Wat was het lekker warm. Ik lag in de stal bij mijn schoonouders en ik kon me eigenlijk niet herinneren dat ik hier eens eerder heb geslapen. Verdwaasd van de slaap voelde ik dat ik tegen iets groots en warms aan lag. Naast mij lag een echte 'Fries Hollandse', beter bekend als de 'Zwartbontige koe' die me zeer indringend en loom tegelijk, maar bovenal heel verliefd aankeek. Hoewel ik het fenomeen 'koe-knuffelen' nooit begrepen had, vond ik het best noflik liggen. Daarom besloot ik nog wat dichter tegen 'Berta 12' aan te kruipen en lekker verder te slapen. Naarmate de nacht echter vorderde, kreeg ik meer behoefte aan persoonlijke ruimte. Daarom schoof ik enkele centimeters bij 'Berta' vandaan. Helaas nam 'Berta' hier onmiddellijk notie van: ze schoof minstens hetzelfde aantal centimeters net zo hard weer mijn kant op. Hierdoor raakte ik toch wat geïrriteerd. Met zachte drang drukte ik tegen 'Berta' haar billen in de hoop dat 'Berta' mij wat meer ruimte zou gunnen, maar helaas: 'Berta' weigerde ook maar iets mee/ dan wel terug te geven. Toen ik meer druk uitoefende bleek de Fries Hollandse niet 'Berta', maar Ilse te heten. Ik herkende ten minste Ilse haar stem, toen ik de koe: "Oh, sorry, lig op jouw weghelft?" hoorde uitspreken en haar zag terugschuiven naar haar eigen kant van ons bed… Met een schok opende ik mijn ogen. Het was behoorlijk donker. Ik had geen idee hoe laat het was. Het enige licht dat ik zag kwam van de kleine monitor die boven mijn bed hing. Omdat ik mijn bril niet ophad, kon ik niet zien hoe hoog mijn hartslag was. Wel voelde ik dat deze hoog moest zijn. Ik wilde mijn bril pakken, maar dat kon ik niet. Met mijn handen vastgebonden lag ik in bed. Hoewel ik me niet kon bewegen en mijzelf ook niet kon zien, voelde ik dat er een buis door mijn keel zat waardoor ik niemand kon roepen, terwijl ik daar wel behoefte aan had. Ik was namelijk bang. Wat deden al die slangetjes op mijn lichaam en al die infusen in mijn lichaam? Lag ik soms in een laboratorium deel uit te maken van één of ander medisch experiment? Of was ik soms door aliens ontvoerd? Ik meende me te herinneren dat een aantal aliens boven mijn bed hadden gehangen. Hoelang lag ik hier al en hoe lang moet ik hier nog liggen? En die pijn, die steeds groter werd. Waar kwam die vandaan? Een gevoel van totale paniek over viel me. Wacht eens even. Dit gevoel van paniek dat ken ik. Dit heb ik eerder meegemaakt. Déjà vu! Ik ben weer terug op de IC! Ik dwong mezelf helder na te denken. Ik wist dat dat niet kon, maar als ik om me heen kijk dan voelde alles zo echt. Daarnaast zag en voelde ik ook dingen, die ik me niet kon herinneren van mijn IC periode: dit moest wel echt zijn. Maar gisteravond was ik toch echt thuis naast Ilse in ons eigen bed in slaap gevallen. Ilse moest mij weer mee terugnemen, vanuit de IC terug naar huis. Wederom een déjà vu: had ik Ilse niet eerder wanhopig op afstand gesmeekt mij te redden vanuit de IC? Toch lag hier mijn enige kans. Ondanks de beademingsmachine, meende ik enkel op mijn ademhaling invloed uit te kunnen oefenen. Ik besloot heel hard en heel snel te ademen, in de hoop dat Ilse daar van wakker werd en inderdaad. Na wat voor mijn gevoel een eeuwigheid duurde, klonk daar de stem van Ilse. "Tim, wat ben je onrustig. Word eens wakker. Je ligt op mijn weghelft!" 'Zomaar' twee voorbeelden van dromen die ik nog vrij recentelijk heb gehad. Het is ongeveer een halfjaar geleden dat ik ontslagen ben uit het ziekenhuis. Hoewel ik eerder had aangegeven niet meer te posten, omdat mijn IC-periode ‘verslagen’ was (zie https://staging.dondorp.nl/2-januari-2022 besluit ik toch een statusupdate te plaatsen. Ook omdat mij via diverse kanalen wordt gevraagd hoe het nu met me gaat. Welnu, als je mij vandaag de dag tegenkomt zou je (kunnen) denken dat ik alweer helemaal de oude ben. Dat is in elk geval wel het signaal wat ik van anderen vaak terugkrijg. Zo ben ik inmiddels weer op gewicht, kan ik weer lopen, fietsen, zingen en gitaarspelen. Inderdaad kan ik veel zo niet alles weer, maar met name op het cognitieve vlak merk ik dat er nog lang niet ben. Zo heb ik erg veel moeite met het opnemen en verwerken van informatie en van het aanspreken van mijn geheugen, aandacht, denksnelheid, organisatie- en planningsvaardigheden word ik ongekend snel supervermoeid. Confronterend is dat ik moeite heb met het vinden van de juiste woorden en/ of namen, dat ik snel overweldigd raak door drukte, geluid of licht en ook snel de draad van een gesprek kwijt kan raken. Ik voel me tevens voortdurend zo moe, dat ik meerdere momenten op een dag behoefte heb aan slaap. Samenvattend komt het er op neer dat het fysieke herstel steeds beter gaat (het medisch trainen onder begeleiding van de fysiotherapeut werpt wat dat betreft echt zijn vruchten af), maar dat het cognitief nog altijd slecht gaat. Een revalidatiearts van het St. Antoniusziekenhuis te Sneek heeft me aangemeld voor een multidisciplinaire aanpak van mijn cognitieve problemen, maar helaas is er sprake van een wachtrij van weken, zo niet maanden. Hoewel ik dankzij het bezoek aan een IC-café (zie https://icconnect.nl/actueel/ic-cafe/wat-is-een-ic-cafe/) inmiddels weet dat cognitieve issues zoals de mijne veel voormalige IC-patiënten niet vreemd zijn en het ook nog jaren kan duren alvorens deze verbeteren baart de situatie mij wel zorgen. Morgen zal ik wederom een IC-Café bezoeken (https://www.mcl.nl/…/mcl-en-rugcampus-fryslan…). Ik ben erg benieuwd of dat nog nieuwe inzichten oplevert.
Geplaatst door TimopicSneek op Maandag 20 juni 2022
Categorie: delier
-
20 juni 2022, Tim vertelt
-
24 op 25 november 2021, Tim vertelt
Toen ik mijn ogen weer opende vroeg ik me af waar ik was. Ik wilde weer in mijn hand knijpen, maar ik kon mijn armen niet bewegen: alsof ze langs mijn lichaam waren vastgebonden. Van mijn familie vernam ik niets meer en de stilte was oorverdovend. Wederom zag ik geen hand voor ogen: het was aardedonker. “Letterlijk!” zo realiseerde ik me, want plotseling was daar het besef dat mijn familie me zojuist begraven had. Dat verklaarde uiteraard ook waarom ik me niet kon bewegen en geen hand voor ogen zag. Ik lag natuurlijk in doeken gewikkeld enkele meters onder de grond. Volledig in paniek probeerde ik door te schreeuwen eventueel nog achtergebleven familieleden te waarschuwen dat ik niet dood was, dat ik nog leefde en dat ik weer opgegraven moest worden. Er kwam echter geen geluid uit mijn keel. Machteloos volgde de berusting en de acceptatie dat er niets anders op zat dan doodsbang af te wachten op wat komen of juist niet komen ging. Was dat wel zo? Tot mijn verbazing merkte ik op dat ik mijn benen, in tegensteling tot mijn armen, enigszins kon bewegen. Misschien lag ik toch niet zo diep onder de grond! Verwoed begon ik met mijn benen te bewegen en met succes! Eerst kon ik ze alleen trillen, maar het trillen maakte plaats voor wild schudden en even later kon ik zelfs schoppen: steeds harder en harder. “Tim, Tim! Word eens wakker, wat ben je onrustig!” hoorde ik plotseling een vrouwenstem indringend roepen… …Langzaam kom ik bij bewustzijn. Verbaasd kijk ik recht in het gezicht van een verpleegster die bezorgd over me heen hangt. Nou ja, recht: haar gezicht is onherkenbaar. Het gaat vrijwel geheel schuil achter het grootste mondkapje dat ik ooit heb gezien en de rest van haar gezicht wordt ontsierd door een grote roze bril (letterlijk). Hoewel ik op mijn rug lig, voel ik dat het kussen onder mijn achterhoofd nat is van mijn tranen die klaarblijkelijk nog steeds rijkelijk vloeien. De verpleegster houdt mijn hand vast en streelt zachtjes mijn arm. “Het is goed,” hoor ik haar zeggen. “Je ligt in het ziekenhuis bij ons op de Intensive Care en wij zorgen goed voor je. Ben je bang?” Ik wil antwoorden, maar omdat ik tot mijn frustratie niet kan praten knik ik alleen maar. Wat zou ik nu graag kunnen praten! “Je kunt nog niet praten, omdat je door een buis door je stembanden wordt beademd door een machine,” zegt de zuster. “Om te voorkomen dat je in je slaap dit buisje eruit trekt, hebben we je handen gefixeerd. Ik begrijp dat je bang bent. Garanties kan ik je natuurlijk niet geven, maar misschien helpt het je als ik je zeg dat ik vind dat het heel goed met je gaat. Van wat ik zie heb ik geen enkele reden te geloven dat het de verkeerde kant op zal gaan. Je bent veilig bij ons: we houden je constant in de gaten via deze monitoren en we kunnen je door de glazen wand zien. Probeer nog maar even wat te slapen.” Na deze woorden vertrekt de verpleegster weer. Verward, angstig en bovenal doodmoe zak ik weer weg in een diepe maar ditmaal droomloze slaap…
Geplaatst door TimopicSneek op Donderdag 30 december 2021 -
23 november 2021, Tim vertelt
Met een schok kwam ik weer bij. Geen enkel geluid dringt tot mij door. Absolute stilte. Wat is er gebeurd? Lig ik nog wel in het bos? De mieren zijn weg. Langzaam probeer ik mijn ogen te openen, maar dat gaat tot mijn verbazing heel moeilijk: wat zijn mijn oogleden zwaar, het lijkt wel of ze zijn vastgeplakt. Uiteindelijk lukt het me toch om mijn ogen te openen. Niet dat dat enig verschil maakt: zo aardedonker blijkt het te zijn. Ik zie niets en ik hoor niets. Vertwijfeld knijp ik in mijn hand. Tot mijn afgrijzen voel ik ook niets! Zou dat betekenen dat ik droom, of ben ik nu ‘gewoon’ dood? Is dit wat ‘dood zijn’ inhoudt? Voor mijn gevoel gaan er uren voorbij zonder dat ik ook maar iets hoor, zie of voel. Lichamelijk dan, want de onzekerheid maakt me bang. In eens zie ik een heel klein lichtpuntje heel ver weg. “Dus toch,” denk ik: uiteraard kende ik de verhalen van het licht aan het eind van de donkere tunnel. Ik weet het zeker: als ik een einde aan deze stilte, deze onzekerheid wil maken dan moet ik nu opstaan en me begeven naar dat licht. Wil ik dat wel? Ik wil er geen eind aan maken, ik wil nog helemaal niet dood. Daarom besluit ik ‘gewoon’ te blijven liggen en het licht te negeren. Maar op het moment dat ik de keuze maak te blijven liggen, lijkt het licht groter te worden. Angstig besef ik me dat het licht naar mij toekomt. Langzaam, dat wel, maar zeer gestaag. Het licht wordt nog groter. Het is nu zo groot dat ik precies in het midden van het licht een schim herken… …Het is mijn moeder die een jaar geleden is overleden en voor wie ik de uitvaartdienst heb mogen verzorgen (zie https://www.facebook.com/watch/?v=429689511448983). Ze steekt haar arm naar me uit en ik hoor haar zeggen: “Je weet wat ik van je verlang Tim. Ik smeek je, laat mij eindelijk toe en alles is vergeven en vergeten!” Ten einde raad sluit ik mijn ogen. Mijn moeder verdwijnt, maar het licht wordt feller en feller totdat het dwars door mijn oogleden schijnt. Er is geen ontkomen aan. Hoewel ik weet dat het dan voorbij zal zijn, moet ik mijn ogen wel open doen: als ik dan dood ga, dan wil ik het letterlijk ‘onder ogen zien’. Wanneer ik mijn ogen open doe, schrik ik. Ik zie mijzelf liggen in een ziekenhuisbed en het lijkt wel of ik stik: ik hoor nog steeds niks, maar ik zie mijzelf heftig hoesten. Wanneer ik opzij kijk naar een grote glazen wand die deze ruimte scheidt met die van hiernaast zie ik twee verpleegsters heel hard aankomen rennen. Wanneer de deur wordt opengegooid blijken het geen verpleegsters te zijn. Het is mijn Indonesische familie die binnen komt lopen. Wanneer ik weer een blik op mijzelf werp, zie ik dat ik dood in bed lig en ineens herken ik het ziekenhuis. Het is het Rumah Sakit (ziekenhuis) RS Panti Rahayu in Purwodai. Hetzelfde ziekenhuis waarnaar ik me op 11 juli 2017 gespoed had om afscheid te nemen van mijn vader (zie https://www.facebook.com/1228636020487740/posts/1796717343679602 en https://www.facebook.com/1228636020487740/posts/1799398960078107). Ik zie hoe mijn moeder me huilend op mijn voorhoofd kust en hoe de rest van de familie, dezelfde gebeden prevelend als destijds bij mijn vader, eveneens huilend afscheid neemt. Via de achterbak van zus Arti’s ‘punya mobil baru’ (zie https://www.facebook.com/1228636020487740/posts/2784397618244898 en https://www.facebook.com/…/pcb.36335392299…/3633613666656618) word ik vervoerd naar de begraafplaats, waar uiteindelijk ook mijn vader is begraven (zie https://www.facebook.com/1228636020487740/posts/2784397618244898, https://www.facebook.com/1228636020487740/posts/2783371668347493 en https://www.facebook.com/…/pcb.3633539229…/3633538709997447/). De familie zoekt zorgvuldig een plekje uit, vlak naast het graf van mijn vader. Op het moment dat de eerste schep de grond in gaat, besluit ik dat het goed is zo: geëmotioneerd sluit ik mijn ogen, ik heb genoeg gezien…
Geplaatst door TimopicSneek op Maandag 27 december 2021 -
18 november 2021, Tim vertelt
Waar zijn Ilse, Joanne en Ajanna? We fietsten toch met zijn allen naar de Jumbo? Verbaasd keek ik om me heen. Bolsward heeft toch helemaal geen bos? En zeker niet zo’n donker eng bos waar ik me nu helemaal alleen in bevond. Wat fietste mijn fiets zwaar. Ik begreep er niets van: een paar weken geleden had ik een achterwielmotor en een accupakket gekocht via AliExpress en mijn fiets succesvol omgebouwd tot een elektrische fiets. Althans, dat dacht ik, maar de fiets fietste enorm zwaar: Chinese (PIEP!!!)kwaliteit dus. Hoe kon dat nou, de oorverdovende angstaanjagende stilte werd daadwerkelijk verstoord door een harde langdurige piep: waar kwam dat nu in eens vandaan? Hoe verder ik het bos in fietste, hoe donkerder en hoe benauwder het werd. Mijn gehijg, gerochel en gekuch gingen over tot enorm gehoest en plotseling werd ik heel duizelig. Ik viel van mijn fiets af met mijn gezicht midden tussen de bladeren op de grond. Ik werd omringd door mieren: het krioelde ervan en ze waren ook heel groot. Zulke grote mieren had ik nog nooit gezien. Ze kropen afwachtend om me heen en in eens besefte ik me waarop zij aan het wachten waren: ze wachtten totdat ik dood was waarna ze mij konden ‘opruimen’. Ik wist het zeker, hier zou ik sterven. Van één van de mieren was het geduld blijkbaar op. Hij kroop via mijn neus diep mijn keel in. Wat deed dat zeer: die mier moest er uit! Mijn keel leek wel in brand te staan. Ik wilde schreeuwen, maar er kwam geen geluid uit mijn keel. Mijn vinger wilde ik in mijn keel steken om de mier te pakken, maar alsof ze het hadden afgesproken wierpen de andere mieren zich op mijn armen en mijn lichaam. Hoe hard ik ook vocht, ik was niet meer in staat me te bewegen. “Hoesten! Je moet nog harder hoesten!” bedacht ik me nog. Ik begon nog harder te hoesten in de hoop de mier uit te kunnen hoesten. Het gepiep werd steeds luider en de mieren hoorde ik ineens in paniek met elkaar praten. Toen verloor ik mijn bewustzijn…
Geplaatst door TimopicSneek op Dinsdag 21 december 2021