Categorie: Familie

  • Interview Ibu Maryati

    Interview Ibu Maryati

    Gisteren postte ik over een foto waar mijn tweelingbroer en ik op zouden staan. Uiteraard heb ik de foto naar Indonesië gestuurd. Bijzonder dat dit vandaag de dag in een paar seconde kan. Hoe anders zou het zijn geweest als ik twintig jaar geleden contact met mijn familie had gezocht. Inmiddels heeft mijn oudste zus Nuryati laten weten zeker te weten dat de Indonesische babytweeling inderdaad Mark en mij betreft. De foto heeft bij de familie veel losgemaakt. Ibu heeft de foto ook gezien. Ze schijnt er bij gehuild te hebben. Niet omdat ze Mark en mij op de foto heeft herkend, maar omdat de familie weer met haar over ons en over de adoptie heeft gesproken en omdat ze ons zo vreselijk mist. De mensen die mijn andere berichten ook hebben gelezen zou het best eens opgevallen kunnen zijn dat ik vaker heb gerefereerd naar twintig jaar geleden. En dat is niet voor niks. Wat maar weinig mensen weten is dat Spoorloos niet drie maar twintig jaar geleden reeds mijn biologische familie heeft gevonden. Twintig jaar geleden zag ik mijn adoptiemoeder voor het laatst en het zou bijna 15 jaar duren voor ik weer contact zou krijgen met mijn tweelingbroer. Hoewel ik bij mijn adoptievader in Franeker terecht kon, kan ik me het gevoel van leegte waardoor mijn interesse naar mijn roots steeds begon te groeien nog goed herinneren. Ik schreef Spoorloos een brief, waarop Spoorloos op zoek ging naar mijn biologische familie. Binnen een paar maanden was mijn biologische familie gevonden. Weet Ibu zich vandaag de dag niets meer van de adoptie te herinneren, twintig jaar geleden deed ze dat gelukkig nog wel. Ik zou er over kunnen vertellen, maar wie kan er beter over de adoptie spreken dan Ibu zelf in de gesprekken die ze twintig jaar geleden met Spoorloos heeft gevoerd? Ik herinner de eerste maal dat ik het verslag van Spoorloos las nog goed. Ik zat gespannen bij de fax (!) te wachten en geëmotioneerd las ik Ibu’s verhaal toen het binnen kwam. Zojuist heb ik het weer gelezen en tot mijn verbazing was de emotie er niet minder op geworden. Wel betreft het nu andere emoties: met de kennis en de (levens)ervaring van twintig jaar later lees je natuurlijk anders en haal je zelfs de fouten veroorzaakt door vertaling en interpretatie eruit. — INTERVIEUW MET IBU MARYATI: De reden en achtergrond (M) : Ik had toen al 7 kinderen, we waren heel arm. Toen werd de tweeling Heri Setiowan en Heri Setiono geboren. Het was niet makkelijk voor ons om twee baby’s goede voeding te geven. Vooral voor mij was het niet makkelijk om twee baby’s te verzorgen, want ik had nog meer kleine kinderen. Mijn man vond dat ik een baby moest afstaan. Ik wilde mijn kinderen niet weggeven, maar omdat Heri Setiowan (het 1ste kind) ziek was, dacht ik dat dat toch het beste was voor hem, omdat hij zo in leven zou kunnen blijven omdat hij goede voeding zou krijgen. Het proces van het overdracht: (M) : Ongeveer 2 dagen na de geboorte van de tweeling kwam een Chineze vrouw bij mij thuis. Zij was van een stichting voor adoptie kinderen in Semarang. Zij vertelde mij dat zij erg met mij te doen had, en dat ik de baby beter aan haar stichting kon overdragen zodat ik het niet te moeilijk had en het kind een beter leven kon krijgen. De baby zal aan een stichting in Jakarta worden overgedragen en daar worden verzorgd. Mijn man was het hier mee eens en ik wilde natuurlijk ook dat mijn kind gezond zou leven. Samen met mijn man ben ik toen met die vrouw meegegaan naar de stichting in Semarang (Kentangan) en daar stond gaf ik mijn kind (Heri Setiowan) af. Een maand daarna kwam een Javaanse vrouw (ik denk dat zij van de stichting in Semarang was) ons berichten dat Heri Setiowan overleden was. Zij vertelde dat de stichting veel geld had uitgegeven aan dokters en medicijnen en dat ik dat bedrag terug moest betalen of het andere kind ter compensatie moest afstaan. We waren heel arm, we hadden geen geld om het bedrag terug te betalen aan de stichting. Ik wilde mijn andere kind, Heri Setiono, absoluut niet meer aan de stichting, overdragen, maar ik kon de stichting ook niet betalen. Mijn man dwong mij ook het andere kind af te staan. Mijn man, Heri Setiono en ik moesten toen met die vrouw mee naar Jakarta. In de trein moest ik steeds huilen. In Jakarta kwamen we bij een stichting met veel kinderen en er waren veel vrouwen die deze kinderen verzorgden. Ik moest daar mijn kind afstaan. Ook moest ik een afstandsverklaring tekenen, maar dat kon ik niet. Daarom heb ik alleen een vingerafdruk van mijn duim laten zetten en heeft mijn man zijn handtekening gezet. Een vrouw vertelde mij dat mijn kind een beter leven zou krijgen en door een rijke familie zou worden geadopteerd. Toch wilde ik het niet, want Heri Setiono was mijn eigen kind, mijn eigen vlees en bloed. Na die gebeurtenis werd ik erg ziek en verloor ik vaak mijn bewustzijn. Volgens de dokter kreeg ik last van mijn hart. Ik werd helemaal gek en ik kon nergens anders meer aan denken dan aan Heri (Setiono). Als ik zo verdrietig aan hem zat te denken en hem zo miste, pakte ik een kussen en gaf het Promina (merk van een babyvoeding) te eten. (Erg huilend) Ik dacht dat ik niet meer leven wilde en ook mijn andere kinderen kon ik niet verzorgen. Mijn oudste zoon (Isman, dus) heeft toen iedereen verzorgd. Na anderhalf jaar werd mijn volgende dochter Nani geboren. Toen werd ik pas weer een beetje bewuster, maar Heri is nooit meer uit mijn hoofd geweest. (S) : Weet u wanneer de tweeling Heri setiowan en Heri Setiono geboren is? (M) : Ja, dat was zaterdagavond (dus niet zondag), in april 19 jaar geleden. Hij zou nu 19 jaar oud zijn. (S) : Heeft u de geboorte verklaring van Heri nog? (M) : Nee. Een paar dagen nadat ik Heri (Setiono, dus) naar Jakarta bracht, vroeg mijn man mij om de geboorteverklaringen van de tweeling. Hij zei dat deze papieren aan de stichting moesten worden afgeven. Ik wilde ze niet afgeven en ik verstopte de papieren, maar mijn man heeft ze uiteindelijk gevonden. (S) : Radjiman heeft dus één geboorteverklaring van de tweeling aan de stichting afgegeven? (M) : Nee, twee geboorteverklaringen. De tweelingbroers hadden ieder een eigen geboorteverklaring. (S) : Dus beide geboorteverklaringen, ook van Heri Setiowan die toen al overleden was? (M) : Ja, ook van Heri Setiowan. (S) : Wie heeft de geboorte van de tweeling gerapporteerd bij het dorpshoofd? (M) : Mijn man. Hij heeft de geboorteverklaringen voor alle kinderen geregeld, dus ook voor de tweeling. (S) : Weet u nog hoe de tweeling eruit zag? (M) : Nou, ze waren nog baby. Ze leken allebei op elkaar. Heri Setiowan werd eerst geborene. Hij was zwak, niet gezond. Hij dronk maar heel weinig borst melk. Hij had een wit gezichtje, terwijl Heri Setiono nogal wat donkerder was. Heri Setiowan had ook wat krullend haar. (S) : Weet u zeker dat Heri Setiowan dood is? (M) : Zeker weet ik het niet, want ik heb het lijkje of het graf nooit zelf gezien, ook de begraafplaats niet. Maar hij was erg ziek, heel zwak. (S) : Wilt u niet uitzoeken of hij echt dood is, of heeft u ooit navraag gedaan bij de mensen van de stichting? (M) : Nee ik heb het nooit gevraagd. Ik had het er heel moeilijk mee, om ook mijn andere kind (Heri Setiono, dus) over af te moeten staan. Ik werd daar echt boos van. Ik had hem anderhalve maand verzorgd. Ook mijn eerste zoon huilde toen ik hem weg bracht. Ik had wel plan om een keertje terug te komen naar Jakarta om mijn kind terug te halen, maar mijn man zei altijd dat ik het niet moest doen. (S) : Als blijkt dat hij nog leeft, zou u het geloven, zou u blij zijn? (M) : Natuurlijk zou ik blij zijn. Hij is, hoe dan ook, mijn kind, mijn zoon. Maar ik weet niet. Hij was erg ziek, heel zwak toen ik afstand van hem deed. Ik denk toch dat hij gestorven is. (S) : Weet u misschien de naam van de stichting in Jakarta, of het adres? (M) : Nee, ik herinner de naam niet. Ik kon niet lezen. Misschien weet mijn man weet het nog. (S) : Hebt u ooit van Stichting Kasih Bunda gehoord? (M) : Ja, dat was het, Kasih… Kasih Ibunda. Daar was ik geweest toen ik voor de tweede keer mijn kind moest overdragen in Jakarta. Ik heb de naam gehoord van een vrouw die daar werkt. Daar waren veel meer kleine kinderen. (S) : Weet iedereen in uw familie dat u uw kinderen heeft afgestaan aan de stichting, of houdt u dat geheim? (M) : Ik heb al mijn kinderen verteld dat ze een broer hebben die nu in Jakarta woont, bij de stichting. Ik denk nog elke dag aan Heri, en af en toe vertel ik mijn kinderen dat hij nu 19 jaar zou zijn en waarschijnlijk veel op mijn eerste zoon lijken. Ze weten ook dat ik erg verdrietig ben dat ik hem heb moeten afstaan. Ik heb 12 kinderen groot gebracht en kunnen voeden, waarom moest ik Heri afstaan? (S) : Kreeg u geld van de stichting voor uw kinderen? (M) : Ik kreeg geld toen ik van Jakarta naar terug naar huis ging nadat ik Heri Setiono aan de stichting had afgestaan. Iets van 20.000 rupiah (1,50 gulden) voor de kost van vroedvrouw toen ik Heri ter wereld bracht. Verder kreeg ik niets. (S) : U kreeg dus twee keer geld. Een keer toen u Heri Setiowan afstond en nog een keer in Jakarta toen u Heri Setiono gaf? (M) : Nee, ik kreeg maar een keer geld, toen in Jakarta. Voor Heri Setiowan heb ik niets gekregen. Ik heb mijn kinderen niet verkocht! (S) : Zou uw man het geld krijgen van het eerste overdracht? (M) : Ik weet het niet. Ik kreeg niets anders dan die 20.000 rupiah en een treinticket terug naar huis. (S) : Wilt u Heri weer zien? (M) : Natuurlijk, ik denk altijd aan hem. Ik bid dat ik mijn zoon terug kan zien, als het dan niet in deze wereld is, dan in de hemel. Ik ben alleen bang dat hij boos op mij zou zijn en mij zou verwijten dat ik hem heb afgestaan. Maar dat deed ik niet vrijwillig, ik werd gedwongen. Als hij nu bij mij, zijn broers en zijn zussen zou willen terugkomen, dan zou ik hem met open armen ontvangen. Hij is mijn zoon. (S) : Wat doet u nu voor werk? (M) : Ik werk niet, ik blijf thuis om voor de kinderen zorgen. Af en toe help ik mensen die bij mij komen. Bij voorbeeld vrouwen die mannen willen krijgen of mensen die ziek zijn beter te maken (naast huisvrouw, is Maryati medicijnvrouw in het dorpje). Dit interview vond plaats op zondag 30 augustus 1998 bij haar huis in Purwodadi, ongeveer 60 km van Semarang. Toen waren ook haar andere kinderen aanwezig: Isman, Aris Sutrisno en Aris Purnomo. De kinderen waren heel enthousiast om Heri te zien. Aris Purnomo, werkt bijvoorbeeld in Surabaya, maar sinds een week is hij thuis in Purwodadi om op Heri te wachten. Ook de kinderen die buiten Semarang werken, zullen deze week thuiskomen. Ik heb daarom tegen de familie gezegd dat de kinderen gewoon naar hun werk kunnen gaan in Surabaya en in andere steden in Java omdat ze bericht zullen krijgen als Heri naar Indonesië zou komen. Aris Purnomo (heeft al wat teleurstellingen te verwerken gehad) heeft mijn contactpersoon, Miftah, laten weten bang te zijn dat het interview en mijn onderzoek wellicht onderdeel uit moet maken van mijn afstudeerscriptie en dat Heri eigenlijk niet echt gevonden is. Zijn moeder zou dan wederom een hartziekte krijgen en dat wil hij niet. Isman herinnert zich ook nog hoe het was toen de tweeling werd afgestaan en heeft ook meer herinneringen over hen. Hij is de oudste zoon (toen was hij 14 jaar oud). Hij moest ook huilen toen hij zijn moeder hoorde vertellen over haar herinneringen van die gebeurtenis. De familie dacht eerst dat Heri nog bij de stichting in Jakarta is, of door een familie in Jakarta is geadopteerd. Omdat ze maar bleven vragen of Heri hoe, waar en met wie hij nu leeft, heb ik hen uitgelegd dat Heri nu buiten Indonesië woont, bij een ander gezin met goede adoptieouders. De kinderen van Radjiman/Maryati: 1. Isman (woont nu bij zijn ouders met zijn vrouw en vier kinderen, werkt af en toe in de bouw) 2. Haryatiningsih (woont nu samen met haar man en haar twee kinderen hebben als tweede naam allebei Setiowan ter nagedachtenis van de overleden Heri. Ze woont nu in Lamper Tengah (vlak bij het vroegere ouderlijk huis van Radjiman/ Maryati) in Semarang. Haar man werkt als chauffeur. Haryati herinnert zich ook nog dat de tweeling Heri overgedragen werd. Zij vertelde dat zij heel verdrietig was toen Heri Setiono (de jonge Heri) ook door haar moeder moest worden afgestaan. Volgens haar is haar vader nu bang dat Heri het hem zal verwijten. Ook zij is er zeker van dat Heri Setiowan overleden is, omdat hij destijds heel zwak was. 3. Agiharti (werkt nu in Brangsong, een stad buiten Semarang, in midden Java). 4. Rinawatie (woont met haar twee kinderen bij haar schoonmoeder in Purwodadi, ongeveer 7 km van het Maryati haar huis). 5. Aris Sutrisno (woont met zijn vrouw en dochter ook bij zijn ouders Maryati/Radjiman). Werkt af en toe als chauffeur. 6. Aris Sulistyo (werkt als chauffeur in Surabaya). 7. Aris Purnomo (werkt als chauffeur in Surabaya). 8. Nanik (werkt als verkoopster in een winkel in Semarang en woont bij Haryati in Lamper Tengah. We hebben haar ook eventjes ontmoet bij Haryati. Toen ik haar vertelde dat ik uit Jakarta kwam vanwege Heri, moest zij huilen. Ook zij wil Heri gauw zien, want zij kent hem alleen maar van de verhalen die haar moeder en haar zus Haryati haar verteld hebben). 9. Tweeling: Nur Hidayah en Nur Salihah (zij wonen nu bij familie van moeder Maryati buiten Semarang). 10. Inayah Anggraini (woont bij Maryati en Radjiman, zit nog op school). 11. Eni -(woont bij Maryati en Radjiman, zit nog op school). 12. Retno (woont bij Maryati en Radjiman, nu 8 jaar oud). Over Radjiman (de vader): Ik heb Radjiman niet ontmoet. Volgens Maryati en de kinderen is hij nu in Semarang en werkt hij daar als monteur, maar ze weten niet waar ik hem kan ontmoeten of ze willen het me niet vertellen. Volgens Maryati is hij nog steeds ziek (zijn hersenen zouden beschadigd zijn), maar is het nu minder erg. Hij kan wel praten, maar soms kan hij erg boos worden om niets. Hij komt ieder drie dagen thuis, verder slaapt hij op zijn werk in Semarang. Maryati heeft hem wel verteld dat Heri hen wil ontmoeten, maar hij gelooft het niet. Hij vertelde Maryati bang te zijn dat Heri hem de adoptie kwalijk zou nemen. Radjiman heeft vroeger op een schip of een stoomboot van Jakarta Lloyd gewerkt als stuurman, maar op alle adoptiepapieren werd dit gewoon als chauffeur vermeld. In 1967 had hij een ongeluk op zijn werk, waarna hij voor drie maanden in psychiatrisch ziekenhuis werd opgenomen. Daarna bleef hij nog een paar maanden ziek thuis waarna hij terug naar zijn werk ging. Hij ging in 1991 met pensioen. Ik heb de fotokopie van de identiteitskaarten van hem en van Maryati opgestuurd, samen met de foto’s die ik gemaakt heb. De situatie van het huis van familie Radjiman/Maryati: Het ligt ver van de huizen van de buren, met een breed stuk grond voor het huis. Het ligt in Purwodadi, ongeveer 60 km van Semarang (twee uren rijden) langs een hele slechte weg. De famile is heel arm. Er zijn heel veel kleine kinderen. Ik heb mijn contactpersoon gevraagd Radjiman proberen te ontmoeten (door terug te komen gaan naar het huis in Purwodadi) om hem te interviewen. Het zou kunnen dat hij een andere mening heeft over het afstaan van Heri, of dat hij Heri zelfs niet terug wil zien. De familie denkt nog steeds dat Heri Setiowan overleden is en denkt dus alleen Heri Setiono te zullen ontmoeten. Ik heb dus drie plaatsen bezocht: 1. Haryatiningsih in Semarang (haar interviewen, zij heeft heel enthousiast over haar broertje verteld). Nanik woont ook bij haar. Nanik heeft Heri zelf nooit gezien, maar alleen over hem van haar moeder, zus en broer hebben horen te vertellen. Zij wil Heri ook heel graag zien. 2. Het huis van Maryati/Radjiman in Purwodadi. 3. Het huis van Nanik in Purwodadi (helaas was zij niet thuis). Haryati heeft ook goede herinneringen aan Heri. Zij heeft haar beide zonen naar de overleden Heri benoemd. Groeten, Sarah Beste Trudy, Mijn contactpersoon in Salatiga heeft de vader van Mark en Tim van de Weg eindelijk ontmoet. Het heeft nog een behoorlijke tijd geduurd voordat dat is gelukt. Eerst zeiden de kinderen (Isman, Haryati enz.) dat hij psychisch nogal ziek was en dat het niet makkelijk is met hem te praten. Dan zeiden ze dat Radjiman in Semarang werkt, maar dat ze niet precies wisten waar (dus ook de plaats waar hij meestal slaapt niet) en dat hij maar een paar keer in de week terug komt naar zijn huis in Purwodadi. We vermoedden dat er iets mis is in de relatie tussen de vader en de familie. Wellicht zit hij inderdaad achter al die verhalen van de adoptie van de tweeling Heri? We zijn nog een aantal keren bij Haryati gekomen om haar te zeggen dat het erg belangrijk is dat wij Radjiman ontmoeten en haar te vragen ons naar hem toe te brengen. Het is ons niet gelukt, en zij (en haar man) deden er alles aan om te voorkomen dat we Radjiman zouden ontmoeten. Ook zijn we nog een keer naar Purwodadi geweest om Isman om het adres van Radjiman in Semarang te vragen, maar ook hij wilde ons hierover geen duidelijk geven. Pas toen we hebben gezegd dat we onze handen hiervan zouden aftrekken omdat Heri beide ouders wilde ontmoeten en niet alleen de moeder, heeft Isman toegezegd zijn vader op te zoeken in Semarang en hem in contact te zullen brengen met mijn contactpersoon. Gisterochtend kwam Isman met zijn vader naar mijn contactpersoon, en is er met hem gesproken. Algemene indruk over Radjiman: Hij is lichamelijk nog gezond en nog niet zo oud. Hij kon de meeste vragen wel beantwoorden, maar kon zich niet goed concentreren waardoor hij vaak bleef zwijgen. Toen hij over de adoptie vertelde heeft hij niet gehuild, was hij niet verdrietig en had hij geen expressie op zijn gezicht. Zijn herinneringen van het overdracht: Hij vertelde hetzelfde verhaal als moeder Maryati (en zus Haryati), Hij vertelde ook dat de eerste zoon, Heri Setiowan, erg ziek was en dat hij na een maand dood werd verklaard door de stichting in Semarang. Hij moest daarom ook de andere zoon afstaan, deze keer aan een stichting in Jakarta. We hebben hem nog gevraagd of hij hiervoor geld heeft gekregen van de stichting. Dat heeft hij dus nooit gekregen. Opmerkingen: Het blijkt dat Radjiman, Isman en Aris Sutrisno nu als betjakrijders werken. Ze schamen zich hiervoor en wilden dat eerst niet eerlijk vertellen. Radjiman heeft nogal wat problemen met de familie. Hij heeft geld van andere mensen geleend wat hij vergokte waarna hij dit niet kon terugbetalen. Radjiman deed veel slechte dingen waar geldproblemen door kwamen. Daardoor vindt zijn familie dat hij maar beter geen contact meer met hen moest hebben. Hij komt daarom, in tegenstelling wat eerder beweerd is, niet meer terug naar zijn huis in Puwodadi. Hij slaapt overal op straat of bij een garage in Semarang waardoor het niet gemakkelijk is hem te vinden. Hij wilde in ieder geval zijn zoon, Heri, graag zien en Isman kan garanderen dat hij in Purwodadi zal zijn op die bewuste dag. Nou, Trudy dat was allemaal erg duidelijk. Mocht je meer informatie nodig hebben, laat het mij dan weten. Groeten, Sarah — Mochten er vragen zijn naar aanleiding van bovenstaand interview (dat kan ik me goed voorstellen): stel ze gerust in de comments en indien mogelijk zal ik ze beantwoorden. Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Woensdag 24 april 2019
  • Afscheid van de familie (4)

    Afscheid van de familie (4)

    Verbaasd werd ik vandaag pas om 9.00 uur wakker. Hoewel ik gisteren bijna de hele dag geslapen had was ik vannacht niet één keer wakker geweest. Nog mooier was dat ik ik me op een beetje hoofdpijn na eigenlijk weer fit voelde. Dat kwam me mooi uit, want vandaag zou ik me gaan voorbereiden op mijn terugreis naar Nederland. Nog één hotel te gaan in Purwodadi, daarna nog eentje in Semarang en dan de lange vliegreis terug naar Nederland. Vandaag zou ik reeds afscheid nemen van mijn familie. Waarom vandaag al? Omdat het vandaag zondag is en de familie dan op de kampong is. Over het ontbijt en over het uitchecken bij Hotel Kencana kan ik vrij kort zijn: er vonden geen incidenten plaats. Eventjes dacht ik van wel, want toen ik het ontbijt achter de kiezen had, toen zag ik op de menukaart dat ik zojuist ‘Nasi Goreng Kucing’ op had. Geschrokken vroeg ik een medewerker of ik daadwerkelijk kat (kucing) had gegeten. Ik meende eigenlijk geen verschil met het ‘Nasi Goreng Ayam’ (kip) te proeven. Ik werd weer eens niet begrijpend aangekeken, waarop een andere medewerker hard begon te lachen: wat bleek? In de Nasi Goreng zaten gewoon stukjes kip, maar met Kucing werd ‘kleine portie’ (ontbijt) bedoeld: als ware het een portie voor een kat. Rare jongens die Javanen, maar als je er over nadenkt toch ook zo gek weer niet. Wanneer ik koninginnensoep eet verwacht ik tenslotte toch ook niet mijn tanden in de eh… armen van Koninging Maxima te zetten? Zus Nurul wist dat het vandaag mijn laatste dag in Godong zou zijn, dus ze had me een paar dagen geleden een bericht gestuurd met de vraag of het niet leuk zou zijn om met de hele familie te gaan zwemmen. Of ik dan wel voor de hele familie de entree wilde betalen. Natuurlijk wilde ik dat wel. “Regel het maar,” had ik teruggewhatsappt. Gisteren had ik nog om een statusupdate gevraagd, maar Nurul vertelde me dat de familie niet echt massal geantwoord had. Ik stelde daarop voor om dan eerst in Godong af te spreken en dat we dan ter plekke wel zouden zien hoe of wat. Zo gezegd zo gedaan. Maar ik had de laatste hap Nasi Goreng Kucing nog niet volledig doorgeslikt of ik kreeg bericht van Ratna. Waar ik was: de hele familie stond met nageslacht en aanhang klaar bij Waterboom Klambu. De definitieve afspraak was naar mijn idee nog niet gemaakt, laat staan dat er een tijd was afgesproken, maar ik heb de familie laten weten dat het nog minimaal twee uur zou duren voordat ik ter plaatse kon zijn (ik moest nog inchecken in het nieuwe hotel, daarna mijn fiets ophalen bij een ander hotel en vervolgens 20 kilometer fietsen om in Godong of Klambu te kunnen zijn. Hierop is de familie maar zonder mij gaan zwemmen. Toen ik inderdaad twee-en-een-half uur later in Godong aankwam, kwam de familie net terug. Omdat ik begreep dat het entreegeld een issue was, betaalde ik dit terug aan degene die het ‘voorgeschoten’ had waarna ik tot ’s avonds bij de familie ben gebleven. Omdat het mijn laatste keer in Godong zou zijn, ben ik ook een behoorlijke tijd met Ibu, mijn oudste broer Ismanto, mijn oudste zus Nuryati en mijn jonsgte zus Ratna die als tolk zou fungeren apart gaan zitten. Ik heb hen nogmaals uitgelegd waarom ik deze keer de keuze heb gemaakt in Purwodadi te verblijven. Daarnaast wilde ik nu echt weten hoe het met de gezondheid van Ibu ging en ook hoe de familie hiermee omging. Van Ismanto begreep ik dat hij gezien heeft hoe kwade geesten bezit hebben genomen van Ibu en dat de familie inderdaad van plan is binnenkort met behulp van Rukya deze geesten te verdrijven. Hoe moeilijk ik dit ook vind: er zit voor mij niets anders op dan dit te respecteren. Ik heb nog wel even doorgevraagd, maar Ismanto kon hier niet heel specifiek in zijn, behalve dat het nogal heftig was toen de geesten bezit namen van Ibu en dat Ibu sinds dien niet meer zichzelf is. Aan de hand van zijn verhaal, heb ik zelf het vermoeden dat Ibu een beroerte heeft gehad; maar wie zal het zeggen? Op mijn vraag wat de familie met mijn verzoek heeft gedaan toch ook Ibu gebruik te laten maken van de reguliere gezondheidszorg vertelde Isman me dat er regelmatig een dokter komt kijken maar dat deze dokter heeft gezegd dat hij behalve het voorschrijven van medicijnen weinig tot niets meer voor Ibu kan doen en dat de familie zich er op moet voorbereiden dat Ibu er binnenkort misschien niet meer is.Deze doktersbezoeken en de voorgeschreven medicijnen kosten geld en daarom hebben de kinderen van Radjiman en Ibu tijdens de eerste familievergadering na het overlijden van Radjiman besloten om wekelijks 20.000 IDR af te staan om zo de gezondheidszorg van Ibu te kunnen bekostigen. Toen ik dat hoorde, had ik ook de behoefte om hier aan me te doen. Omdat ik niet elke week naar Indonesië zou kunnen,stelde ik voor elk jaar voor een jaar (1.040.000 IDR = 65 euro) te betalen. Ismanto’s reactie maakte me erg verdrietig en wederom schieten de tranen me weer in de ogen terwijl ik dit aan het typen ben. Hij begon te huilen en hij zei dat de familie heel goed besefte het ‘recht’ mij om financiële steun te vragen te hebben verspeeld op het moment dat ze mij ter adoptie had afgestaan. Hierop stelde ik de familie de vraag of ze mij dan niet als familie zag. Tot dat moment bleek uit niets dat Ibu ook maar iets van het gesprek te hebben meegekregen maar op het moment dat zus Ratna mijn vraag vertaalde wierp ze zich huilend in mijn armen, ondertussen allerlei zinnen in het Javaans prevelend die ik niet verstond. We hebben elkaar alle vijf lang en stevig vastgehouden. Een moment dat me altijd bij zou blijven. En hoewel het verdriet dat we toen allen voelden een emotie is die de taalbarrière oversteeg fluisterde Ratna in mijn oor wat Ibu mij in het Javaans had gevraagd. Of ik ook na haar dood voor de familie zou willen blijven zorgen. Niet zozeer financieel, maar het niet vergeten van de familie in Indonesië, maar ook in Zweden (Lin en Emelie) en in Nederland (Mark) zou al voldoende zijn. Ik heb Ibu beloofd er alles aan te doen om aan haar wens te kunnen voldoen. We waren nog niet bijgekomen, toen ik resoluut 1.050.000 IDR pakte van het geld dat neef Nuris mij had terugbetaald om dit aan Ibu te geven. Een deel van mij wilde meer geven, maar ik ben oprecht van mening dat dat niet juist zou zijn. Hoewel ik, zeker in vergelijking met de familie, makkelijk geld kan missen (wat is de wereld oneerlijk verdeeld), wil ik me er absoluut voor waken het signaal af te geven liefde (af) te willen kopen. De familie begon weer te huilen, maar nu kon ik oprecht zeggen dat dat niet hoefde omdat ik toch feitelijk hetzelfde deed als alle andere kinderen… Ook de adoptie kwam nog ter sprake. Ibu herinnert zich helemaal niets meer van de adoptie, maar Ismanto en Nuryati wel. Althans daar ga ik gemakshalve maar vanuit. Want toen we adoptie bespraken waren ze het vaak onderling niet met elkaar eens. Waar ze het wel over eens waren, was dat ik voor Mark ben geboren. Dit verbaasde mij: mijn hele leven had ik gedacht dat Mark ouder was dan ik omdat in mijn adoptiepapieren stond vermeld dat ik de jongste van ons twee was. Toen ik dat aan Ismanto en Nuryati vertelde zeiden ze dat dat klopte: volgens oud Javaans gebruik wordt de eerstgeborene bij een tweeling de jongste genoemd: de ander blijft namelijk langer in de moeder, waardoor deze als ouder wordt gezien. Rare jongens die Javanen, maar wel een mooie gedachte. Tevens kwam ik er achter dat de Indonesische namen van Mark en mij niet kloppen. Op mijn paspoort staat ‘Heri Setiowan’, maar dat moet ‘Heri Setiawan’ zijn en op die van Mark staat meen ik ‘Hero Setiono’, maar dat moet ‘Heri Setiono’ zijn. Zo krijgt het ‘jezelf ontdekken in Indonesië’ wel een hele letterlijke betekenis. Het is nu toch echt tijd om afscheid te nemen. Mijn fiets zou ik bij de familie achterlaten. In het begin maakte ik mij daar een beetje zorgen over: de familie supportte het hele idee van mijn fiets niet dus ik wist ook niet of ik de fiets er wel kon achterlaten. Ibu wilde echter heel graag mijn fiets als aandenken aan mij in haar huis hebben (en ze heeft al zo’n klein huis). Joanne had thuis een tekening gemaakt. Die gaf ik in haar bijzin (aan de hand van een live video verbinding met Bolsward) aan Ibu, waarna ik met behulp van een Grab-bike onderweg ging naar het volgende hotel: hotel FrontOne. Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Zondag 10 maart 2019
  • Semarang, Kanaya land 2

    Semarang, Kanaya land 2

    Van al mijn familie in Indonesië heb ik met neef Nuris (zoon van de één na oudste: zus Nuryati) het meeste contact. Hij geeft les op Stekom, Hoger Onderwijs Electronics and Computer College te Semarang, in grafische vormgeving en hij spreekt ook een beetje Engels. Nuris is ‘slechts tweedegraads familie’ maar toch heb ik met hem de meeste klik. De indirecte communicatie met de familie verloopt hierdoor ook vaak via Nuris. Dat steekt een beetje bij de familie, want hiermee doorbreek ik een ingewikkeld hiërarchisch systeem van rangen en standen binnen de Javaanse familietraditie. Toch vind ik het fijn het contact met Nuris te onderhouden. Hij geeft me veel ‘inside information’ over de familie en hij helpt cultuurverschillen te overbruggen door mij uit te leggen hoe de familie over bepaalde zaken denkt en andersom. Nuris is ook de enige die begrijpt waarom ik er deze keer voor heb gekozen niet bij de familie op de Kampong te verblijven. Tot voor kort had Nuris geen eigen huis en woonde hij samen met zijn vrouw en twee jonge kinderen nog bij zijn schoonouders. Helaas is twee jaar geleden zijn schoonvader overleden. Het huis moest worden verkocht en Nuris dreigde met zijn gezin op straat te komen staan. Op zich verdient Nuris voldoende geld om een hypotheek te kunnen afbetalen, maar om een hypotheek te kunnen afsluiten moest 2.000.000 IDR (ongeveer 125 euro) aan provisie en overige kosten worden betaald. Nuris kon dat destijds niet in een keer ophoesten, waarop Ilse en ik hem dat geld buiten medeweten van de familie om hebben geleend zodat hij een huis kon kopen. Nu ik in Indonesië was, wilde hij mij dat huis natuurlijk graag laten zien. Omdat Nuris tussen Semarang en Demak woont, kon ik dit mooi combineren met het uitzwaaien van Inge. Nadat Inge in haar trein richting Jakarta was gestapt liep ik naar een grote supermarkt, zo’n 50 meter van Stasiun Semarang Poncol vandaan om daar een Grab taxi te bestellen. Mocht je ook ooit gebruik maken van Grab: vermijd dan dat een Grab taxi je op moet halen op een plaats waar veel concurrerend vervoer (plaatselijke taxichauffeurs, Bluebird, becaks, etc.) beschikbaar is zoals op Stasiun Semarang Poncol. Dit kan tot serieuze problemen leiden. De grab chauffeur kon het adres van Nuris eerst niet vinden. Het bleek een nieuwbouw wijk te zijn tegen Demak aan. In tegenstelling tot de chauffeur (de chauffeurs rijden daar als een bezetene) was Google Maps geduldig en zo stond ik een uurtje later voor Nuris’ zijn nieuwe deur. Als enige van de familie wist Nuris wanneer ik ongeveer naar Indonesië zou komen. Hij had daar zeer ruim van te voren speciaal naar geïnformeerd want hij wilde mij het geleende geld dan terug kunnen betalen. Dit was dan ook het eerste dat hij deed en hij bedankte me nogmaals dat hij het geld had mogen lenen. Hierna liet hij mij zijn huis zien. Het was een klein huis met vier kleine ruimtes waarvan Nuris één ruimte gebruikte als kleine hal. Wij zouden deze ruimte als woonkamer inrichten, maar in Indonesië stalt men er ’s nachts de scooters om te voorkomen dat deze worden gestolen. Twee andere kleine ruimtes gebruikte Nuris als slaapkamers en de overgebleven ruimte voor het sanitair (toilet, douche en keuken). Nuris had geen meubels, dus we zaten op een matras in één van de twee slaapkamers. We hebben veel over de familie gesproken. Nuris vertelde me dat de familie zich grote zorgen maakte over het feit dat ik me zelfstandig op de fiets, in en om Godong begaf. en hij bevestigde inderdaad het onbegrip van de familie over diverse keuzes die ik deze keer had gemaakt. Wat ik heel interessant vond, was dat Nuris mij inzicht gaf over zijn financiën: om zijn nieuwe huis te kunnen kopen had hij een hypotheek genomen van 100.000.000 IDR (ongeveer 6.200 euro). Elke maand moet hij 900.000 IDR (ongeveer 50 euro aan aflossing en ongeveer 6 euro aan rente) betalen zodat zijn huis binnen 10 jaar (gangbare periode in Indonesië) afbetaald zou zijn. Door hard te werken (Nuris geeft 5 dagen in de week tussen 8.00 uur en 15.00 uur les, waarna hij gaat rusten om ’s avonds van 17.00 uur tot 20.00 uur en zaterdag de hele dag bij te verdienen als Grab-biker) verdient Nuris per maand 1.400.000 IDR. Wanneer je de kosten voor het huis hiervan aftrekt betekent dat dat Nuris maandelijks 500.000 IDR (ongeveer 31 euro) per maand over heeft om zijn gezin te kunnen onderhouden. Nu heb ik al gemerkt dat het in Indonesië een stuk goedkoper leven is dan bij ons, maar ik snap nu ook wel waarom. Want heel veel, zeg maar gerust de meeste, Indonesiërs zijn niet eens bij machte een huis te kopen en sommige niet eens om te huren. Over de financiële situatie van degene die ik in de sloppenwijken heb gezien nog maar te zwijgen. Tegen het einde van de middag nam ik afscheid van Nuris. Hij bracht me op zijn scooter naar de hoofdweg. De wegen in Grobogan hebben niet echt een naam: daarom wordt de weg genoemd naar de steden die hij verbindt, in dit geval dus Jl. Semarang – Purwodadi (waar Jl. voor Jalan = weg staat). Ik besloot niet terug te gaan naar Stasiun Semarang poncol. Daarvoor moest ik door het centrum en rond deze tijd was het daar altijd heel erg druk. In plaats daarvan besloot ik met de bus terug te gaan. Ik had al gefietst, ik had al gereisd met de trein en de Angkot; nu besloot ik dus aan de kant van Jl. Semarang – Purwodadi te wachten op de bus naar Purwodadi. Aan bustijden doet men niet in Grobogan, ook niet aan bushaltes trouwens: je wacht gewoon daar waar het je het beste uitkomt. Normaal komt er ongeveer om de 20 minuten een bus voorbij, maar ik was even vergeten dat het Hari Raya Nyepi was wat betekende dat er minder bussen reden. Drie kwartier heb ik gewacht en toen kwam er een bus. Omdat er bussen uitvielen was deze bus natuurlijk hartstikke vol. Ik mocht er eigenlijk niet in, maar toen men door had dat ik een buitenlander was mocht ik mee, mits ik dan twee maal de ritprijs van 20.000 IDR (totaal dus 40.000 IDR = 2,50 euro) zou betalen. Ik vond het allang best, maar als ik geweten had dat ik twee-en-een-half uur lang gevaarlijk op het randje bij de openstaande achterdeur zou moeten balanceren, was ik wellicht toch via een Grab-taxi naar mijn hotel gegaan… Tot morgen! Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Vrijdag 8 maart 2019
  • Naar de familie

    Naar de familie

    Nadat ik gedroomd had dat Ilse, Joanne en Ajanna als verrassing voor de deur stonden werd ik om 7.00 uur plaatselijke tijd teleurgesteld wakker om me gaan voorbereiden voor vandaag. Gisteravond berichtte zus Nurul dat zij en zus Anik vandaag naar Godong zouden komen, waarop ik besloot ook de familie weer te bezoeken. Ik zou aanvankelijk op de fiets, maar mijn telefoon gaf aan dat het vandaag de hele dag zou regen. Hoewel het op dit moment nog prachtig weer was, besloot ik daarom vandaag gebruik te maken van het openbaar vervoer. Achteraf had ik gewoon op de fiets kunnen gaan, want het bleek tot op het moment dat ik dit bericht op Facebook plaats (20.00 uur plaatselijke tijd) regulier Indonesisch weer (snoei heet en droog) te blijven. Ik wist nog van de vorige keer dat ik in Grobogan was dat er tussen Godong en Purwodadi groene minibusjes reden (Angkots) en ik besloot weer met zo’n busje naar Godong te gaan. Purwodadi is groot en de vorige keer was het nog problematisch om in Purwodadi van Terminal Bus (busstation) naar het ziekenhuis (Runah Sakit) waar Bapak Radjiman lag te komen, maar vandaag de dag is er gewoon Grab! Echt een uitkomst voor semi-locals of Indo-wannabe’s like me. Naast Nasi Goreng Ayam, kun je via de Grap App ook een scooter met bestuurder (Grab Bike) huren. Ideaal is dat je ook via de App betaalt, dus geen gedoe met contact geld, onduidelijkheden of zelfs ruzie over het te betalen bedrag van 50 eurocent. De Grab biker komt je ophalen, geeft je een helm en een lift naar hetgeen je in de App als eindbestemming hebt opgegeven: in mijn geval dus Terminal Bus Purwodadi. Ik dacht dat ik fietsen eng vond, maar achterop een scooter zitten die als een bezetene door het verkeer crost is nog veel enger: je hebt niets zelf in de hand (nu ik er over nadenk is dat sowieso hier in het verkeer het geval), dus je bent daadwerkelijk aan de Goden (in gedaantes van andere bezeten weggebruikers en je Grab driver) overgeleverd. Of de melding van de Grab app dat je bij elke rit die je boekt via Grab VERZEKERD bent geruststellend is of juist niet daar ben ik nog steeds niet over uit. Terminal Bus bevindt zich aan de rand van Purwodadi. Helaas bleken er alleen ‘echte’ bussen te staan. De Angkots mogen daar helemaal niet komen. Nee, voor de Angkot’s moest ik in het centrum van Purwodadi zijn, ongeveer daar waar mijn hotelkamer zich bevond. Na weer een Grab Biker later (ditmaal was het gelukkig niet dezelfde) kon ik dan toch echt plaats nemen in een Angkot. Een Angkot wordt terecht een minibusje genoemd. Ik mocht plaats nemen op de achterste bank, degene met de minste beenruimte: mijn knieën konden niet recht naar voren, waardoor ik mijn benen zijwaarts moest kantelen. Daardoor kunnen er geen 4 personen, maar slechts 3 personen op de achterbank worden gepropt. Onderweg naar Godong werden er tot mijn verbazing op de andere twee bankjes en voorstoelen nog eens 11 (!) passagiers ingeklemd. Een sardientje in een blikje heeft meer ruimte. Niet alleen de uitlaat van het busje rookte als een ketter, ook de passagiers en de chauffeur paften op gezette tijden een eind weg. Dan stopt de bestuurder: er moest nog een passagier worden bij gepropt. Of toch niet? De achterbank lijkt met twee locals en één semi-loacl (that’s me) toch echt vol. De chauffeur komt mij ‘‘inschikinstructies’ geven, want het kan toch niet zo zijn dat ik zomaar twee plaatsen bezet houd en daarmee zijn inkomsten verderf. Als hij mijn perfect geörigami’de (schrijf je dat zo) benen ziet, geeft hij direct zijn poging direct op. Een potentiële passagier achterlatend geeft hij nijdig gas en bij de eerst volgende stop gebaart hij mij dat hij extra betaald wil krijgen. Uiteraard doe ik alsof ik hem niet begrijp. Wel suggereer ik dat ik best kan ruilen met een dame die op het voorbankje zit aangezien zij kleinere benen heeft dan ik. Nu begrijpt de chauffeur mij op zijn beurt niet. Als er even later weer een passagier mee moet, wordt deze alsnog met behulp van een schoenlepel op het voorbankje ‘bijgeplaatst’. Aangekomen bij Pomp Benzine Godong gaf ik de chauffeur 10000 IDR extra (63 eurocent,het tarief voor de hele rit) waardoor ik met een gezuiverd geweten uit kon stappen. Voor de ingang van de Kampong, stond tot mijn verbazing zus Rinah in een tentje straatvoedsel te verkopen. Vorig jaar vlocht ze nog rieten manden om die door zus Arti te laten verkopen op Pasar Godong, maar nu verdient ze dus de kost door eh… het te verkopen. Ik besloot meteen bij ‘Toko Rina’ wat eten te kopen. Het eten smaakte erg goed, maar toen ik haar wilde betalen wilde ze het geld niet aannemen. Tot ’s middags laat ben ik bij de familie gebleven. Zus Ratna was er niet, dus het communiceren ging wel wat moeizamer. Zus Nurul spreekt gelukkig ook een beetje Engels, maar het deed me wel verdriet dat het communiceren met de familie zo moeizaam gaat. Communicatie is normaliter toch één van mijn sterke punten waarop ik bijna altijd kan terugvallen. Ik vind het best confronterend dat ik dat hier niet kan. Ik neem me dan ook voor nog harder Indonesisch te gaan studeren, hoewel de familie onderling Javaans (voor een Indo ook niet te verstaan) met elkaar spreekt. Nog confronterender, vond ik de ontmoeting met Ibu vandaag. Hoewel ik haar eergisteren gedag had gezegd, keek ze mij wezenloos aan. Het leek zelfs alsof ze boos was: over het algemeen was ze stil en afwezig, maar soms riep ze luid iets tegen mij dat ik niet verstond. Pas na lange tijd (veel langer dan eergisteren) had ze in de gaten wie ik was en viel ze me weer huilend in de armen om me niet meer los te willen laten…

    Geplaatst door Godong Indonesie op Dinsdag 5 maart 2019
  • Weerzien familie (7)

    Weerzien familie (7)

    Mijn overtuiging is dat het leven doorgaat, ook op een begraafplaats. Mocht daar nog enige twijfel over bestaan: een man die ik niet had zien aankomen was zo vriendelijk mij dat te bevestigen door luidkeels bij het graf van zijn moeder gezangen uit de Koraan te gaan zingen, ongetwijfeld met de kop richting Mekka. Even overwoog ik te protesteren door eveneens luidkeels het ganse repertoire van Huub Oosterhuis te gaan zingen maar ik besloot geen heilige oorlog te gaan ontketenen, de Islam te respecteren en de strijdbijl bij voorbaat te begraven. Tenslotte bevonden we ons op een begraafplaats, niet waar? Het leek mij beter weer op de fiets te stappen en door te fietsen naar Godong. Onderweg begon ik me steeds meer zorgen te maken. Hoe zou het met Ibu zijn en hoe zou de familie reageren op mijn onaangekondigde bezoek? Welke houding zou ik mij aannemen? Gelukkig loste dat laatste probleem zich vanzelf op. Ik was de Kampong nog niet op gefietst, of ik hoorde vanuit de verte Kakak Arti (de zus die nogal van de status is) apetrots over de Kampong schallen: ‘Tim, lihat. Saya punya mobil baru!’ (Kijk Tim, ik heb een nieuwe auto!). Waarop ik prompt van mijn fiets sprong en haar toe riep: ‘Kakak Arti, lihat. Saya punya sepeda baru!’ (kijk Arti, ik heb een nieuwe fiets). De toegesnelde Kampong bulderde van het lachen en zus Arti zelf gelukkig ook, waarmee ze m.i. toch ook bewees dat ze het één en ander in perspectief kan zien. Het weerzien met de familie was hartverwarmend. Er werd gelachen, er werd gehuild. De familie was dolblij mij te zien, maar over het algemeen heerste er verwarring en ook een beetje onbegrip. Mijn oudste broer Ismanto vroeg me waarom ik niet had verteld dat ik naar Godong zou komen. Dan hadden ze voor mij een slaapplek op de Kampong kunnen regelen en eten voor me kunnen voorbereiden. Hoe leg je uit dat dat ditmaal juist niet de bedoeling is? Dat je het de afgelopen keren heel fijn hebt gehad bij de familie, maar dat je nu toe bent aan de volgende fase in je zoektocht naar je eigen identiteit. Een identiteit welke onlosmakelijk verbonden is met de familie, maar zeker ook aspecten daarbuiten heeft. Dat het voor jou daarom noodzakelijk is je wereld te vergroten door het gebied waar je geboren bent en waar je een bestaan had opgebouwd als het anders was gelopen ook zonder de bescherming en de supervisie van je familie wilt beleven? Dat je eigenlijk niet in Indonesië bent voor de familie, maar voor jezelf? Ibu werd opgehaald. Helaas kan Ibu niet meer zelfstandig lopen en haar bewegingen zijn ongecontroleerd. Toen Ibu en ik voor elkaar stonden keek ze mij aanvankelijk afwezig aan. Maar naarmate we elkaar langer aankeken, herkende ik de blik van herkenning en waardering in haar ogen. Ze viel me huilend in de armen en Ibu is tot mijn vertrek niet meer van mijn zijde geweken. Ik schrok wel van Ibu haar gezondheid. Nu ben ik natuurlijk geen dokter, maar dat Ibu ziek is, dat is me wel duidelijk. Omschrijven wat er precies aan de hand is vind ik erg moeilijk, maar voor de mensen die de Spoorloos uitzending hebben gezien en zich Bapak Radjiman nog kunnen herinneren: Ibu’s gezondheid is vergelijkbaar met die van Bapak in die Spoorloos uitzending. In totaal ben ik zo’n drie uur bij de familie gebleven. Gelukkig kwam zus Ratna ook en omdat zij Engels spreekt hebben we veel kunnen bespreken. Aan het einde van de middag heb ik geprobeerd onjuiste verwachtingen te temperen door te stellen dat ik niet elke dag naar Godong zou gaan en wanneer ik wel zou gaan dat ik dat deze keer zou aankondigen. Daarna heb ik mijn leven weer in de waag gesteld door van Godong weer terug te fietsen naar Purwodadi. Op mijn nieuwe fiets… Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Zondag 3 maart 2019
  • Radjiman’s graf

    Radjiman’s graf

    Hoewel ik een paar keer wakker ben geweest afgelopen nacht heb ik 12 uren lang geslapen. Om 7.00 uur plaatselijke tijd werd ik heerlijk uitgerust wakker. Zoals gezegd was ik gisteren meteen het bed ingedoken en had ik niet de moeite genomen om de hotelkamer nader te bekijken. Dat was nu natuurlijk het eerste dat ik deed. De kamer was simpel, maar er stond een bed, een stoel, een bureautje en een kast in waar ik mijn spullen in kon opbergen. In tegenstelling tot de vorige hotelkamer, zagen douche en toilet er goor uit: het was er niet schoon en bovendien werkte het water van beide niet. Wel was er een gootsteentje met de welbekende tabo aanwezig: dat wordt dus op zijn Indonesisch doorspoelen, koud douchen en toiletteren (toiletpapiergebruik was uit den boze). Airco was dan weer wel aanwezig (niet op de toilet, maar in de kamer) en dat maakte wel weer veel goed. Mijn plan was om vanuit mijn hotel in Purwodadi te fietsen naar het graf van mijn vader in Klambu, vanuit daar verder te fietsen naar mijn familie in Godong en van daar weer terug te fietsen naar mijn hotel. In totaal zo’n 50 kilometer fietsen. Leuk bedacht, maar bij het uitpakken van mijn fiets bleek de fiets toch niet ongeschonden de vliegreis doorgekomen te zijn: er zat een dermate grote slag in het voorwiel dat comfortabel fietsen er niet in zat. Ik had al rekening met dit scenario gehouden en een nippelspanner meegenomen.Een wiel opnieuw spaken is best een tijdrovend klusje, maar anderhalf uur en een recht voorwiel later kon ik dan eindelijk op mijn eigen fiets op pad… Purwodadi ligt in provincie Midden Java en is de hoofdstad (nb: ander woord voor verkeerschaos) van regentschap Grobogan, waar Godong dus ook onder valt. Vijftig kilometer fietsen is Katjan-Katjang (peanuts) in ons mooie Friesland, maar het verkeer in Purwodadi werkt op zijn zachtst gezegd ‘anders’. Iedereen haalt elkaar links en rechts in zonder richting aan te geven en de weghelft van tegemoet komend verkeer wordt daarbij zoveel mogelijk opgezocht. Officieel rijdt men links in Indonesië, maar ik had net zo goed op zijn ‘Hollands’ rechts kunnen gaan fietsen: geen hond die het had gemerkt. Om de paar kilometer is een weghelft geblokkeerd door vrachtwagens die door overbelading door hun hoeven (= assen) zijn gezakt en zo kan ik nog wel even doorgaan. Als een krioelend mierennest waarbij het recht van de sterkste en/ of de snelste telt verplaatst het verkeer zich hier in Purwodadi. Daarbij 35 tot 40 graden buitentemperatuur, de slechte kwaliteit van de wegen (vele male erger dan het asfalt in België), slingerende wegbelijning die ook nog eens genegeerd wordt door iedereen en de vele hellingen en dalen optellende kwam ik tot de slotconclusie dat fietsen in Indonesië HELEMAAL MIJN DING IS. In Klambu is het een heel ander verhaal. Daar is het erg rustig: bijna geen verkeer. Ook geen borden en/ of plaatsaanduidingen overigens. Wat dat betreft realiseerde ik mij heel goed hoe fijn het is dat ik mijn mobiele telefoon met TimTim kon gebruiken. Hoe anders zou het zijn geweest wanneer ik 20 jaar geleden Indonesië bezocht zou hebben. Via Google Maps kwam ik al snel te weten waar de begraafplaats was. Zonder Google Maps zou ik er straal voorbij gereden zijn: vanaf de weg gezien bleek uit niets dat er een begraafplaats was (zie het filmpje in de comments). Eenmaal op de begraafplaats heb ik lang gezocht naar het graf van Bapak Radjiman (Marcus Hero Setiono, Lin Backlund en Emelie Falk: if you ever wanted to find Radjiman’s grave: it is located in the lower left corner about in the middle when you divide the cemetery into four sections and assume that the entrance to the cemetery is in the lower right corner). Het zoeken was dan ook heel erg lastig: er stonden vele kleine grafstenen die op een enkele uitzondering na allemaal onleesbaar waren omdat ze bedekt waren met een modder-/ zandachtige substantie. Zo ook de grafsteen van Bapak Radjiman: ik heb het voorzichtig weggeveegd. Een onbeschrijfbaar dubbel gevoel van verdriet, maar tegelijk ook van hoop en berusting bekroop me toen ik uiteindelijk het graf van Bapak Radjiman vond. Ook nu, terwijl ik dit aan het typen ben komt dat gevoel weer boven. Een lange tijd heb ik bij het graf gerouwd; overdenkingen over heden, verleden en toekomst, gezin en familie, adoptie en identiteit, Nederlandse en Indonesische invloeden (normen en waarden, taal-, cultuur- en religieverschillen) maar ook over primaire levensbehoeften zoals onderdak, financiën, onderwijs en gezondheid de revue laten passerende. Het was een hele bewuste keuze van mij geweest om dit moment alleen zonder familie te zijn. Dit was zelfs een van de redenen van mijn onaangekondigd bezoek. Maar nu het moment daar eenmaal was, voelde ik een groot gemis: de afwezigheid van Ilse, Joanne en Ajanna was zo intens voelbaar dat het me oprecht pijn deed. Dat is wat Het is, en ik zie dat Het goed is. Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Zondag 3 maart 2019
  • Ibu ziek (2)

    Na mijn laatste bericht over mijn moeder heb ik even niets op deze Facebookpagina geplaatst. Dat betekent echter niet dat mijn gedachten niet constant bij mijn moeder zijn. Naar aanleiding van mijn vorig bericht betuigen velen mij hun medeleven en wordt er veel naar mijn moeder geïnformeerd. Zo veel, dat ik het niet kan maken hier geen statusupdate te geven. Het vervelende is alleen, dat ik momenteel niet weet hoe het met mijn moeder gaat. Ik heb vaak aan mijn familie gevraagd hoe het met haar gaat en ook heb ik meerdere malen gevraagd of de familie mij wilde vertellen over ‘rukyah’. Blijkbaar heeft mijn familie in de gaten dat ik me hier zorgen over maak en/ of dat ik op zijn minst mijn vraagtekens heb bij het nut ervan. Hoe het ook zij, over mijn moeder vertelt mijn familie me niets meer. Mijn familie draagt hierbij aan dat ze mij niet onnodig wil ontrusten, maar mijn ongerustheid kan haast niet groter worden gemaakt met deze ‘radiostilte’. Naast ongerustheid merk ik dat de situatie mij verdrietig en zelfs ook boos maakt. Ibu is tenslotte toch ook mijn moeder: het voelt bijna of mijn (hechtings)band met mijn moeder me voor een tweede maal ontnomen wordt. Ondertussen heb ik wanhopig gezocht naar meer informatie over djinn en rukyah, maar niemand kon me hierover meer vertellen en ik kon hierover eigenlijk niets vinden. Tot ik gisteren onderstaand artikel in de Volkskrant las. Hoewel ik mijzelf angstvallig blijf voorhouden dat de geschetste situatie helemaal geen overeenkomsten hoeft te hebben met die van mijn moeder, merk ik wel dat mijn ongerustheid en toch ook mijn onbegrip na het lezen van dit artikel drastisch is toegenomen. Zoals ik in mijn vorig bericht schreef heeft mijn familie nooit concreet gezegd dat ik niet welkom ben. Toch is wel kenbaar gemaakt dat het beter zou zijn dat ik de familie even niet zou bezoeken. Aanvankelijk had ik me daarbij neergelegd, maar inmiddels heb ik besloten onaangekondigd naar Indonesië te gaan. Ik heb er lang over nagedacht, maar ik denk dat ik van niemand toestemming nodig heb om mijn vader (de plek waar hij is begaven is althans) en mijn moeder te bezoeken. Vandaag precies over een week hoop ik mijn vader en mijn moeder te kunnen bezoeken. Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Donderdag 21 februari 2019
  • Ibu ziek (1)

    Het is al enige tijd geleden dat ik op deze Facebookpagina iets heb geplaatst. Trouwe volgers van deze pagina weten dat ik mijn biologische familie drie jaar geleden via Spoorloos (https://spoorloos.kro-ncrv.nl/afleveringen/2016/10/03) heb mogen ontmoeten. Sinds ik mijn biologische familie heb gevonden, probeer ik het contact zo goed mogelijk te onderhouden door geregeld Indonesië te bezoeken en via Social Media houd ik wekelijks en soms zelfs dagelijks contact. Is vorig jaar helaas mijn biologische vader overleden, vandaag berichtte mijn familie dat het niet goed gaat met mijn biologische moeder. Ze schreeuwt en beweegt ongecontroleerd, ze kan niet meer praten en ook lopen kan ze niet meer. Mijn familie denkt dat mijn moeder niet meer onder ons is en dat Djinn (boze ‘creaturen’) bezit van haar hebben genomen waardoor het ‘lijkt’ alsof ze nog leeft. Tijdens een familievergadering gisteren heeft de familie besloten onder begeleiding van kiyai en ustad d.m.v. rukyah de boze creaturen uit proberen te drijven. De familie heeft mij laten weten dat er een gerede kans bestaat dat mijn moeder dit niet zal overleven. Om eerlijk te zijn begrijp ik van bovenstaande helemaal niets. Dit heb ik ook tegen mijn familie gezegd, maar zij zegt dat dit veel voorkomt op Java. Zoals jullie op deze pagina meer dan eens hebben kunnen lezen ben ik vaak geconfronteerd met cultuurverschillen. Veelal waren deze confrontaties verantwoordelijk voor hilarische situaties. Ditmaal is dat niet zo. Mijn verstand zegt dat mijn moeder het meest gebaat is bij een bezoek aan het ziekenhuis maar ik besef me ook dat ik in deze situatie weinig tot niets heb in te brengen. Dat maakt me onzeker en verdrietig. Momenteel ben ik de mogelijkheden te onderzoeken zo snel mogelijk naar Indonesië te gaan. Hoewel mijn familie er op zinspeelt dat het wellicht beter is mijn moeder niet meer onder ogen te komen, zou ik haar graag nog één keer willen ontmoeten. Al was het alleen maar om afscheid van de vrouw waarnaar wij onze jongste dochter hebben vernoemd te kunnen nemen… Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Zondag 13 januari 2019
  • Bapak overleden

    Bapak overleden

    Lieve vader. Vandaag ben je heengegaan. Wat zijn we blij en dankbaar dat wij elkaar mochten ontmoeten. Weet dat we altijd van je hebben gehouden en dat we je nooit iets kwalijk hebben genomen: alles is vergeven. Rust in vrede. Liefs, Nur Hidayah, Nur Khazanah, Heri Setyawan en Heri Setyono

    Geplaatst door Godong Indonesie op Woensdag 10 januari 2018
  • Mark vertrokken

    Mark vertrokken

    Zo laat je een week niets van je horen en zo zit je na een dag weer achter de laptop een bericht te schrijven. Na mijn bericht van gisteren kreeg ik zoveel fijne reacties (hartelijk bedankt daarvoor) dat het mij duidelijk werd dat best veel mensen deze blog volgen. Sommige verhalen worden bijna wel 4000 maal (!) gelezen. Hoewel ik dat hartstikke leuk vind, is dat niet de reden dat ik nu weer achter de laptop zit. We hebben net het afscheidsfeest van Mark gehad en dat was best emotioneel. Voor mij niet zo zeer dat Mark nu weggaat (we zitten in hetzelfde vliegtuig terug naar Nederland, en in Nederland zie ik hem vast wel weer), maar wel voor de familie. De familie beseft namelijk dat het wel even duurt voordat ze Mark weer zal zien aangezien Mark niet in de gelegenheid zal zijn, de familie elk jaar te begroeten. Dit besef bracht heel wat tranen ter weeg en niet alleen bij Ibu. Dat belooft wat voor komende vrijdag wanneer we zelf afscheid zullen moeten nemen van de familie. Bij het zien van zoveel verdriet, schiet je zelf toch ook een beetje vol en wanneer ik met emoties ‘gevuld’ ben, dan blijk ik toch de behoefte te hebben even van mij af te schrijven. Dit gezegd hebbende besef ik dat ik eigenlijk weinig te vertellen heb (of het moet ons bezoek aan het zoveelste plaatselijke restaurantje zijn), maar wellicht des te meer om te laten zien. Onder het mom van ‘beelden zeggen meer dan woorden’ (ik weet het: het is een goedkope smoes om me het er gemakkelijk van af te kunnen maken) zeg ik: Untungnya kita punya gambar! Tim Dondorp

    Geplaatst door Godong Indonesie op Dinsdag 1 augustus 2017