Naar aanleiding van mijn bericht van gisteren heb ik best veel vragen gekregen. Vragen als ‘Hoe is het om je biologische ouders te hebben gevonden’, ‘Waarom heb je twintig jaar gewacht om je biologische familie te contacteren’, ‘Hoe kon het dat je reeds de namen wist van je oudste biologische broer en zus’ (waaruit blijkt dat er best kritisch naar de KRO’s Spoorloos en TLC’s Separated at Birth is gekeken), maar ook ‘geeft de kennis van je biologische familie je ook rust?’ Voor de mensen die het interessant vinden, zal ik proberen het één en ander toe te lichten. Degene die het niet interessant vindt, raad ik aan snel door te scrollen 🙂 . Twintig jaar geleden gaf het me geen rust, in tegendeel zelfs. Tot dat moment was het mij niet bekend dat de familie altijd gedacht had dat mijn tweelingbroer na de geboorte was overleden. Mijn adoptiemoeder had me net afgewezen en vlak daarna las ik dat mijn biologische moeder mij niet had willen afstaan. Op dat moment wenste ik dat ik nooit geadopteerd was. Tot mijn grote teleurstelling heeft Spoorloos er destijds geen uitzending aan kunnen of willen wijden wat automatisch inhield dat ik niet op kosten van Spoorloos naar Indonesië zou kunnen gaan (ik was destijds niet financieel bij machte om zelf naar Indonesië te gaan). Spoorloos wilde of het hele verhaal vertellen of niet, wat inhield dat ze mij alleen samen met Mark naar Indonesië wilde laten gaan. Van Spoorloos heb ik destijds begrepen dat de adoptiemoeder niet toestond dat Mark naar Indonesië zou gaan, dat zij Spoorloos ook geen toestemming gaf beelden van/ over hem en/ of mij uit te zenden (we waren destijds nog net minderjarig) en dat ze de omroep zelfs zou aanklagen wanneer dit wel zou gebeuren. Spoorloos heeft daarop het item beëindigd en het hele dossier aan mij overgedragen. Dit dossier heeft altijd als een zware last op mijn schouder gelegen. Mijn adoptiemoeder (en later ook mijn tweelingbroer zelf) heeft meerdere malen dat dossier opgeëist. Op mijn vraag waarom ze inzage in het dossier wilden, gaven ze aan contact met mijn biologische familie buiten mij om te willen leggen. Omdat ik dit niet wilde heb ik hen inzage in het dossier altijd geweigerd. Het verweer dat ik wel in de positie was buiten hen om contact de biologische familie te leggen, veranderde hier niets aan. Wel deed ik de belofte te zullen wachten mijn biologische familie te contacteren totdat mijn tweelingbroer er aan toe zou zijn hen samen met mij te bezoeken zodat het eerste contact niet aan één van ons maar aan ons beiden zou zijn. Hierna zou ik mijn tweelingbroer volledig inzage geven in het dossier van Spoorloos. Mijn adoptiemoeder en mijn tweelingbroer hebben nog geprobeerd via onder andere FIOM of ze mijn biologische familie konden vinden maar dit is nooit gelukt. Hoewel mijn behoefte contact op te nemen met mijn biologische familie steeds groter werd, heb ik me altijd aan mijn belofte gehouden: al was het alleen maar in de hoop om ooit via mijn biologische familie weer contact te mogen krijgen met mijn tweelingbroer. Wel heb ik Spoorloos nog gevraagd de situatie aan mijn biologische familie uit te (laten) leggen. Tot mijn grote afgrijzen is later gebleken dat dit laatste nooit is gebeurd. Twintig jaar later zoeken Zweedse tweelingzusjes hun biologische broer. Ze zijn beiden geadopteerd uit Indonesië en gescheiden van elkaar in twee verschillende Zweedse gezinnen opgegroeid zonder van elkaars bestaan af te weten. Een paar jaar daarvoor hebben ze elkaar ontmoet. Hun verhaal is al een bijzonderheid op zich; zo bijzonder zelfs dat dit wereldnieuws is geweest. Zo werd hun verhaal ook in een lokale krant in Indonesië gepubliceerd en gelezen door hun biologische moeder die zich na enig aarzelen aan hen bekend maakt. De moeder vertelt de Zweedse zussen dat zij niet haar eerste tweeling waren. Zo’n 36 jaar geleden beviel ze van een eeneiige jongenstweeling. Helaas overleed er één vlak na de geboorte, maar de ander is vanuit Indonesië naar Nederland geadopteerd. Dit is haar zo’n twintig jaar geleden verteld door een journaliste die haar heeft geïnterviewd en beweerde dat haar zoon op zoek was naar de biologische familie. Helaas heeft de familie hierna nooit meer wat gehoord. En zo komt het dus dat de twee Zweedse vrouwen aan de hand van een oproep op Facebook op zoek waren naar één biologische broer in Nederland. Toen ik hun oproep voor de eerste keer zag, stond mijn wereld op mijn kop. Ik had direct in de gaten dat ik degene was die ze zochten. Goed, ze zochten naar Heru terwijl mijn Indonesische naam Heri was en ze vertelden dat Heru één van een tweeling was omdat zijn broer naar de geboorte was overleden (hieruit begreep ik dat Spoorloos nooit mijn verzoek de familie de situatie uit te leggen had ingewilligd), maar desondanks was het overduidelijk toch? Het eerste dat ik deed was het dossier van Spoorloos teruglezen. Daar stond het (tweeling: Nur Hidayah en Nur Salihah, zij wonen nu bij familie van moeder Maryati buiten Semarang). Dat laatste kun je wel zeggen ja: Zweden ligt nogal buiten Semarang… Hoewel er vele puzzelstukjes op zijn plaats vielen kwamen er vele vragen bij, waarvan de belangrijkste waren: waarom heeft de biologische familie twintig jaar geleden niet verteld dat er naast Mark en mij nog een tweeling ter adoptie is afgestaan, waarom heeft Spoorloos niet verteld dat Mark nog in leven is en heeft Spoorloos de familie wel verteld waarom ik destijds geen contact kon opnemen of heeft de biologische familie al die tijd moeten wachten? Wat hierna volgde is bij de meesten wel bekend. Met Spoorloos hebben Emelie, Lin, Mark en ik de biologische familie drie jaar geleden mogen bezoeken en Spoorloos heeft hier alsnog een uitzending aan gewijd. Omwille van deze ontwikkelingen heb ik zelfs meerdere malen telefonisch contact gehad met mijn adoptiemoeder. Even had ik gehoopt dat dit zou leiden tot ‘normaal’ contact (hoe mooi zou het geweest zijn wanneer ik niet één maar twee moeders had teruggevonden), maar nog voor dat wij fysiek in Indonesië waren, stuurde mijn biologische familie berichten van mijn adoptiemoeder aan mij door waarin zij zich uiterst negatief over mij uitliet, mijn biologische familie voor mij waarschuwde, mijn verstandelijke en geestelijk vermogen en zelfs mijn goede bedoelingen ernstig in twijfel trok. Hierop heb ik mijn adoptiemoeder gezegd verder contact uit te willen stellen tot na ons eerste bezoek aan de biologische familie en dat ik daarna graag van haar zou willen horen waarom ze dergelijke berichten aan de familie had gestuurd. Helaas is stond ze hierna geen onderling contact meer toe. Inmiddels heb ik mijn familie vier keer mogen bezoeken en uiteindelijk durf ik te stellen dat de kennis van, maar ook zeker mijn ervaring met, mijn biologische familie mij rust geeft. Ik hecht er erg veel waarde op de hoogte te zijn van mijn achtergrond. Wel is het zo dat ik het gevoel heb tussen twee werelden te leven. Wanneer ik in Nederland ben, verlang ik naar Indonesië en andersom. Dat is iets waar ik nog mee zal moeten leren omgaan. Tim Dondorp
Geplaatst door Godong Indonesie op Donderdag 25 april 2019
Categorie: Indonesië en reizen
-
Mijn adoptieverhaal
-

Interview Ibu Maryati
Gisteren postte ik over een foto waar mijn tweelingbroer en ik op zouden staan. Uiteraard heb ik de foto naar Indonesië gestuurd. Bijzonder dat dit vandaag de dag in een paar seconde kan. Hoe anders zou het zijn geweest als ik twintig jaar geleden contact met mijn familie had gezocht. Inmiddels heeft mijn oudste zus Nuryati laten weten zeker te weten dat de Indonesische babytweeling inderdaad Mark en mij betreft. De foto heeft bij de familie veel losgemaakt. Ibu heeft de foto ook gezien. Ze schijnt er bij gehuild te hebben. Niet omdat ze Mark en mij op de foto heeft herkend, maar omdat de familie weer met haar over ons en over de adoptie heeft gesproken en omdat ze ons zo vreselijk mist. De mensen die mijn andere berichten ook hebben gelezen zou het best eens opgevallen kunnen zijn dat ik vaker heb gerefereerd naar twintig jaar geleden. En dat is niet voor niks. Wat maar weinig mensen weten is dat Spoorloos niet drie maar twintig jaar geleden reeds mijn biologische familie heeft gevonden. Twintig jaar geleden zag ik mijn adoptiemoeder voor het laatst en het zou bijna 15 jaar duren voor ik weer contact zou krijgen met mijn tweelingbroer. Hoewel ik bij mijn adoptievader in Franeker terecht kon, kan ik me het gevoel van leegte waardoor mijn interesse naar mijn roots steeds begon te groeien nog goed herinneren. Ik schreef Spoorloos een brief, waarop Spoorloos op zoek ging naar mijn biologische familie. Binnen een paar maanden was mijn biologische familie gevonden. Weet Ibu zich vandaag de dag niets meer van de adoptie te herinneren, twintig jaar geleden deed ze dat gelukkig nog wel. Ik zou er over kunnen vertellen, maar wie kan er beter over de adoptie spreken dan Ibu zelf in de gesprekken die ze twintig jaar geleden met Spoorloos heeft gevoerd? Ik herinner de eerste maal dat ik het verslag van Spoorloos las nog goed. Ik zat gespannen bij de fax (!) te wachten en geëmotioneerd las ik Ibu’s verhaal toen het binnen kwam. Zojuist heb ik het weer gelezen en tot mijn verbazing was de emotie er niet minder op geworden. Wel betreft het nu andere emoties: met de kennis en de (levens)ervaring van twintig jaar later lees je natuurlijk anders en haal je zelfs de fouten veroorzaakt door vertaling en interpretatie eruit. — INTERVIEUW MET IBU MARYATI: De reden en achtergrond (M) : Ik had toen al 7 kinderen, we waren heel arm. Toen werd de tweeling Heri Setiowan en Heri Setiono geboren. Het was niet makkelijk voor ons om twee baby’s goede voeding te geven. Vooral voor mij was het niet makkelijk om twee baby’s te verzorgen, want ik had nog meer kleine kinderen. Mijn man vond dat ik een baby moest afstaan. Ik wilde mijn kinderen niet weggeven, maar omdat Heri Setiowan (het 1ste kind) ziek was, dacht ik dat dat toch het beste was voor hem, omdat hij zo in leven zou kunnen blijven omdat hij goede voeding zou krijgen. Het proces van het overdracht: (M) : Ongeveer 2 dagen na de geboorte van de tweeling kwam een Chineze vrouw bij mij thuis. Zij was van een stichting voor adoptie kinderen in Semarang. Zij vertelde mij dat zij erg met mij te doen had, en dat ik de baby beter aan haar stichting kon overdragen zodat ik het niet te moeilijk had en het kind een beter leven kon krijgen. De baby zal aan een stichting in Jakarta worden overgedragen en daar worden verzorgd. Mijn man was het hier mee eens en ik wilde natuurlijk ook dat mijn kind gezond zou leven. Samen met mijn man ben ik toen met die vrouw meegegaan naar de stichting in Semarang (Kentangan) en daar stond gaf ik mijn kind (Heri Setiowan) af. Een maand daarna kwam een Javaanse vrouw (ik denk dat zij van de stichting in Semarang was) ons berichten dat Heri Setiowan overleden was. Zij vertelde dat de stichting veel geld had uitgegeven aan dokters en medicijnen en dat ik dat bedrag terug moest betalen of het andere kind ter compensatie moest afstaan. We waren heel arm, we hadden geen geld om het bedrag terug te betalen aan de stichting. Ik wilde mijn andere kind, Heri Setiono, absoluut niet meer aan de stichting, overdragen, maar ik kon de stichting ook niet betalen. Mijn man dwong mij ook het andere kind af te staan. Mijn man, Heri Setiono en ik moesten toen met die vrouw mee naar Jakarta. In de trein moest ik steeds huilen. In Jakarta kwamen we bij een stichting met veel kinderen en er waren veel vrouwen die deze kinderen verzorgden. Ik moest daar mijn kind afstaan. Ook moest ik een afstandsverklaring tekenen, maar dat kon ik niet. Daarom heb ik alleen een vingerafdruk van mijn duim laten zetten en heeft mijn man zijn handtekening gezet. Een vrouw vertelde mij dat mijn kind een beter leven zou krijgen en door een rijke familie zou worden geadopteerd. Toch wilde ik het niet, want Heri Setiono was mijn eigen kind, mijn eigen vlees en bloed. Na die gebeurtenis werd ik erg ziek en verloor ik vaak mijn bewustzijn. Volgens de dokter kreeg ik last van mijn hart. Ik werd helemaal gek en ik kon nergens anders meer aan denken dan aan Heri (Setiono). Als ik zo verdrietig aan hem zat te denken en hem zo miste, pakte ik een kussen en gaf het Promina (merk van een babyvoeding) te eten. (Erg huilend) Ik dacht dat ik niet meer leven wilde en ook mijn andere kinderen kon ik niet verzorgen. Mijn oudste zoon (Isman, dus) heeft toen iedereen verzorgd. Na anderhalf jaar werd mijn volgende dochter Nani geboren. Toen werd ik pas weer een beetje bewuster, maar Heri is nooit meer uit mijn hoofd geweest. (S) : Weet u wanneer de tweeling Heri setiowan en Heri Setiono geboren is? (M) : Ja, dat was zaterdagavond (dus niet zondag), in april 19 jaar geleden. Hij zou nu 19 jaar oud zijn. (S) : Heeft u de geboorte verklaring van Heri nog? (M) : Nee. Een paar dagen nadat ik Heri (Setiono, dus) naar Jakarta bracht, vroeg mijn man mij om de geboorteverklaringen van de tweeling. Hij zei dat deze papieren aan de stichting moesten worden afgeven. Ik wilde ze niet afgeven en ik verstopte de papieren, maar mijn man heeft ze uiteindelijk gevonden. (S) : Radjiman heeft dus één geboorteverklaring van de tweeling aan de stichting afgegeven? (M) : Nee, twee geboorteverklaringen. De tweelingbroers hadden ieder een eigen geboorteverklaring. (S) : Dus beide geboorteverklaringen, ook van Heri Setiowan die toen al overleden was? (M) : Ja, ook van Heri Setiowan. (S) : Wie heeft de geboorte van de tweeling gerapporteerd bij het dorpshoofd? (M) : Mijn man. Hij heeft de geboorteverklaringen voor alle kinderen geregeld, dus ook voor de tweeling. (S) : Weet u nog hoe de tweeling eruit zag? (M) : Nou, ze waren nog baby. Ze leken allebei op elkaar. Heri Setiowan werd eerst geborene. Hij was zwak, niet gezond. Hij dronk maar heel weinig borst melk. Hij had een wit gezichtje, terwijl Heri Setiono nogal wat donkerder was. Heri Setiowan had ook wat krullend haar. (S) : Weet u zeker dat Heri Setiowan dood is? (M) : Zeker weet ik het niet, want ik heb het lijkje of het graf nooit zelf gezien, ook de begraafplaats niet. Maar hij was erg ziek, heel zwak. (S) : Wilt u niet uitzoeken of hij echt dood is, of heeft u ooit navraag gedaan bij de mensen van de stichting? (M) : Nee ik heb het nooit gevraagd. Ik had het er heel moeilijk mee, om ook mijn andere kind (Heri Setiono, dus) over af te moeten staan. Ik werd daar echt boos van. Ik had hem anderhalve maand verzorgd. Ook mijn eerste zoon huilde toen ik hem weg bracht. Ik had wel plan om een keertje terug te komen naar Jakarta om mijn kind terug te halen, maar mijn man zei altijd dat ik het niet moest doen. (S) : Als blijkt dat hij nog leeft, zou u het geloven, zou u blij zijn? (M) : Natuurlijk zou ik blij zijn. Hij is, hoe dan ook, mijn kind, mijn zoon. Maar ik weet niet. Hij was erg ziek, heel zwak toen ik afstand van hem deed. Ik denk toch dat hij gestorven is. (S) : Weet u misschien de naam van de stichting in Jakarta, of het adres? (M) : Nee, ik herinner de naam niet. Ik kon niet lezen. Misschien weet mijn man weet het nog. (S) : Hebt u ooit van Stichting Kasih Bunda gehoord? (M) : Ja, dat was het, Kasih… Kasih Ibunda. Daar was ik geweest toen ik voor de tweede keer mijn kind moest overdragen in Jakarta. Ik heb de naam gehoord van een vrouw die daar werkt. Daar waren veel meer kleine kinderen. (S) : Weet iedereen in uw familie dat u uw kinderen heeft afgestaan aan de stichting, of houdt u dat geheim? (M) : Ik heb al mijn kinderen verteld dat ze een broer hebben die nu in Jakarta woont, bij de stichting. Ik denk nog elke dag aan Heri, en af en toe vertel ik mijn kinderen dat hij nu 19 jaar zou zijn en waarschijnlijk veel op mijn eerste zoon lijken. Ze weten ook dat ik erg verdrietig ben dat ik hem heb moeten afstaan. Ik heb 12 kinderen groot gebracht en kunnen voeden, waarom moest ik Heri afstaan? (S) : Kreeg u geld van de stichting voor uw kinderen? (M) : Ik kreeg geld toen ik van Jakarta naar terug naar huis ging nadat ik Heri Setiono aan de stichting had afgestaan. Iets van 20.000 rupiah (1,50 gulden) voor de kost van vroedvrouw toen ik Heri ter wereld bracht. Verder kreeg ik niets. (S) : U kreeg dus twee keer geld. Een keer toen u Heri Setiowan afstond en nog een keer in Jakarta toen u Heri Setiono gaf? (M) : Nee, ik kreeg maar een keer geld, toen in Jakarta. Voor Heri Setiowan heb ik niets gekregen. Ik heb mijn kinderen niet verkocht! (S) : Zou uw man het geld krijgen van het eerste overdracht? (M) : Ik weet het niet. Ik kreeg niets anders dan die 20.000 rupiah en een treinticket terug naar huis. (S) : Wilt u Heri weer zien? (M) : Natuurlijk, ik denk altijd aan hem. Ik bid dat ik mijn zoon terug kan zien, als het dan niet in deze wereld is, dan in de hemel. Ik ben alleen bang dat hij boos op mij zou zijn en mij zou verwijten dat ik hem heb afgestaan. Maar dat deed ik niet vrijwillig, ik werd gedwongen. Als hij nu bij mij, zijn broers en zijn zussen zou willen terugkomen, dan zou ik hem met open armen ontvangen. Hij is mijn zoon. (S) : Wat doet u nu voor werk? (M) : Ik werk niet, ik blijf thuis om voor de kinderen zorgen. Af en toe help ik mensen die bij mij komen. Bij voorbeeld vrouwen die mannen willen krijgen of mensen die ziek zijn beter te maken (naast huisvrouw, is Maryati medicijnvrouw in het dorpje). Dit interview vond plaats op zondag 30 augustus 1998 bij haar huis in Purwodadi, ongeveer 60 km van Semarang. Toen waren ook haar andere kinderen aanwezig: Isman, Aris Sutrisno en Aris Purnomo. De kinderen waren heel enthousiast om Heri te zien. Aris Purnomo, werkt bijvoorbeeld in Surabaya, maar sinds een week is hij thuis in Purwodadi om op Heri te wachten. Ook de kinderen die buiten Semarang werken, zullen deze week thuiskomen. Ik heb daarom tegen de familie gezegd dat de kinderen gewoon naar hun werk kunnen gaan in Surabaya en in andere steden in Java omdat ze bericht zullen krijgen als Heri naar Indonesië zou komen. Aris Purnomo (heeft al wat teleurstellingen te verwerken gehad) heeft mijn contactpersoon, Miftah, laten weten bang te zijn dat het interview en mijn onderzoek wellicht onderdeel uit moet maken van mijn afstudeerscriptie en dat Heri eigenlijk niet echt gevonden is. Zijn moeder zou dan wederom een hartziekte krijgen en dat wil hij niet. Isman herinnert zich ook nog hoe het was toen de tweeling werd afgestaan en heeft ook meer herinneringen over hen. Hij is de oudste zoon (toen was hij 14 jaar oud). Hij moest ook huilen toen hij zijn moeder hoorde vertellen over haar herinneringen van die gebeurtenis. De familie dacht eerst dat Heri nog bij de stichting in Jakarta is, of door een familie in Jakarta is geadopteerd. Omdat ze maar bleven vragen of Heri hoe, waar en met wie hij nu leeft, heb ik hen uitgelegd dat Heri nu buiten Indonesië woont, bij een ander gezin met goede adoptieouders. De kinderen van Radjiman/Maryati: 1. Isman (woont nu bij zijn ouders met zijn vrouw en vier kinderen, werkt af en toe in de bouw) 2. Haryatiningsih (woont nu samen met haar man en haar twee kinderen hebben als tweede naam allebei Setiowan ter nagedachtenis van de overleden Heri. Ze woont nu in Lamper Tengah (vlak bij het vroegere ouderlijk huis van Radjiman/ Maryati) in Semarang. Haar man werkt als chauffeur. Haryati herinnert zich ook nog dat de tweeling Heri overgedragen werd. Zij vertelde dat zij heel verdrietig was toen Heri Setiono (de jonge Heri) ook door haar moeder moest worden afgestaan. Volgens haar is haar vader nu bang dat Heri het hem zal verwijten. Ook zij is er zeker van dat Heri Setiowan overleden is, omdat hij destijds heel zwak was. 3. Agiharti (werkt nu in Brangsong, een stad buiten Semarang, in midden Java). 4. Rinawatie (woont met haar twee kinderen bij haar schoonmoeder in Purwodadi, ongeveer 7 km van het Maryati haar huis). 5. Aris Sutrisno (woont met zijn vrouw en dochter ook bij zijn ouders Maryati/Radjiman). Werkt af en toe als chauffeur. 6. Aris Sulistyo (werkt als chauffeur in Surabaya). 7. Aris Purnomo (werkt als chauffeur in Surabaya). 8. Nanik (werkt als verkoopster in een winkel in Semarang en woont bij Haryati in Lamper Tengah. We hebben haar ook eventjes ontmoet bij Haryati. Toen ik haar vertelde dat ik uit Jakarta kwam vanwege Heri, moest zij huilen. Ook zij wil Heri gauw zien, want zij kent hem alleen maar van de verhalen die haar moeder en haar zus Haryati haar verteld hebben). 9. Tweeling: Nur Hidayah en Nur Salihah (zij wonen nu bij familie van moeder Maryati buiten Semarang). 10. Inayah Anggraini (woont bij Maryati en Radjiman, zit nog op school). 11. Eni -(woont bij Maryati en Radjiman, zit nog op school). 12. Retno (woont bij Maryati en Radjiman, nu 8 jaar oud). Over Radjiman (de vader): Ik heb Radjiman niet ontmoet. Volgens Maryati en de kinderen is hij nu in Semarang en werkt hij daar als monteur, maar ze weten niet waar ik hem kan ontmoeten of ze willen het me niet vertellen. Volgens Maryati is hij nog steeds ziek (zijn hersenen zouden beschadigd zijn), maar is het nu minder erg. Hij kan wel praten, maar soms kan hij erg boos worden om niets. Hij komt ieder drie dagen thuis, verder slaapt hij op zijn werk in Semarang. Maryati heeft hem wel verteld dat Heri hen wil ontmoeten, maar hij gelooft het niet. Hij vertelde Maryati bang te zijn dat Heri hem de adoptie kwalijk zou nemen. Radjiman heeft vroeger op een schip of een stoomboot van Jakarta Lloyd gewerkt als stuurman, maar op alle adoptiepapieren werd dit gewoon als chauffeur vermeld. In 1967 had hij een ongeluk op zijn werk, waarna hij voor drie maanden in psychiatrisch ziekenhuis werd opgenomen. Daarna bleef hij nog een paar maanden ziek thuis waarna hij terug naar zijn werk ging. Hij ging in 1991 met pensioen. Ik heb de fotokopie van de identiteitskaarten van hem en van Maryati opgestuurd, samen met de foto’s die ik gemaakt heb. De situatie van het huis van familie Radjiman/Maryati: Het ligt ver van de huizen van de buren, met een breed stuk grond voor het huis. Het ligt in Purwodadi, ongeveer 60 km van Semarang (twee uren rijden) langs een hele slechte weg. De famile is heel arm. Er zijn heel veel kleine kinderen. Ik heb mijn contactpersoon gevraagd Radjiman proberen te ontmoeten (door terug te komen gaan naar het huis in Purwodadi) om hem te interviewen. Het zou kunnen dat hij een andere mening heeft over het afstaan van Heri, of dat hij Heri zelfs niet terug wil zien. De familie denkt nog steeds dat Heri Setiowan overleden is en denkt dus alleen Heri Setiono te zullen ontmoeten. Ik heb dus drie plaatsen bezocht: 1. Haryatiningsih in Semarang (haar interviewen, zij heeft heel enthousiast over haar broertje verteld). Nanik woont ook bij haar. Nanik heeft Heri zelf nooit gezien, maar alleen over hem van haar moeder, zus en broer hebben horen te vertellen. Zij wil Heri ook heel graag zien. 2. Het huis van Maryati/Radjiman in Purwodadi. 3. Het huis van Nanik in Purwodadi (helaas was zij niet thuis). Haryati heeft ook goede herinneringen aan Heri. Zij heeft haar beide zonen naar de overleden Heri benoemd. Groeten, Sarah Beste Trudy, Mijn contactpersoon in Salatiga heeft de vader van Mark en Tim van de Weg eindelijk ontmoet. Het heeft nog een behoorlijke tijd geduurd voordat dat is gelukt. Eerst zeiden de kinderen (Isman, Haryati enz.) dat hij psychisch nogal ziek was en dat het niet makkelijk is met hem te praten. Dan zeiden ze dat Radjiman in Semarang werkt, maar dat ze niet precies wisten waar (dus ook de plaats waar hij meestal slaapt niet) en dat hij maar een paar keer in de week terug komt naar zijn huis in Purwodadi. We vermoedden dat er iets mis is in de relatie tussen de vader en de familie. Wellicht zit hij inderdaad achter al die verhalen van de adoptie van de tweeling Heri? We zijn nog een aantal keren bij Haryati gekomen om haar te zeggen dat het erg belangrijk is dat wij Radjiman ontmoeten en haar te vragen ons naar hem toe te brengen. Het is ons niet gelukt, en zij (en haar man) deden er alles aan om te voorkomen dat we Radjiman zouden ontmoeten. Ook zijn we nog een keer naar Purwodadi geweest om Isman om het adres van Radjiman in Semarang te vragen, maar ook hij wilde ons hierover geen duidelijk geven. Pas toen we hebben gezegd dat we onze handen hiervan zouden aftrekken omdat Heri beide ouders wilde ontmoeten en niet alleen de moeder, heeft Isman toegezegd zijn vader op te zoeken in Semarang en hem in contact te zullen brengen met mijn contactpersoon. Gisterochtend kwam Isman met zijn vader naar mijn contactpersoon, en is er met hem gesproken. Algemene indruk over Radjiman: Hij is lichamelijk nog gezond en nog niet zo oud. Hij kon de meeste vragen wel beantwoorden, maar kon zich niet goed concentreren waardoor hij vaak bleef zwijgen. Toen hij over de adoptie vertelde heeft hij niet gehuild, was hij niet verdrietig en had hij geen expressie op zijn gezicht. Zijn herinneringen van het overdracht: Hij vertelde hetzelfde verhaal als moeder Maryati (en zus Haryati), Hij vertelde ook dat de eerste zoon, Heri Setiowan, erg ziek was en dat hij na een maand dood werd verklaard door de stichting in Semarang. Hij moest daarom ook de andere zoon afstaan, deze keer aan een stichting in Jakarta. We hebben hem nog gevraagd of hij hiervoor geld heeft gekregen van de stichting. Dat heeft hij dus nooit gekregen. Opmerkingen: Het blijkt dat Radjiman, Isman en Aris Sutrisno nu als betjakrijders werken. Ze schamen zich hiervoor en wilden dat eerst niet eerlijk vertellen. Radjiman heeft nogal wat problemen met de familie. Hij heeft geld van andere mensen geleend wat hij vergokte waarna hij dit niet kon terugbetalen. Radjiman deed veel slechte dingen waar geldproblemen door kwamen. Daardoor vindt zijn familie dat hij maar beter geen contact meer met hen moest hebben. Hij komt daarom, in tegenstelling wat eerder beweerd is, niet meer terug naar zijn huis in Puwodadi. Hij slaapt overal op straat of bij een garage in Semarang waardoor het niet gemakkelijk is hem te vinden. Hij wilde in ieder geval zijn zoon, Heri, graag zien en Isman kan garanderen dat hij in Purwodadi zal zijn op die bewuste dag. Nou, Trudy dat was allemaal erg duidelijk. Mocht je meer informatie nodig hebben, laat het mij dan weten. Groeten, Sarah — Mochten er vragen zijn naar aanleiding van bovenstaand interview (dat kan ik me goed voorstellen): stel ze gerust in de comments en indien mogelijk zal ik ze beantwoorden. Tim Dondorp
Geplaatst door Godong Indonesie op Woensdag 24 april 2019











-

Reünie Kasih Bunda (1)
Drie dagen geleden heb ik de Reünie kindertehuis “Kasih Bunda” bezocht (zie https://bit.ly/2VoRgbt, met dank aan Dewi Deijle). Dit was een bijeenkomst voor geadopteerden uit Indonesië die via de Stichting Kasih Bunda zijn geadopteerd. Het was een bijzondere ontmoeting waarin ik met veel ‘lotgenoten’ mocht praten over zowel hun als mijn adoptie. Helaas zijn er van ons (mijn tweelingbroer en mij) nog maar twee foto’s waar wij als baby op staan. Er waren wel babyfoto’s, maar bijna alle babyfoto’s zijn door mijn adoptiemoeder vernietigd. Mijn adoptievader had nog twee foto’s waar wij als baby op te zien waren. Ik heb het altijd jammer gevonden dat er zo weinig fotomateriaal van mijn baby- en peuterjaren beschikbaar is. Groot was dan ook mijn verbazing dat ik op de reünie Widya Wisata tegen kwam. Haar adoptievader had een foto van haar in het kindertehuis genomen. Deze foto is twee weken eerder genomen (augustus 1979) dan dat mijn adoptieouders naar Indonesië kwamen om ons op te halen. Op de foto zag ik tot mijn verbazing ook twee jongensbaby’s: een tweeling… Tim Dondorp
Geplaatst door Godong Indonesie op Dinsdag 23 april 2019

-

Weer thuis (2)
Het is alweer vier dagen geleden dat ik ben ingecheckt in ‘Hotel Dondorp’ te Bolsward. ‘Vreemden’ zouden wellicht het Kyriad Grand Master hotel prefereren vanwege de luxe en natuurlijk het klimaat, maar wat was ik blij eindelijk weer daar te zijn waar het klokje ‘nergens anders tikt’. Een heerlijk Westers toilet waarbij het toiletpapier gewoon weer doorgespoeld kon worden en een Westerse douche waarvan het water gedronken zonder een directe verwijsbrief naar de toilet. Hoewel het bed niet zo lekker lag als de bedden van de laatste drie hotels waar ik overnachtte in Purwodadi was ik er de afgelopen dagen veelvuldig in te vinden. Ik voelde me best ziek, zwak en misselijk en zelfs nu na vier dagen onderduiken ben ik nog steeds niet 100 %. Inmiddels heb ik weer de energie om een bericht op Facebook te zetten. Het zal hierna wel weer wat rustiger zijn op deze Facebookpagina. Plannen voor een vijfde bezoek aan Indonesië zijn nog niet gemaakt, maar wellicht is het leuk wanneer ik vaker een bericht hier plaats (bijvoorbeeld als er nieuws is vanuit Indonesië). Ik kan niets beloven, want zoals eerder gesteld ben ik eigenlijk helemaal geen schrijver, of misschien dan een hele luie. Langs deze weg wil ik nogmaals iedereen bedanken voor de belangstelling. Hoewel Facebook het me al lang had verteld, lieten de afgelopen dagen velen mij weten met plezier mijn verhalen te hebben gevolgd. Van bekenden wist ik dit natuurlijk al, maar ik heb ook veel reacties gekregen van mensen waarvan ik het bestaan niet kon vermoeden. De eerste bezoekjes aan/ van vrienden, familie en kennissen zijn alweer achter de rug. Hoewel ik eigenlijk nog eventjes zou moeten uitzieken en alle indrukken langzaam zou moeten laten bezinken durf ik de balans al wel op te maken. Inmiddels ben ik vier maal in Indonesië geweest. Alle keren heb ik gezegd dat het anders was dan de vorige keren, maar deze keer geldt dat misschien wel meer dan bij de ‘andere keren.’ Was mijn bewustzijn de vorige keren heel nadrukkelijk in Indonesië, deze keer bleef er ook een groot gedeelte achter in Nederland. De familie heeft bevestigd de kwade geesten die Ibu zouden bezetten indien nodig met geweld te zullen (laten) uitdrijven. Daar heb ik nog steeds grote moeite mee, maar ik weet dat ik niets anders kan dan er mee te moeten leren ‘leven’ (ik houd het maar op een primitieve vorm van euthanasie plegen). Over de (gezondheids)toestand van mijn moeder zelf ben ik eigenlijk niet eens heel veel wijzer geworden. Wel ben ik blij dat ik Ibu nog een keer heb mogen ontmoeten, zowel in heldere als verwarde toestand en dat ik zelfstandig het graf van Bapak Radjiman heb kunnen vinden waardoor ik ook weet waar Ibu straks begraven wordt. Belangrijk vond ik ook dat ik Indonesië (Grobogan), met al haar andere normen en waarden, culturen, etc. buiten de ‘beschermende supervisie van mijn familie’ heb mogen beleven, nota bene op een Batavus fiets van Marktplaats (Hollandscher kan toch bijna niet). In totaal heb ik ongeveer 150 kilometer gefietst. Deze 150 kilometer kostte me meer moeite dan me lief is. En dat baat me wel enigszins zorgen. Zoals gezegd zijn er nog geen plannen voor een vijfde bezoek aan Indonesië. Wel zijn er concrete plannen om familieleden naar Nederland en misschien ook wel gecombineerd naar Zweden over te laten komen. Dit zal best veel geld kosten: geld dat de familie in Indonesië natuurlijk niet heeft, maar dat wij ook niet zomaar kunnen ophoesten. Wellicht wel voor één of twee familieleden, maar we willen proberen vier of misschien zelfs wel vijf familieleden over te laten komen. Om dat te kunnen bekostigen, ga ik op verschillende manieren proberen geld in te zamelen. Zo zijn er plannen om een CD op te nemen en te verkopen, donaties te vragen in plaats van cadeau’s voor mijn 40e (oeps) verjaardag 22 april aanstaande, maar ook het fietsen van de Friese Elfsteden Rijwieltocht Pinkstermaandag 10 juni aanstaande voor (Sponsor)geld. Een fietstocht van 240 kilometer. Dat ik daarvoor nog extra moet trainen is me na het in totaal 150 kilometer fietsen in Indonesië verspreid over 10 dagen wel pijnlijk duidelijk geworden. Aan de opname van de CD is nog niet begonnen, ik ben nog niet jarig en ook de Elfstedentocht is nog lang zo ver nog niet. Mochten er mensen zijn die ons toch al financieel willen helpen: dat kan via https://bunq.me/svfr of de knop ‘Online doneren’ op deze Facebookpagina. Elk bedrag (hoe klein dan ook) is meer dan welkom. Terima kasih sebelumnya! Tim Dondorp
Geplaatst door Godong Indonesie op Maandag 18 maart 2019





-

Amsterdam, Schiphol Airport (2)
De vlucht van twaalf en een half uur viel mij alles mee. Ik zag er erg tegenop omdat de vlucht me op de heenweg erg tegenviel, maar blijkbaar scheelt het dat ik wist wat me te wachten stond. Ik kon me nu beter instellen op deze vlucht. Toevallig zat ik met alleen maar Nederlands op een rij, dus het was nog gezellig ook. Bleven mijn tranen uit toen ik Indonesië verliet (ik vond het nog wel confronterend dat ik daar bij de immigratiedienst moest aansluiten bij de rij ‘foreigners’) ze vloeiden gek genoeg toch toen ik de eerste stappen zette op Nederlandse bodem. Zodra ik thuis was moet ik de boel eerst maar eens tot bezingen laten komen. Helaas zou dat nog even duren. Ilse moest vandaag werken en gisteren had ik met haar besproken dat ik de trein zou pakken. Stiekem hoopte ik echter dat zij, Joanne en Ajanna mij als verrassing zouden opwachten. Om niet het risico te lopen dat ik de trein zou pakken terwijl ze op me stonden te wachten probeerde ik via Google Maps uit te vinden of ze wellicht in de buurt was. Via Google Maps delen we namelijk elkaars locatie: een scheve schaats rijden zit er dus nooit in, of het zou met de buurvrouw moeten zijn (Google mas is nauwkeurig tot 10 meter). Ik zag echter dat Ilse het delen van haar locatie had uitgezet… Mijn hoop begon te groeien en ja wel hoor. Toen ik de aankomsthal binnenliep werd ik door een ontvangstcomité vergast (oud Nederlands voor ‘vereerd’)!
Geplaatst door Godong Indonesie op Woensdag 13 maart 2019
-
Onderweg naar Amsterdam, Schiphol (2)
In Jakarta doken ze ik ineens weer op. Allemaal Chinezen bij de gate. Op zich logisch bij een vlucht naar China, maar ’t was wel weer even wennen. Of juist niet, want de Chinezen gedroegen zich weer ouderwets asociaal. Voordringen, schreeuwen, protesteren tegen het personeel. Na een vlucht van 6 uren zit ik nu in Guangzhou bij gate A173 te wachten op vlucht CZ307 naar Amsterdam Schiphol. Natuurlijk zitten daar nu Nederlanders. Om 6.00 uur ’s ochtends hoop ik dan weer op Nederlandse bodem te staan. — traveling to Schiphol from Guangzhou Baiyun International Airport 広州白雲国際空港.
Geplaatst door Godong Indonesie op Woensdag 13 maart 2019 -

Onderweg naar Baiyun (Guangzhou)
Jakarta Soekarno-Hatta International Airport (IATA afkorting: CGK) bestaat uit 3 terminals en de 4e is in de maak. Bijna alle Internationale vluchten vertrekken nu vanaf terminal 3. Sinds 2018 is het mogelijk om per Skytrain gratis van terminal naar terminal te reizen. Deze Skytrain stopt ook op het treinstation van het vliegveld. Vanaf daar kun je overstappen op de trein die je in een ruim halfuur naar het centrum van Jakarta brengt. Super handig zou je zeggen, ware het niet dat de Skytrain totaal niet staat aangegeven. Pas als je er bijna bent, beginnen de bordjes. Rare jongens… (enfin, je weet vast wat ik bedoel). Ik wilde graag deze nieuwe Skytrain proberen maar zoals zo vaak in Indonesië wist ik niet precies waar ik moest zijn. Zo’n trein kun je echter moeilijk verbergen en zolang het niet een metro is (toevallig heeft Jakarta net gisteren de eerste metrolijn van Indonesië in gebruik genomen: https://indearchipel.com/2019/03/12/mrt-jakarta) zou het niet al te veel moeite moeten kosten hem te vinden. Na mijn bagage te hebben afgehaald begon ik met zoeken. Als je weet waar je moet zijn is het ongeveer 8 minuten lopen. Ik deed er twee keer zo lang over, maar ik vond het de moeite waard. Een prachtig treintje dat straks automatisch rijdt (nu nog handmatig bediend). Van Terminal 1 naar treinstation CGK, naar Terminal 2 en Terminal 3 en weer terug (enkel spoors dus). Mijn vlucht naar Guangzhou (vluchtnummer CZ3038) zou vertrekken vanaf Terminal 3. Ik kwam daar natuurlijk veel te vroeg aan. Er werd nog ingecheckt voor de vlucht naar Guangzhou die om 8.00 uur ging. Nog twee en een half uur wachten en dan mocht ik inchecken. Genoeg tijd dus om nog een wc-rolletje vol te schieten en een statusupdate op Facebook te zetten…
Geplaatst door Godong Indonesie op Dinsdag 12 maart 2019










-
Onderweg naar Jakarta (2)
Vannacht had ik de toilet zo vaak bezocht, dat ik er een complete toiletrol door had gejaagd. Van slapen is dus niet veel terecht gekomen. Op zich vond ik dat niet erg: ik hoopte zo wat meer slaap te kunnen pakken in het vliegtuig straks. Om 4.00 uur begaf ik me naar beneden om uit te checken. Het hotel had me beloofd me een wake-up call te geven, maar de telefoon in mijn hotelkamer was niet over gegaan. Ik maakte daar bij het uitchecken nog een opmerking over. De receptionist begon te glimlachen en zei: “Dat klopt meneer. Maar dat was ook niet nodig: u bent er toch?” Rare jongens die Javanen… In Purwodadi kan het ’s nachts nog wel eens lastig zijn een Grab-taxi te bestellen, maar in Semarang is dat geen probleem. Het verkeer is ’s nachts qua verkeersdrukte vergelijkbaar met dat van ons mooie Friesland overdag: lekker rustig dus. In 15 minuten werd ik dan ook bij New Ahmad Yani International Airport afgezet. En nu zit ik te wachten op vlucht IN-221 naar Jakarta. Tim Dondorp
Geplaatst door Godong Indonesie op Dinsdag 12 maart 2019 -

Naar Semarang: Pesonna Hotel
Vandaag liep het helemaal anders dan ik had bedacht. Op zich is dat niet de eerste keer hier in Indonesie: inmiddels ben ik er wel achter dat het nationale motto hier ‘Waarom makkelijk doen, als het moeilijk kan’ is. Maar nu ik me eenmaal had ingesteld op de terugreis naar Nederland, merkte ik dat mijn Nederlandse mentaliteit ook weer de overhand begon te krijgen. Ik had het zo bedacht dat ik om 9.30 uur weer de trein zou pakken van Stasiun Ngrombo naar Stasiun Semarang Poncol. Vanuit daar een Grab-taxi te nemen naar Pesonna Hotel Semarang waar ik naar verwachting rond 11.00 uur zou aankomen. Dan zou ik daar mijn vuile was kunnen laten wassen, zodat ik morgen fris en fruitig mijn reis naar Nederland kon beginnen. Gisteravond kreeg ik echter ineens bericht van de familie of ik nog in Godong wilde komen. Er waren nog familieleden die er afgelopen zondag niet waren die nog heel graag afscheid wilde nemen. Dit wilden ze dan graag na hun werk doen (tegen een uur of 13.00). Daar kun je natuurlijk geen ‘nee’ tegen zeggen, hoewel ik wel gelijk besefte dat dit mijn schema danig in de war zou gooien. Aangezien de trein alleen ’s ochtends en het eind van de middag reed kon ik niet meer met de trein naar Semarang en uit ervaring wist ik dat de Grab-taxi’s in Godong niet altijd beschikbaar waren. Dit laatste zou betekenen dat ik vanuit Godong met de bus naar Semarang zou moeten. Met behulp van Grab-taxi’s verliet ik voor de laatste maal Purwodadi. Om 13.00 uur aan ik aan op de Kampong. Het was een aanfluiting, zo ervoer ik het althans: de familie die speciaal zou komen was er niet en die zou volgens zus Nuryati die wel aanwezig was ook niet komen. Ibu die sliep, maar ik besloot haar wakker te maken om dan ten minste haar nog eenkeer gedag te kunnen zeggen. Ibu reageerde echter afwezig en boos. Of ze wist niet wie is was, of ze was nog niet helemaal wakker, of ze was juist boos omdat ze juist wel wakker was of een combinatie van dit alles. Omdat ze Javaans sprak kon ik niet verstaan wat ze zei. Teleurgesteld en erg verdrietig dat ik op deze manier afscheid heb moeten nemen (hoe mooi was het afgelopen zondag geweest) heb ik bijna een uur op de bus naar Semarang staan wachten. Ondertussen kreeg ik van vliegtuigmaatschappij Sriwijaya Airlines via Whatsapp de vraag of ik de welbekende mop van mijn vlucht morgen van Semarang naar Jakarta wellicht kende: hij ging niet! De bus deed er twee uur en drie kwartier over om me naar Bus Terminal Penggaron te brengen. Vanuit daar kon ik wel een Grab-taxi bestellen die er nog eens een uur over deed om me bij Hotel Pesonna te brengen. In plaats van om 11.00 uur, kwam ik er nu pas om 18.30 uur aan om vervolgens last-minute een vervangende vlucht naar Jakarta te regelen. De enige vlucht die nog beschikbaar was, vertrok morgenochtend 6.00 uur. Dat betekende dat ik om 4.00 uur zou moeten opstaan en dat ik daarom mijn vuile was niet meer kon laten wassen (deze zou pas later in de ochtend klaar zijn). Omdat ik nog steeds last van mijn ‘koridor kursi’ (kursi = stoel, koridor = gang, maar stoelgang is in het Indonesisch eigenlijk buang air besar; waarom makkelijk doen als het moeilijk kan) had en ik weer verhogingsverschijnselen begon te krijgen, heb ik eerst nog een Apotheek gezocht waar ik medicijnen tegen diarree en paracetamol heb gehaald. Voor Ilse wist ik bij de Mall Pentagon Semarang nog op de valreep een ‘skipas’ te scoren. Omdat ik tevens niet fit was besloot ik, zwaar de smoor hebbende in het verloop van deze dag en het feit dat ik nu om 4.00 uur moest opstaan wegens het omboeken naar een veel vroegere vlucht, te gaan slapen. Bang voor de lange reis morgen… Tim Dondorp
Geplaatst door Godong Indonesie op Dinsdag 12 maart 2019














-

Hotel21
Vanochtend werd ik badend in het zweet wakker van de hitte. Om één of andere reden was de airco vannacht uitgevallen: dik aftrekpunt voor het FrontOne hotel. Ik besloot er verdere geen punt van te maken: na een lekkere koude douche en een ‘kattige’ Nasi Goreng als ontbijt zou ik toch naar het 21Hotel en degene die na mij komt die redt zich wel (eigenlijk is het Hotel21, maar dat rijmde niet). Hotel21 was het duurste hotel in Purwodadi, maar ook dit hotel haalde het wat mij betreft niet bij het Gryad Grandmaster Hotel. Dat de prijs hoger was begreep ik deze keer echter wel: als enige hotel had dit hotel een minibar (klein koelkast), die zo koud stond ingesteld dat ik ook de koelkastdeur open had kunnen zetten ter compensatie van de kapotte airco. Het sanitair was erg goed, sterker nog: de toilet had een geïntegreerde sproeier met een keiharde ijskoude (dat wel natuurlijk) straal op je eh…. gat gericht, zodat je het hele zaakje kon schoonspuiten na een grote boodschap. Ook handig voor als je nog een beetje slaapdronken bent en je nog een beetje wakker moet worden, zo kwam ik de volgende ochtend achter. Het grote raam dat deze kamer rijk was bood een prachtig uitzicht op… de daken en muren van lelijke gebouwen die heel dicht bij stonden en de helft van de kamer was behangen met baksteenbehang. Tenslotte zag ik dat ik ook nu weer twee coupons had voor het ontbijt van morgenochtend. Rare jongens, die Javanen. Vanmiddag besloot ik weer naar Luwes Winkelcentrum te gaan. Ik had nu één jurkje voor Ajanna gekocht, maar als vader probeer je het natuurlijk goed te doen en dat betekende dat ik dan niet zonder jurkje voor Joanne thuis kon aankomen straks. Ik heb al eerder uit de doeken (nee, geen woordspeling deze keer) gedaan dat kleding kopen niet bepaald mijn grootste hobby is en na twee uren wanhopig graaien, snuffelen en piekeren had ik nog geen jurkje voor Joanne gevonden. Er waren wel jurkjes in haar maat, maar die waren echt gewoon heel lelijk. Wel vond ik een heel schattig jurkje voor Ajanna. Dat jurkje kon ik gewoon niet laten hangen. Stom natuurlijk, want hoe kan ik Joanne straks nog onder ogen komen? Gedwee liep ik van Luwes terug richting Hotel21 (ik had geen fiets meer) toen ik een ontzettend vervallen oud, onooglijk en bijna kartonnen Toko tegen het lijf liep. Nou ja, figuurlijk dan, want als ik er daadwerkelijk tegenaan was gelopen was het onherroepelijk ingestort. Er werd de mooiste batik-kleding verkocht. Batikken (betekent ‘veel puntjes’ in het Javaans) is een hele oude kunstvorm uit Java om een geweven stof met verf van een decoratie te voorzien. Sinds 2009 staat Batik vermeld op de Lijst van Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid. Het was een kwestie van ‘nu of nooit’, maar dat ik in het Engels geholpen zou worden dat kon ik natuurlijk wel vergeten: “Eh, anak perempuan saya tujuh tahun,” (mijn dochter is zeven jaar oud) probeerde ik dapper. Nu weet ik ook wel dat Joanne nog maar vijf is, maar ik had al wel gezien dat de kinderen in Indonesië veel kleiner waren dan bij ons. Joanne is twee jaar geleden naar een school geweest in Godong. Ze was daar toen de jongste, maar wel de grootste van de klas. De verkoopster begreep mijn vraag en bracht me naar een doos met batik-jurken. Ik heb er twee gekocht, dus nu durf ik bijna met een gerust hart thuis te komen. Voor Ilse moest ik namelijk nog een skipas kopen. Eigenlijk is het een kipas (waaier), maar zo onthoud ik het beter. Hopelijk slaag ik daar in als ik morgen in Semarang ben, want hier in Purwodadi heb ik erg geen gevonden. Teruggekomen ik het hotel, besloot ik mezelf te trakteren. Het was nu immers ‘bonteavond’ (mijn laatste avond in Purwodadi), dus ik besloot zitting te nemen in het restaurant om daar gezellig uit eten te gaan. Nou ja, gezellig: het was een enorm groot restaurant en waren verder geen andere gasten. Dat had mijn argwaan misschien moeten wekken. “Berapa banyak orang?” (met hoeveel personen bent u) vroeg de ober. “Anda bahasa Ingris?” (spreekt u ook Engels) probeerde ik nog. De ober schudde meewarig het hoofd. “Satu,” (één) antwoordde ik waarop de ober mij met zoveel medelijden aankeek dat ik er koud van werd. Met het eten was niets mis, maar ik had ongeveer drie happen genomen toen er een complete geluidsinstallatie en een beamer het restaurant binnen werd gereden. Blijkbaar was het tijd voor Karaoke. De ober deed het ‘even’ voor. VALS!!!!! En hoezo kon hij geen Engels: het waren allemaal Engelse liedjes. Ik wist niet hoe snel ik mijn eten naar binnen moest werken om daarna haastig naar mijn kamer boven te vluchten. De ober heeft verder de hele avond gekaraoked in een volstrekt leeg restaurant. Rare jongens die Javanen… Tim Dondorp
Geplaatst door Godong Indonesie op Maandag 11 maart 2019
















