Categorie: Indonesië en reizen

  • Front One Hotel

    Front One Hotel

    Van Godong weer terug naar Purwodadi dus. Dat bleek gemakkelijker gezegd dan gedaan. Aanvankelijk wachtte ik op de bus die van Semarang via Godong naar Purwodadi reed, maar om een reden die mij niet bekend was kwam die niet. Ondertussen was ik gesnapt door mijn zus Nuryati. Dat was ook niet zo gek. Zus Nuryati verdient de kost door het verkopen van deels eigen verbouwde groente en fruit. Blijkbaar had ze een klein houten opslaghokje aan de kant van de weg en liet ik nou net voor dat hokje op de bus wachten. “Grab-car,” zei ze tegen me. Hoewel mijn voorkeur nog steeds uitging naar op de bus wachten, besloot ik maar te voldoen aan haar verzoek en via de Grab app probeerde ik een Grab-taxi te bestellen. Helaas bleef de app de melding geven dat er geen grab-taxi’s beschikbaar waren. Noodgedwongen koos ik daarop voor een grab-biker. Gelukkig waren deze wel beschikbaar, maar om nu te zeggen dat het fijn rijden is 20 kilometer achterop een hobbelende moter met een veel te zachte achterband, dus een veel te beurse kont? Het alternatief was natuurlijk lopen dus eigenlijk mocht ik niet klagen, maar ik was toch blij dat ik na een dollemansrit van bijna drie kwartier de lobby instapte van hotel FrontOne. FrontOne hotel heeft als thema muziek. Op zich leuk, maar het bleek alleen visueel te zijn. Dat is niet zo handig als het om muziek gaat. Dus veel foto’s en plaatjes van muziek instrumenten, maar instrumenten die je daadwerkelijk kon bespelen, ho maar. Dan haak ik al snel af natuurlijk. Hotel FrontOne bevindt zich schuin tegenover Gryad Grand Master Hotel: ook uit het centrum dus en het is het andere hotel dat ook via Booking.com te boeken is. Het was duurder dan het Gryad Grand Master Hotel en wat mij betreft is dat niet gerechtvaardigd. Ook hier was het bed heerlijk, maar het Gryad Master Hotel straalde gewoon meer luxe, rust en comfort uit. Het FrontOne Hotel was gehorig en de kamers waren kleiner. Het sanitair was verder wel goed en er was zelfs een klein zwembad. Het ontbijt was bescheiden, maar goed te doen. Terug naar het thema muziek: mijn gitaar heb ik best gemist. Als ik wat zit aan te modderen met mijn gevoelens dan pak ik al snel de gitaar om even wat weg te pingelen: dat geeft me vaak troost en verlichting. Nu heb ik al heel wat gemengde gevoelens voor mijn kiezen gehad hier in Grobogan en dat ik mijn gitaar niet voor het grijpen had ervoer ik toch wel als een groot gemis. Helemaal omdat Sander Metz (ook iemand die uit Indonesië geadopteerd is) mij gevraagd had of ik het liedje ‘Op Straat’ (vertaling van Street of London, uitgevoerd door Guus Meeuwis) ten gehore wilde brengen in zijn theatervoorstelling van vandaag ‘De grote meezingshow’, waarvan de opbrengst bestemd was voor Hart4Sulawesi: een initiatief van Hartini Van Rijssel (ook geadopteerd uit Indonesië) dat zich inzet voor de slachtoffers van de aardbeving in Sulawesi eind september vorig jaar). Ik had Sander mijn medewerking toegezegd, maar ik moest daar helaas op terugkomen toen ik later besloot naar Indonesië te gaan. Sander heeft het lied daarom zelf maar gezongen (zie https://www.facebook.com/sander.me…/videos/2289562877976986/). Ik heb er met een beetje weemoed naar gekeken: graag had ik erbij willen zijn. Hoewel ik eerder heb gezegd dat vergelijken eigenlijk nooit goed is, vind ik de tekst van het liedje wel toepasselijk; zeker met de taferelen die ik gezien heb in de sloppenwijken in het achterhoofd. Wat dat betreft merk ik dat ik er aan toe ben om weer naar Nederland te gaan. Zeker nu het officiële afscheid van de familie is geweest. Ik mis Ilse, Joanne en Ajanna ontzettend, evenals de bruine boterhammen met oude kaas (let wel: in deze volgorde). Ik ben nu voor de vierde keer in Indonesië geweest en alle keren heb ik Indonesië op een andere wijze beleefd, bekeken en gezien. En ik ben blij wederom gezien te hebben dat het goed is. Saya pulang! Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Maandag 11 maart 2019
  • Afscheid van de familie (4)

    Afscheid van de familie (4)

    Verbaasd werd ik vandaag pas om 9.00 uur wakker. Hoewel ik gisteren bijna de hele dag geslapen had was ik vannacht niet één keer wakker geweest. Nog mooier was dat ik ik me op een beetje hoofdpijn na eigenlijk weer fit voelde. Dat kwam me mooi uit, want vandaag zou ik me gaan voorbereiden op mijn terugreis naar Nederland. Nog één hotel te gaan in Purwodadi, daarna nog eentje in Semarang en dan de lange vliegreis terug naar Nederland. Vandaag zou ik reeds afscheid nemen van mijn familie. Waarom vandaag al? Omdat het vandaag zondag is en de familie dan op de kampong is. Over het ontbijt en over het uitchecken bij Hotel Kencana kan ik vrij kort zijn: er vonden geen incidenten plaats. Eventjes dacht ik van wel, want toen ik het ontbijt achter de kiezen had, toen zag ik op de menukaart dat ik zojuist ‘Nasi Goreng Kucing’ op had. Geschrokken vroeg ik een medewerker of ik daadwerkelijk kat (kucing) had gegeten. Ik meende eigenlijk geen verschil met het ‘Nasi Goreng Ayam’ (kip) te proeven. Ik werd weer eens niet begrijpend aangekeken, waarop een andere medewerker hard begon te lachen: wat bleek? In de Nasi Goreng zaten gewoon stukjes kip, maar met Kucing werd ‘kleine portie’ (ontbijt) bedoeld: als ware het een portie voor een kat. Rare jongens die Javanen, maar als je er over nadenkt toch ook zo gek weer niet. Wanneer ik koninginnensoep eet verwacht ik tenslotte toch ook niet mijn tanden in de eh… armen van Koninging Maxima te zetten? Zus Nurul wist dat het vandaag mijn laatste dag in Godong zou zijn, dus ze had me een paar dagen geleden een bericht gestuurd met de vraag of het niet leuk zou zijn om met de hele familie te gaan zwemmen. Of ik dan wel voor de hele familie de entree wilde betalen. Natuurlijk wilde ik dat wel. “Regel het maar,” had ik teruggewhatsappt. Gisteren had ik nog om een statusupdate gevraagd, maar Nurul vertelde me dat de familie niet echt massal geantwoord had. Ik stelde daarop voor om dan eerst in Godong af te spreken en dat we dan ter plekke wel zouden zien hoe of wat. Zo gezegd zo gedaan. Maar ik had de laatste hap Nasi Goreng Kucing nog niet volledig doorgeslikt of ik kreeg bericht van Ratna. Waar ik was: de hele familie stond met nageslacht en aanhang klaar bij Waterboom Klambu. De definitieve afspraak was naar mijn idee nog niet gemaakt, laat staan dat er een tijd was afgesproken, maar ik heb de familie laten weten dat het nog minimaal twee uur zou duren voordat ik ter plaatse kon zijn (ik moest nog inchecken in het nieuwe hotel, daarna mijn fiets ophalen bij een ander hotel en vervolgens 20 kilometer fietsen om in Godong of Klambu te kunnen zijn. Hierop is de familie maar zonder mij gaan zwemmen. Toen ik inderdaad twee-en-een-half uur later in Godong aankwam, kwam de familie net terug. Omdat ik begreep dat het entreegeld een issue was, betaalde ik dit terug aan degene die het ‘voorgeschoten’ had waarna ik tot ’s avonds bij de familie ben gebleven. Omdat het mijn laatste keer in Godong zou zijn, ben ik ook een behoorlijke tijd met Ibu, mijn oudste broer Ismanto, mijn oudste zus Nuryati en mijn jonsgte zus Ratna die als tolk zou fungeren apart gaan zitten. Ik heb hen nogmaals uitgelegd waarom ik deze keer de keuze heb gemaakt in Purwodadi te verblijven. Daarnaast wilde ik nu echt weten hoe het met de gezondheid van Ibu ging en ook hoe de familie hiermee omging. Van Ismanto begreep ik dat hij gezien heeft hoe kwade geesten bezit hebben genomen van Ibu en dat de familie inderdaad van plan is binnenkort met behulp van Rukya deze geesten te verdrijven. Hoe moeilijk ik dit ook vind: er zit voor mij niets anders op dan dit te respecteren. Ik heb nog wel even doorgevraagd, maar Ismanto kon hier niet heel specifiek in zijn, behalve dat het nogal heftig was toen de geesten bezit namen van Ibu en dat Ibu sinds dien niet meer zichzelf is. Aan de hand van zijn verhaal, heb ik zelf het vermoeden dat Ibu een beroerte heeft gehad; maar wie zal het zeggen? Op mijn vraag wat de familie met mijn verzoek heeft gedaan toch ook Ibu gebruik te laten maken van de reguliere gezondheidszorg vertelde Isman me dat er regelmatig een dokter komt kijken maar dat deze dokter heeft gezegd dat hij behalve het voorschrijven van medicijnen weinig tot niets meer voor Ibu kan doen en dat de familie zich er op moet voorbereiden dat Ibu er binnenkort misschien niet meer is.Deze doktersbezoeken en de voorgeschreven medicijnen kosten geld en daarom hebben de kinderen van Radjiman en Ibu tijdens de eerste familievergadering na het overlijden van Radjiman besloten om wekelijks 20.000 IDR af te staan om zo de gezondheidszorg van Ibu te kunnen bekostigen. Toen ik dat hoorde, had ik ook de behoefte om hier aan me te doen. Omdat ik niet elke week naar Indonesië zou kunnen,stelde ik voor elk jaar voor een jaar (1.040.000 IDR = 65 euro) te betalen. Ismanto’s reactie maakte me erg verdrietig en wederom schieten de tranen me weer in de ogen terwijl ik dit aan het typen ben. Hij begon te huilen en hij zei dat de familie heel goed besefte het ‘recht’ mij om financiële steun te vragen te hebben verspeeld op het moment dat ze mij ter adoptie had afgestaan. Hierop stelde ik de familie de vraag of ze mij dan niet als familie zag. Tot dat moment bleek uit niets dat Ibu ook maar iets van het gesprek te hebben meegekregen maar op het moment dat zus Ratna mijn vraag vertaalde wierp ze zich huilend in mijn armen, ondertussen allerlei zinnen in het Javaans prevelend die ik niet verstond. We hebben elkaar alle vijf lang en stevig vastgehouden. Een moment dat me altijd bij zou blijven. En hoewel het verdriet dat we toen allen voelden een emotie is die de taalbarrière oversteeg fluisterde Ratna in mijn oor wat Ibu mij in het Javaans had gevraagd. Of ik ook na haar dood voor de familie zou willen blijven zorgen. Niet zozeer financieel, maar het niet vergeten van de familie in Indonesië, maar ook in Zweden (Lin en Emelie) en in Nederland (Mark) zou al voldoende zijn. Ik heb Ibu beloofd er alles aan te doen om aan haar wens te kunnen voldoen. We waren nog niet bijgekomen, toen ik resoluut 1.050.000 IDR pakte van het geld dat neef Nuris mij had terugbetaald om dit aan Ibu te geven. Een deel van mij wilde meer geven, maar ik ben oprecht van mening dat dat niet juist zou zijn. Hoewel ik, zeker in vergelijking met de familie, makkelijk geld kan missen (wat is de wereld oneerlijk verdeeld), wil ik me er absoluut voor waken het signaal af te geven liefde (af) te willen kopen. De familie begon weer te huilen, maar nu kon ik oprecht zeggen dat dat niet hoefde omdat ik toch feitelijk hetzelfde deed als alle andere kinderen… Ook de adoptie kwam nog ter sprake. Ibu herinnert zich helemaal niets meer van de adoptie, maar Ismanto en Nuryati wel. Althans daar ga ik gemakshalve maar vanuit. Want toen we adoptie bespraken waren ze het vaak onderling niet met elkaar eens. Waar ze het wel over eens waren, was dat ik voor Mark ben geboren. Dit verbaasde mij: mijn hele leven had ik gedacht dat Mark ouder was dan ik omdat in mijn adoptiepapieren stond vermeld dat ik de jongste van ons twee was. Toen ik dat aan Ismanto en Nuryati vertelde zeiden ze dat dat klopte: volgens oud Javaans gebruik wordt de eerstgeborene bij een tweeling de jongste genoemd: de ander blijft namelijk langer in de moeder, waardoor deze als ouder wordt gezien. Rare jongens die Javanen, maar wel een mooie gedachte. Tevens kwam ik er achter dat de Indonesische namen van Mark en mij niet kloppen. Op mijn paspoort staat ‘Heri Setiowan’, maar dat moet ‘Heri Setiawan’ zijn en op die van Mark staat meen ik ‘Hero Setiono’, maar dat moet ‘Heri Setiono’ zijn. Zo krijgt het ‘jezelf ontdekken in Indonesië’ wel een hele letterlijke betekenis. Het is nu toch echt tijd om afscheid te nemen. Mijn fiets zou ik bij de familie achterlaten. In het begin maakte ik mij daar een beetje zorgen over: de familie supportte het hele idee van mijn fiets niet dus ik wist ook niet of ik de fiets er wel kon achterlaten. Ibu wilde echter heel graag mijn fiets als aandenken aan mij in haar huis hebben (en ze heeft al zo’n klein huis). Joanne had thuis een tekening gemaakt. Die gaf ik in haar bijzin (aan de hand van een live video verbinding met Bolsward) aan Ibu, waarna ik met behulp van een Grab-bike onderweg ging naar het volgende hotel: hotel FrontOne. Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Zondag 10 maart 2019
  • Purwodadi, Grobogan Bersemi

    Purwodadi, Grobogan Bersemi

    Veel valt er over vandaag niet echt te vertellen aangezien ik bijna de hele dag in bed heb gelegen. Een kort verslagje deze keer dus. Om een uur of 19.00 uur werd ik wakker van de trek. Ik voelde me wel een stuk beter en hoewel ik nog wel wat flauwtjes was had ik van eventuele verhoging geen last meer. Ik besloot toch even een frisse neus te halen (voor hoever dat mogelijk is bij en buitentemperatuur van boven de 30 graden) want een hele dag in bed blijven liggen zonder er even uit zijn geweest is niks voor mij. Aangezien mijn fiets nog bij het Gryad Grand Master Hotel stond besloot ik een klein kort stukje te lopen. Het voordeel hiervan was dat ik mijn telefoon bij de hand had (wanneer ik op de fiets zit is die stevig opgeborgen in een houder die op de bovenstang vast zit). Dat geeft mij mooi de gelegenheid jullie een beeld te geven van het verkeer in Purwodadi van ongeveer 20.00 uur (overdag kan het nog drukker zijn), zie https://www.facebook.com/hunt4heru/videos/583619158783311/. Hoewel lopen door dit verkeer eigenlijk net zo gevaarlijk als fietsen, besloot ik toch nog een stuk verder te lopen, want ik hoorde een eind verderop muziek. Er bleek een groot festival aan de gang te zijn bij Grobogan Bersemi. Toen ik later op Google om meer informatie zocht, las ik dat op dit terrein elke zaterdagavond een dergelijk manifesten plaatsvond. Ik heb er heel even rondgelopen. Tot mijn verbazing kwam ik de Eigenheymer (je weet wel: de gedraaide aardappel van de Efteling) tegen!. Ok, het is nog geen bruine boterham met kaas of boerenkool met worst, maar eindelijk heb ik het gevonden: Hollands eten! Die moest ik natuurlijk hebben. Ook heb ik nog een cadeautje voor Joanne gehaald waarna ik vlug weer, nog altijd moe maar voldaan, terug naar bed ben gegaan. Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Zondag 10 maart 2019
  • Hotel Kencana

    Hotel Kencana

    Afgelopen nacht was een vervelende nacht. Jammer, want aan het hotel heeft het zeker niet gelegen. Ik ben veel wakker geweest en ik denk dat ik soms ook wat verhoging had. Zeker weten doe ik het niet want ik had geen thermometer mee en zweten doe je hier in Indonesië altijd wel. Uiteindelijk ben ik iets voor 10.00 uur opgestaan. Het liefst was ik blijven liggen, maar het ontbijt van het hotel was tot 10.00 uur beschikbaar. Hoewel ik geen zin om te eten had, leek het me wel verstandig iets naar binnen te werken. Daarnaast moest ik om 12.00 uur uitchecken. Was het ontbijt een keer lekker uitgebreid; had ik er geen zin in. Omdat het ontbijt zo uitgebreid was, was er deze keer ook wit brood beschikbaar dat je kon toasten om het daarna met jam te besmeuren. Dit leek me de meest veilige optie. Na het ontbijt besloot ik de fiets bij het hotel te laten staan en een taxi te nemen naar een Indomaret (een buurtsuper die je op elke hoek van de straat ongeveer tegenkomt). Daar kocht ik vitamine C in de vorm van fruit, voedingssupplementen en paracetamollen om met dezelfde taxi (die was zo vriendelijk op me te wachten) in te checken in het Kencana Hotel. Het Kencana Hotel ervoer ik inderdaad als een stapje terug. Toch kostte deze kamer me nu meer dan de kamer bij het Kyriad Grand Master hotel. Dat kwam doordat de kamer last minute geboekt was. Elk nadeel ‘heb’ ook weer zijn voordeel: wat betreft de kosten stonden de hotels zo wel weer in de juiste volgorde. Hoewel het bed wederom heerlijk was en de kamer verder prima, was het sanitair niet om over naar huis te schrijven (vandaar dat ik het maar hier op Facebook vermeld). Bovendien liepen er overal mieren op de kamer. Ik was echter te ziek om me ergens aan te ergeren. Ik heb alles uit mijn handen laten vallen twee paracetamollen en flink wat vitamine C naar binnen gestouwd om daarna direct weer in bed te gaan liggen. Morgen moet ik naar de familie om afscheid te nemen, want het moment dat ik weer naar huis ga komt ook steeds dichterbij. Uitzieken is dus mijn enige taak voor vandaag… Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Zaterdag 9 maart 2019
  • Wissel: Kyriad Grand Master Hotel

    Wissel: Kyriad Grand Master Hotel

    Zoals ik eerder schreef sliep het bed heerlijk in het Ampera hotel. Ik lag nog heerlijk te dromen toen er luid op mijn kamer werd gebonst. Ik schrok wakker keek op mijn horloge en ik zag dat het 6.00 uur in de ochtend was. “Permissie,” hoorde ik iemand roepen. Snel deed ik de deur open. Er werd ontbijt binnen gebracht. Twee ontbijten zelfs. “Eh, saya orang satu?” probeerde ik nog. Nee hoor, het personeel had de opdracht twee ontbijten te brengen en daar moest ik het maar mee doen. Ik had helemaal nog geen zin in ontbijt, dus demonstratief zette ik de dienbladen buiten op de gang, daarbij min of meer “Saya tidur,” snauwend waarop het personeel de dienbladen vriendelijk glimlachend oppakte, bij de buren aanklopte om ze vervolgens daar af te geven. Slapen kon ik toch niet meer, dus ik besloot de laptop maar weer open te klappen en het verslag van gisteren (dit verslag dus) op Facebook te gooien. Dit laatste klinkt misschien wat raar, maar zoals jullie misschien wel hebben gemerkt sjoemel ik soms wat met de publicatiedata. Vaak loop ik een dagje achter. Als ik dan een bericht publiceer, dan pas ik de publicatiedatum aan naar de datum van de dag waarover ik schrijf. Ik doe dus nu net alsof ik dit verhaal typ in het Ampera hotel, maar eigenlijk typ ik dit in het volgende hotel. Heeft ook wel zo zijn voordelen. Zo weet ik bijvoorbeeld ‘nu’ al dat ik me ‘morgen’ niet zo lekker voel en dat ik ‘morgen’ het wat rustiger aan moet/ ga doen. Maar daarover ‘morgen’ meer. Terug naar gisteren, eh… Ik bedoel ‘vandaag’. Volgens de originele planning zou ik ‘vandaag’ naar het Hotel Kencana, maar reeds op 2 maart (je weet wel, die dag dat ik mijn aansluiting miste naar Jakarta) kreeg ik bericht van ‘het hotel erna’ (het Kyriad Grand Master Hotel) dat mijn boeking voor ‘overmorgen’ niet door kon gaan. Of ik mijn boeking even wilde cancelen. Dat dacht ik natuurlijk niet: ik heb gezien dat er mensen hier op straat slapen, maar hoewel ik me graag conformeer aan de locals gaat me dat toch echt te ver. Na overleg met zowel het Kencana hotel als het Kyriad Grand Master hotel werd besloten de data om te wisselen. ‘Vandaag’ dus naar het Kyriad Grand Master hotel en ‘morgen’ naar het Kencana hotel. In één keer dus twee stapjes omhoog wat kwaliteit hotel betreft, maar daar staat dan tegenover dat ik ‘morgen’ een stapje terug zou moeten. Ik was wel benieuwd naar het Kyriad Grand Master hotel. Het bevond zich aan de rand van Purwodadi en het was het dichts bij Godong. Mijn jongste zus Ratna heeft een blauwe maandag in dit hotel gewerkt en volgens haar was het een erg mooi hotel waar men ook gewoon Engels sprak. Ik geloofde dit ook wel, want het Kyriad Grand Master hotel was één van de twee hotels dat ook op Booking.com te vinden was. Nieuwsgierig als ik was besloot ik maar direct uit te checken bij het Ampera hotel om me naar het Kyriad Grand Master hotel te begeven. Bij het uitchecken kreeg ik een mooie rekening die ik betaalde, maar toen ik ‘morgen’ (dus eigenlijk vandaag bij het typen van dit verslag) de rekening nader bekeek bleek dat ik gewoon betaald had voor twee ontbijtjes op bed (of liever gezegd “Twee ontbijtjes: van bed!”). Dat wordt een slechte review… Inderdaad: vergeleken met de hotels die ik tot noch toe had gehad, was dit een ‘echten één’. Super luxe en Patricia Sijbrandi-Bakker: met pracht uitzicht over het lelijke stadscentrum van Purwodadi. De kamer was groot en de toilet en douche waren zo mooi dat het eerste dat ik deed van beide respectievelijk uitgebreid gebruik maken. Als herboren besloot ik verder te gaan met mijn programma. Op Google had ik gelezen dat Purwodadi bekend stond om haar botanische tuinen. Deze tuinen waren aangelegd door de Japanse bezetters vlak na de tweede wereld oorlog en het leek me mooi om daar naar toe te gaan. Je kon er zelfs een fiets huren om door de beroemde tuinen te fietsen. Nu ben ik helemaal geen flora-typje (en eigenlijk ook geen fietser), maar het leek me toch leuk om deze Kebun Raya Purwodadi (Grote tuin van Purwodadi) te bezichtigen, zeker omdat ik een eigen fiets had. Ik zat al op de fiets toen een blik op Google Maps mij deed verbleken (dat wil gezien mijn local-uiterlijk heel wat zeggen): ik hoefde ‘slechts’ 279 kilometer te fietsen. Ik heb maar snel mijn vizier bijgesteld op Pasar Purwodadi: de grootste plaatselijke lokale kleding-, voedsel- en overigenmarkt van Purwodai. De Purwadi in Grobogan wel te verstaan, niet die in Oost-Java. Als een echte Nederlander: kijken, kijken, niet kopen maar ook ruiken, ruiken en hard weglopen (dergelijke markten ruiken echt niet lekker) heb ik mijn ogen uitgekeken. Ook hier krioelde het van de mensen. Ik heb in totaal wel twee uren rond gelopen maar daarna begon ik me wat ziekjes te voelen (ik had al een voorgevoel) en het werd het zo warm dat ik verlangend terug dacht aan mijn luxe hotelkamer. Het begon me aan alle kanten de duizelen. Ik ben dus snel weer op de fiets gestapt om in mijn hotelkamer beroerd, zwak en rillerig in bed te gaan liggen. En hoewel het midden op de dag was viel ik in een verkwikkende slaap. Tegen 19.00 uur werd ik wakker omdat ik op de hele dag nog niet gegeten had (krijg je er van als je het ontbijt overslaat en ’s middags in bed gaat liggen). Ik toog dus naar het restaurant om te dineren, maar helaas sprak men geen Engels. Ik bestelde dus in het Indonesisch mijn vertrouwde kostje Nasi Goreng Ayam (dacht ik), maar toen het eten werd gebracht keek vanaf mijn bord één of ander beest met hele grote scharen mijn verwijtend aan alsof het me wilde vragen of het nu echt nodig was dat het twee minuten daarvoor een ijzeren pin met aan het eind een vlaggetje van het Kyriad Master Hotel door zijn kop heen gedrukt kreeg. Ik vond het heel sneu voor het beestje, maar zonder ook maar één hap te nemen heb ik betaald om daarna ‘Krab’ te verruilen voor ‘Grab’. Al een tijdje had ik geen gebruik gemaakt van Grab food (zo leer je immers de locale bevolking en gebruiken niet kennen), maar ik was nu zo futloos dat ik het mezelf toestond voor het gemak te gaan. Na het eten heb ik even met het thuisfront gebeld (na het lezen van Ilse Dondorp haar bericht hier (wat een mooie foto’s) wilde ik even weten hoe het met haar, Joanne en Ajanna ging om daarna, nog steeds niet fit, weer als een blok in slaap te vallen. Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Vrijdag 8 maart 2019
  • Van het thuisfront

    Van het thuisfront

    Hier een berichtje van het thuisfront. Vlak voor Tim zijn vertrek zei ik tegen hem: “Maak je om ons nou maar geen zorgen, er zijn genoeg mensen om ons heen en ik durf best hulp te vragen”. Maar thuis zijn zonder Tim blijkt toch lastiger dan gedacht. Aanvankelijk leek het me wel rustig, je hebt immers alleen rekening te houden met je eigen agenda. En het eerste weekend was dat ook wel zo. Maar ik word moe; en vermoeidheid doet gekke dingen met je, er komen allerlei emoties boven waar je de aard niet van kent. Daarom is het heel fijn dat er mensen zijn die op je passen. Ik krijg veel appjes van mensen die vragen hoe het gaat en we krijgen eten en oppas aangeboden. Daarom een welgemeend (vast ook namens Tim) dank je wel aan iedereen! Ilse, Joanne en Ajanna Ps: leuk om te vertellen. Twee weken geleden zijn onze meiden op de foto gezet bij de jumbo en afgelopen woensdag konden we de foto’s ophalen/nabestellen. Maar wat is dat lastig beslissen in je eentje. Foto’s van de foto’s maken en zo met Tim overleggen mocht niet (snap ik ook wel) maar beeldbellen mocht wel. En zo maakte ik in de Jumbo een live verbinding met Purwodadi en hebben Tim en ik toch onder andere deze fantastische foto uitgezocht. Aangezien ik deze nabesteld en betaald had mocht ik wel een foto van de foto maken zodat Tim deze nog op tijd in Indonesie kan laten afdrukken voor zijn moeder❤️

    Geplaatst door Godong Indonesie op Vrijdag 8 maart 2019
  • Semarang, Kanaya land 2

    Semarang, Kanaya land 2

    Van al mijn familie in Indonesië heb ik met neef Nuris (zoon van de één na oudste: zus Nuryati) het meeste contact. Hij geeft les op Stekom, Hoger Onderwijs Electronics and Computer College te Semarang, in grafische vormgeving en hij spreekt ook een beetje Engels. Nuris is ‘slechts tweedegraads familie’ maar toch heb ik met hem de meeste klik. De indirecte communicatie met de familie verloopt hierdoor ook vaak via Nuris. Dat steekt een beetje bij de familie, want hiermee doorbreek ik een ingewikkeld hiërarchisch systeem van rangen en standen binnen de Javaanse familietraditie. Toch vind ik het fijn het contact met Nuris te onderhouden. Hij geeft me veel ‘inside information’ over de familie en hij helpt cultuurverschillen te overbruggen door mij uit te leggen hoe de familie over bepaalde zaken denkt en andersom. Nuris is ook de enige die begrijpt waarom ik er deze keer voor heb gekozen niet bij de familie op de Kampong te verblijven. Tot voor kort had Nuris geen eigen huis en woonde hij samen met zijn vrouw en twee jonge kinderen nog bij zijn schoonouders. Helaas is twee jaar geleden zijn schoonvader overleden. Het huis moest worden verkocht en Nuris dreigde met zijn gezin op straat te komen staan. Op zich verdient Nuris voldoende geld om een hypotheek te kunnen afbetalen, maar om een hypotheek te kunnen afsluiten moest 2.000.000 IDR (ongeveer 125 euro) aan provisie en overige kosten worden betaald. Nuris kon dat destijds niet in een keer ophoesten, waarop Ilse en ik hem dat geld buiten medeweten van de familie om hebben geleend zodat hij een huis kon kopen. Nu ik in Indonesië was, wilde hij mij dat huis natuurlijk graag laten zien. Omdat Nuris tussen Semarang en Demak woont, kon ik dit mooi combineren met het uitzwaaien van Inge. Nadat Inge in haar trein richting Jakarta was gestapt liep ik naar een grote supermarkt, zo’n 50 meter van Stasiun Semarang Poncol vandaan om daar een Grab taxi te bestellen. Mocht je ook ooit gebruik maken van Grab: vermijd dan dat een Grab taxi je op moet halen op een plaats waar veel concurrerend vervoer (plaatselijke taxichauffeurs, Bluebird, becaks, etc.) beschikbaar is zoals op Stasiun Semarang Poncol. Dit kan tot serieuze problemen leiden. De grab chauffeur kon het adres van Nuris eerst niet vinden. Het bleek een nieuwbouw wijk te zijn tegen Demak aan. In tegenstelling tot de chauffeur (de chauffeurs rijden daar als een bezetene) was Google Maps geduldig en zo stond ik een uurtje later voor Nuris’ zijn nieuwe deur. Als enige van de familie wist Nuris wanneer ik ongeveer naar Indonesië zou komen. Hij had daar zeer ruim van te voren speciaal naar geïnformeerd want hij wilde mij het geleende geld dan terug kunnen betalen. Dit was dan ook het eerste dat hij deed en hij bedankte me nogmaals dat hij het geld had mogen lenen. Hierna liet hij mij zijn huis zien. Het was een klein huis met vier kleine ruimtes waarvan Nuris één ruimte gebruikte als kleine hal. Wij zouden deze ruimte als woonkamer inrichten, maar in Indonesië stalt men er ’s nachts de scooters om te voorkomen dat deze worden gestolen. Twee andere kleine ruimtes gebruikte Nuris als slaapkamers en de overgebleven ruimte voor het sanitair (toilet, douche en keuken). Nuris had geen meubels, dus we zaten op een matras in één van de twee slaapkamers. We hebben veel over de familie gesproken. Nuris vertelde me dat de familie zich grote zorgen maakte over het feit dat ik me zelfstandig op de fiets, in en om Godong begaf. en hij bevestigde inderdaad het onbegrip van de familie over diverse keuzes die ik deze keer had gemaakt. Wat ik heel interessant vond, was dat Nuris mij inzicht gaf over zijn financiën: om zijn nieuwe huis te kunnen kopen had hij een hypotheek genomen van 100.000.000 IDR (ongeveer 6.200 euro). Elke maand moet hij 900.000 IDR (ongeveer 50 euro aan aflossing en ongeveer 6 euro aan rente) betalen zodat zijn huis binnen 10 jaar (gangbare periode in Indonesië) afbetaald zou zijn. Door hard te werken (Nuris geeft 5 dagen in de week tussen 8.00 uur en 15.00 uur les, waarna hij gaat rusten om ’s avonds van 17.00 uur tot 20.00 uur en zaterdag de hele dag bij te verdienen als Grab-biker) verdient Nuris per maand 1.400.000 IDR. Wanneer je de kosten voor het huis hiervan aftrekt betekent dat dat Nuris maandelijks 500.000 IDR (ongeveer 31 euro) per maand over heeft om zijn gezin te kunnen onderhouden. Nu heb ik al gemerkt dat het in Indonesië een stuk goedkoper leven is dan bij ons, maar ik snap nu ook wel waarom. Want heel veel, zeg maar gerust de meeste, Indonesiërs zijn niet eens bij machte een huis te kopen en sommige niet eens om te huren. Over de financiële situatie van degene die ik in de sloppenwijken heb gezien nog maar te zwijgen. Tegen het einde van de middag nam ik afscheid van Nuris. Hij bracht me op zijn scooter naar de hoofdweg. De wegen in Grobogan hebben niet echt een naam: daarom wordt de weg genoemd naar de steden die hij verbindt, in dit geval dus Jl. Semarang – Purwodadi (waar Jl. voor Jalan = weg staat). Ik besloot niet terug te gaan naar Stasiun Semarang poncol. Daarvoor moest ik door het centrum en rond deze tijd was het daar altijd heel erg druk. In plaats daarvan besloot ik met de bus terug te gaan. Ik had al gefietst, ik had al gereisd met de trein en de Angkot; nu besloot ik dus aan de kant van Jl. Semarang – Purwodadi te wachten op de bus naar Purwodadi. Aan bustijden doet men niet in Grobogan, ook niet aan bushaltes trouwens: je wacht gewoon daar waar het je het beste uitkomt. Normaal komt er ongeveer om de 20 minuten een bus voorbij, maar ik was even vergeten dat het Hari Raya Nyepi was wat betekende dat er minder bussen reden. Drie kwartier heb ik gewacht en toen kwam er een bus. Omdat er bussen uitvielen was deze bus natuurlijk hartstikke vol. Ik mocht er eigenlijk niet in, maar toen men door had dat ik een buitenlander was mocht ik mee, mits ik dan twee maal de ritprijs van 20.000 IDR (totaal dus 40.000 IDR = 2,50 euro) zou betalen. Ik vond het allang best, maar als ik geweten had dat ik twee-en-een-half uur lang gevaarlijk op het randje bij de openstaande achterdeur zou moeten balanceren, was ik wellicht toch via een Grab-taxi naar mijn hotel gegaan… Tot morgen! Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Vrijdag 8 maart 2019
  • Station Semarang Poncol

    Station Semarang Poncol

    Binnen iets meer dan een uur (dat is minimaal twee maal, maar afhankelijk van de verkeersdrukte tot drie of zelfs vier maal sneller dan met de auto) was ik in Semarang. Bizar is dat deze trein soms dwars door een krottenwijk heen rijdt. Het is me niet bekend wat er nou eerder was; het spoor of de wijk, maar ik zag taferelen die je in Nederland echt nooit zou aantreffen. Inge zat bij de ingang van Stasiun Semarang Pocol reeds op me te wachten. We hebben bijna anderhalf uur zitten kletsen (voor mensen die op Facebook bevriend met Inge zijn, zie haar verslag: https://www.facebook.com/ingerirawati/posts/2301902396738651). Wat een verademing om weer Nederlands te kunnen spreken! Natuurlijk houd ik contact met het thuisfront, maar om in Indonesië Nederlands te kunnen spreken, dat is toch anders. Voor de locals moet het een vreemd gezicht zijn geweest: twee Indo lijkende mensen die praten en lachen in een taal die ze niet begrijpen (“Weten ze ook eens hoe ik mij soms voel,” bedacht ik me nog). Inge deed mij haar persoonlijk verhaal waarbij ook de onderwerpen adoptie, (zoektocht naar) biologische familie en identiteit veelvuldig ter sprake kwamen. Ik zal niet veel in details treden omdat dat natuurlijk aan Inge zelf is, maar dat haar tijd in Indonesië bijzonder is geweest, bizarre ontwikkelingen heeft gekend en emotioneel best nog het één en ander ter weeg zal brengen durf ik hier nog wel te stellen. Wanita Ibu Irawati yang terhormat. Semoga perjalanan Anda sangat baik kembali ke Belanda. Pikiranku akan bersamamu dua minggu ke depan!. Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Donderdag 7 maart 2019
  • Stasiun Ngrombo (1)

    Stasiun Ngrombo (1)

    Via één van de vele bijeenkomsten van Stichting Mijn Roots (een stichting die geadopteerden uit voornamelijk Indonesië helpt bij hun zoektocht naar biologische familie of andersom) heb ik Inge (Wanita Ibu Irawati) leren kennen. Een vrouw die net als bijvoorbeeld Sander Metz is geadopteerd vanuit Ambarawa, een plaatsje ongeveer 50 kilometer onder Semarang. Inge is enkele weken geleden ook naar haar geboortestreek afgereisd om zich daar onder de locals te begeven om te beleven hoe het leven daar is. Vandaag ging ze echter weer terug richting Nederland. Ze zou met de trein van Station Semarang Poncol naar Jakarta, waar ze na een paar dagen het vliegtuig zou pakken naar Nederland. Ik volgde Wanita al een tijdje op Facebook, vandaar dat ik op de hoogte was van haar plannen. Een paar dagen geleden had ik haar een bericht gestuurd met de vraag of het haar ook leuk leek om elkaar te ontmoeten. Hier had ze bevestigend op geantwoord: vandaag zou ik dus naar Semarang gaan. Drie jaar geleden had ik op Google gezocht naar het dichtst bij de familie zijnde treinstation. Dat bleek Stasiun Ngrombo te zijn. Een treinstation dat in de koloniale tijd door Nederland is gebouwd maar volgens Google al lange tijd niet meer in gebruik was. Althans, dat zei Google drie jaar geleden. Toen ik er vanochtend weer op Google, liet Google tot mijn verbazing aankomst- en vertrektijden zien van treinen. Dat zou toch niet? Ik besloot de gok te wagen: ik sprong op mijn fiets en begaf me richting Stasiun Ngrombo. Na een heerlijk ontspannen fietstocht (relatief was het dus rustig op de weg) kwam ik er aan. Het station bleek helemaal opnieuw opgebouwd te zijn en volledig operationeel. “Eh… Saya jalan ke Semarang Poncol”, hoorde ik mezelf stamelen bij het loket. De loketbeambte keek me wat vreemd aan. Zo gaat het altijd hier in Indonesië. Ik zie er natuurlijk uit als een echte Indonesiër waardoor ik niet opval, maar zodra ik mijn mond open doe, gaat het fout (dat is trouwens in Nederland ook vaak het geval, maar dat ter zijde). Blijkbaar werd ik toch begrepen. Ik moest me nog legitimeren, 45000 IDR (2,83 euro) betalen waarna ik een kaartje kreeg naar Stasiun Poncol Semarang, het treinstation waar Inge haar terugreis naar Nederland zou starten. Verheugd zag ik dat op het kaartje wagon- en stoelnummer stonden vermeld: ik was dus verzekerd van een eigen zitplaats. Helaas, fout gedacht! Ook hier in de trein weer Indonesische taferelen: mijn stoel begaf zich aan het gangpad. Ik zat aan de treinkant waar de banken breed genoeg waren voor twee-en-een-kwart orang-orang (mensen). Toch werden er voor deze banken drie kaartjes verkocht. Dat betekende dus dat, wanneer ik mijn linkerbil tegen de rechterbil van mijn buurvrouw plakte ik nog net een stukje bank kon meepakken, maar dat mijn rechterbil het zonder de geriefelijke ondersteuning van de overigens keiharde bank moest doen. Tot overmaat was de rechterbil van mijn buurvrouw erg warm en deze warmte werd uitgestraald naar mijn linkerbil maar mijn rechterbil had het heel koud omdat er een overijverige airco op stond gericht. Het was wat ongemakkelijk, maar ik troostte me met de gedachte dat de man die voor me zat het nog ongemakkelijker moest hebben dan ik (om geen mensen te beledigen laat ik de foto maar voor zich spreken)… Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Donderdag 7 maart 2019
  • Ampera Hotel: Hari Raya Nyepi

    Ampera Hotel: Hari Raya Nyepi

    Vandaag is het Hari Raya Nyepi (Nyepi dag). Dit is een dag van stilte, bezinning en meditatie in het Hindoeïsme. Je kunt deze dag na 5.00 uur in de ochtend vierentwintig uur lang je hotel niet verlaten. Niemand komt buiten en er gelden vier verboden: geen licht, niet reizen, geen activiteit en ook geen ontspanning. Houd je je niet aan deze regels, dan kun je worden opgepakt voor het verstoren van de rust. Iedereen blijft dus binnen en er mag geen licht branden. Het is ’s avonds dan ook aardedonker. De avond voor Nyepi is het Ogoh-Ogoh. Dan wordt er juist zoveel mogelijk herrie en kabaal gemaakt met als doel de kwade geesten te verdrijven. Daarna, vandaag dus, is het van 6 uur ’s ochtends tot de volgende dag 6 uur ’s ochtends Nyepi: een deze dag van absolute bezinning, rust en stilte. De stilte en het niet gebruiken van lichten is om de boze geesten die toch nog overvliegen in de waan te brengen dat het verlaten is. Ze kunnen dan niemand ‘bezitten’, want wie niet zichtbaar en hoorbaar is, bestaat niet. Indonesië is het grootste Islamitische land ter wereld, maar zoals gezegd is Nyepi Hindoeïstisch. Bovenstaande taferelen komen dan ook eigenlijk alleen voor op Bali, waar zo’n beetje alle inwoners het Hindoeïsme aanhangen en niet hier in Grobogan. Waarom ik het dan toch vermeld? Omdat Nyepi wel één van de nationale feestdagen is die Indonesië rijk is. Kennen we in Nederland 11 nationale feestdagen, doordat er een grote diversiteit aan culturen en religies is kent Indonesië er 15. Niet alleen islamitische feestdagen zijn een nationale vrije dag: er zijn ook christelijke, hindoeïstische, boeddhistische en Chinese feestdagen waarvoor het hele land een vrije dag krijgt, en daarnaast nog enkele niet-religieuze feestdagen. En hoewel Nyerpi dus niet in Grobogan gevierd wordt, is wel iedereen vrij en dat is te merken, met name aan het verkeer. Dat is namelijk veel rustiger dan normaal. Ok, naar Westerse begrippen nog steeds chaotisch druk, maar ik vond het heerlijk om in het verkeer eens mijn reet (met een t) te kunnen keren, zonder het gevaar te lopen dat er een scooterrijder tegenaan reed (met een d). Het ontbijt van Hotel Griya Laksana was karig (een bordje Nasi Goreng met thee) maar lekker en goed. Ik heb mijn bagage weer opgenomen om in te checken bij Ampera Hotel Purwodadi. Dit vond ik een mooi hotel. Nog steeds sober, nog steeds geen ramen dus geen uitzicht naar buiten maar Patricia Sijbrandi-Bakker: men heeft dat aan de hand van bamboebehang geprobeerd te compenseren (zie foto’s). Het bed sliep heerlijk, en het sanitair was goed. Voor het eerst een toilet met een stortbak (op zijn Westers doorspoelen) en zelfs een toiletrolhouder (op zijn Westers vegen). Het douchen vond ik nog steeds wel wat behelpen, maar verder is dit hotel goed te doen. Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Donderdag 7 maart 2019