de pasar niet mogelijk zou zijn geweest en de familie bovendien het risico zou lopen voor de hele pasar tentoongesteld te worden in Arti’s toko. Na wat aankopen van Batik kleding en een uit nood gedwongen bezoek aan het plaatselijke toilet, had men het snel gezien op de pasar. Het was er dan ook erg warm en ook de geur was lang niet overal aangenaam. In stijl (via becaks) liet ik ons vervoeren naar Lewes Mall alwaar we lunchten en de kinderen lieten spelen op de bovenste verdieping. ’s Middags was ‘vrijgegeven’ om te kunnen rusten. De familie bereidde een feest voor en wij waren daarvoor uitgenodigd. Ik verwachtte er best veel van, aangezien wij gevraagd werden de kosten voor het eten en het vuurwerk (vier miljoen IDR, omgerekend 250 euro) te dragen en ons verteld werd dat het feest wel tot 2.00 uur zou duren. Om ongeveer 17.00 uur kwamen we aan op de kampong in Godong. Hoewel het weerzien tussen onze families erg hartelijk was, viel het feest mijzelf behoorlijk tegen. Goed, er was inderdaad voldoende eten, maar aangezien er geen vuurwerk was gekocht vond ik de prijs van 4 miljoen veel te hoog. Ik heb dit uitgesproken met mijn ‘Nederlandse familie’ en hoewel besloten is hier verder geen punt van te maken, zat mij dit niet lekker. Daarbij kwam Ratna pas tegen half tien ’s avonds aan waardoor het lastig was met familie te communiceren. Hoewel tegen ons gezegd was dat het feest tot 2.00 uur zou duren, was het grootste gedeelte van de familie al afgehaakt en ook wijzelf waren vermoeid en wilden eigenlijk wel naar huis. Het kwam er op neer dat Ratna ons zo aantrof en dat ze eigenlijk bij aankomst direct haar best deed vervoer naar ons hotel te regelen. Dit duurde best lang en de onzekerheid hierover en de vermoeidheid maakten dat wij ook geïrriteerd raakten. Uiteindelijk hakte ik de knop door om, ondanks eerdere mislukte pogingen, nogmaals te proberen of er een Grab taxi beschikbaar was. Dit bleek gelukkig het geval te zijn. Onderweg naar ons hotel dacht ik met weemoed aan het park Grobogan Bersemi (zie https://www.facebook.com/1228636020487740/posts/2798668343484492). Ik wist dat daar een gelukkig nieuwjaar festival werd gehouden en achteraf had ik spijt dat we niet daar Oud en Nieuw hadden gevierd. Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Woensdag 1 januari 2020
  • Semarang, Kampung Pelangi

    Semarang, Kampung Pelangi

    Stel je wilt een sloppenwijk aantrekkelijk maken om de lokale bevolking kansen te geven door toeristen naar hun gebied aan te trekken. Wat doe je dan? De Indonesische bevolking vond het een goed idee om het beeld van een krottenwijk te veranderen in iets positiefs en vrolijks door veel kleuren en graffiti afbeeldingen te gebruiken. Door het hele land, vooral op Java, zijn zo diverse Kampung Pelangi’s (regenboogwijk) ofwel ‘rainbow village’. Ook in Semarang wilde een lokale gemeente een kampong een make-over te geven. Geïnspireerd op een aantal andere dorpen in Indonesië gaf ze ruim €20.000 uit om Kampung Pelangi Semarang op te bouwen. Wij besloten deze te bezoeken (zie de foto’s). Hoewel Ilse haar opa heeft in het leger in Indonesië heeft gediend wist Ilse weinig tot niets over de inmenging van Nederland in Indonesië (voor achtergrond informatie verwijs ik graag naar https://npofocus.nl/artikel/7461/). Dat is ook niet zo vreemd, want in het onderwijs wordt hierover nog altijd veel te weinig aandacht besteed. Toch wordt het steeds actueler. Dit jaar heeft de rechter een schadevergoeding toegewezen aan de nabestaanden van Rawagede (https://historiek.net/bloedbad-van-rawagede-1947/8051/) en onlangs nog zond NPO de documentaire serie ‘Onze jongens op Java’ uit. Omdat we hier met belangstelling naar hebben gekeken, besloten we ereveld Candi te bezoeken. Ereveld Candi is gelegen in de heuvels even ten zuiden van Semarang. Het werd aangelegd op initiatief van de militairen van het eerste contingent Nederlandse troepen, de ‘T-brigade’, dat 12 maart 1946 bij Semarang aan land kwam. Op dit ereveld zijn uitsluitend gesneuvelde militairen (her)begraven. Ereveld Candi telt meer dan 1.000 graven. Bijzonder is dat we in het register de naam Tjeerd Nijsingh tegen kwamen. Dit is een omgekomen kameraad van Ilse haar opa en hij is begraven op Ereveld Pandu in Bandung. Vandaag dus een wisseldag. Aan het einde van de middag pakten we onze koffers en snelden we ons via Grab Taxi naar Stasiun Semarang Poncol (spreek uit Ponktjol). Aldaar pakten we de trein naar Ngrombo om via Grab taxi naar ons nieuw hotel Kyriad Grand Master Hotel te Purwodadi te gaan. Kyriad Grand Master is het Hotel dat zich het dichtst bij de familie bevindt. Morgen gaan we Oud & Nieuw vieren bij de familie. Ik ben erg benieuwd hoe mijn familie reageert op eh… Mijn familie. Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Dinsdag 31 december 2019
  • Semarang, Kota Lama

    Semarang, Kota Lama

    Na ons bezoek aan Lawang Sewu gingen we terug naar ons hotel. Als excuus droegen we aan dat Ajanna moest slapen (Ajanna moet nog steeds een stevig middagdutje doen), maar het kwam er op neer dat we ons zelf heerlijk hebben opgefrist en ook heerlijk in een koele hotelkamer hebben geslapen. Het klinkt wellicht als ‘duizend open deuren’, maar het kan hier nogal warm zijn. Aan het einde van de middag sloeg bij mij dan toch weer het noodlot (lees de diarree) toe. Dat betekende dat het reisgezelschap zich zelf maar even moest redden omdat ik andere dingen te doen had in mijn hotelkamer. Verder zal ik niet in details treden, want Ilse is zo handig geweest om onze ouders redacteur te maken van deze pagina. Hierdoor kunnen ze in eens wel weer deze pagina lezen en ik zou niet willen dat ze ineens anders tegen mij aankijken. Nou ja, ik wil dan nog wel even kwijt dat ik de efficiëntiegraad zo hoog mogelijk wilde houden. Daarom besloot ik de opstelling van de hotelkamer te wijzigen zodat ik het één en ander tegelijk kon doen (zie foto). Verder niet te lang bij stil staan bij het lezen van dit verslag zou ik zeggen. Aan het einde van de middag bezochten we Kota Lama, de oude binnenstad uit het Nederlands-Indië tijdperk. Overal om je heen zie je gebouwen uit de Nederlandse koloniale tijd. Grappig dat je aan de andere kant van de wereld toch op zoek gaat naar Nederlandse invloeden. Zo is mijn grootste behoefte (groter nog dan hetgeen hier om de vijf minuten wordt doorgetrokken) een bruine boterham met oude kaas. Ik heb daar vaker last van gehad in Indonesië en ik weet dat dat er echt niet inzit (zie mijn verhaal over het broodjes sperma in Kuta: https://www.facebook.com/1228636020487740/posts/1808226119195391). Kota Lama bleek echter een goed alternatief te zijn om onze honger naar ‘Belanda’ enigszins te stillen (zie foto’s). Na Kota Lama zijn we teruggegaan naar de Paragon Mall om te eten. Er stond wederom Nasi Goreng op het menu. Gezien de huidige staat van mijn darmstelsel sloeg ik het eten over, maar de rest heeft lekker gegeten. Na het eten zijn we naar het hotel en naar bed te gaan. Morgen is het ‘wissel’ dag! Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Maandag 30 december 2019