Eerder heb had ik al eens gezegd dat er in Indonesië aan familie geen gebrek is. Vandaag zouden we zoveel mogelijk familieleden in Grobogan bezoeken. Ondertussen waren mijn gedachten ook bij mijn familie in Nederland, met name bij mijn dochters Joanne en Ajanna. Zij hadden vandaag wedstrijd met Twirlvereniging Bolsward in Marknesse, maar uiteraard kon ik daar vandaag niet bijzijn. Ik besloot de dag maar weer op dezelfde wijze als gisteren te beginnen. Via een Grab-bike (zodat Amri lekker nog even lekker in de rust kon blijven), ging ik eerst weer naar het Grand Master hotel om te ontbijten. Na het ontbijt bracht Amri ons naar Godong. Eerst gingen we naar het ReddoorZ hotel waar ik de afgelopen week grotendeels heb geslapen. Omdat deze hotelkamer een ‘normaal’ toilet heeft (geen hurktoilet), had ik in overleg met/ op verzoek van de Zweden de kamer opnieuw een paar dage geboekt. Niet met de intentie om er te overnachten, maar ‘gewoon’ voor het geval dat iemand moest toiletteren (want je weet het maar nooit in Indonesië). Na het inchecken reden we op verzoek van Emelie naar het benzinestation. Zij wilde namelijk vanaf de ingang van de kampong (die zich naast het benzinestation bevindt) heel graag het ‘Spoorloos loopje’ (dat de familie uit Indonesië op een rijtje staat en dat Emelie, Lin, Mark en ik vanaf de ingang van de kampong op haar afkomt lopen) van negen jaar geleden opnieuw doen. Net als destijds werd Emelie er weer emotioneel van en net als destijds, besloten we eerst Rina thuis te bezoeken (wanneer je de kampong oploopt, kom je Rina’s huis namelijk het eerst tegen). We zaten nog maar amper, of Ratna werd gebeld door Ismanto: waar we bleven. Hij kon niet wachten om ons te ontmoeten. Onderweg naar Ismanto liepen we langs de tuin van Andi waar de waterpomp was geïnstalleerd. Daar namen we nog even snel een kijkje, want Ismanto stond al ongeduldig op ons te wachten. Naast de bank in zijn kamer waren nog wat extra stoelen bijgezet. Toen we allemaal zaten begon Ismanto met zijn welkomstspeech die hij blijkbaar had voorbereid. Om te beginnen dankte hij Emelie dat zij voor hem een retourticket van Bali naar Semarang had gekocht. Ismanto zat de afgelopen dagen namelijk net als Emelie en haar gezelschap uit Zweden in Sanur! Ismanto werkt daar momenteel in de toeristische bouw. Omdat wij nu in Indonesië waren, had Ismanto een paar dagen vrij gevraagd en gekregen. De welkomstspeech van Ismanto was verder eigenlijk identiek aan die van vorig jaar. Ook toen verontschuldigde Ismanto zich voor de ‘tekortkomingen’ van de familie dat ze niet zelf voor de geadopteerde kinderen hadden kunnen zorgen en bedankte hij de/ mijn adoptieouder(s) dat zij die taak van de familie had(den) overgenomen. Toen de adoptie weer ter sprake kwam, werd iedereen emotioneel: zelfs Amri, waardoor het vertalen even wat lastiger ging dan normaal. Zonder dat ik ernaar vroeg, vertelde Ismanto ineens dat Bapak voor Jakarta Loyd werkte en dat Jakarta Loyd een samenwerkingsverband had met Kasih Bunda. Op advies van Jakarta Loyd zijn Emelie, Lin, Mark en ik destijds ter adoptie overgedragen aan Kasih Bunda. Daarmee bevestigde hij zomaar het vermoeden dat ik enkele dagen geleden in Makassar kreeg. Toen Ismanto was uitverteld gingen we dan eindelijk naar Ibu’s huis. Emelie zag voor het eerst in real-life het nieuwe huisje van Ibu. De meubels die we vorig jaar voor de familie hadden gekocht stonden er nog prachtig bij en aan de hand van alle foto’s kon je duidelijk zien dat het huis van Ibu een thuisbasis is voor de hele familie, net als toen ze nog leefde. Nuryati (oudste zus en buurvrouw) en ook Nurul waren al in Ibu’s huis. Het wachten was nog even tot ook Anik er was (zij was nog onderweg van Demak), maar toen ook zij er was vertrokken we allemaal naar Klambu, waar het hele gezin Radjiman woonde voordat ze naar Godong verhuisde. Broer Sutrisno woont hier nog steeds. We zochten hem thuis op waarna we samen met hem naar de begraafplaats gingen waar Ibu en Bapak begraven liggen (Sutrisno is beheerder van deze begraafplaats). Toen ik de eerste keer dat ik bij het graf stond (zie https://staging.dondorp.nl/radjimans-graf en https://staging.dondorp.nl/weerzien-familie-7, bedacht ik me al hoe mooi het zou zijn wanneer Lin, Emelie, Mark en ik eens een keertje samen hier staan. Dit is nog niet gelukt, maar vandaag zijn we toch wel tot de helft gekomen. Uiteraard gunde ik Emelie haar moment alleen bij het graf, maar daarna ging ik bij haar zitten om haar te vertellen hoe mooi ik het vond dat we vandaag samen en samen met onze familie(s) bij het graf van onze biologische ouders konden en mochten staan. Ik vond dit een heel bijzonder moment dat mij altijd zal blijven bijstaan. We reden terug naar onze hotels, zodat iedereen kon rusten. Na een rust van twee uur melden we ons vanuit Purwodadi weer in Godong. Inmiddels was daar ook Enik aangekomen. Samen met Anik, Enik en Nuryati reden we naar Karang Rayung. Daar woont Nurul en ook haar huisje wilden we graag bezoeken. Dit bezoek kostte me een chocoladereep, want ik had met Amri gewed over de reisduur van Godong naar Karang Rayung. We bleken er beiden naast te zitten, maar omdat Amri er toch dichter bij zat dan ik had hij een chocoladeletter verdiend. Nurul stopte ons vol met eten en tegen etenstijd werd het tijd om te gaan eten (Indo’s eten eigenlijk aan één stuk door). We reden met alles en iedereen terug naar Godong om daar te dineren in de officiële VIP ruimte van Warles Café. VIP ruimte of niet, Warles Café beschikte alleen over hurktoiletten. Hier durfden sommigen uit Zweden echter niet op. Kwam de geboekte kamer van Hotel ReddoorZ toch nog mooi van pas. Bekijk op http://indonesienresa.blogg.se/2025/june/godong.html wat Emelie van deze dag heeft gevonden. Heri Setiono
Geplaatst door Godong Indonesie op Zondag 15 juni 2025
Categorie: Adoptie
-
Rondje familie…
-
Adoptiemoeder overleden
Uitgeleide Anneke van de Weg
Johanna Catrina van de Weg ° ’s Gravenhage, 19 maart 1953 † Zeist, 21 januari 2021 Een jaar of tien zou ik geweest zijn. Met een vies gezicht keek ik naar mijn bordje. Slechts één klein hapje had ik genomen en ik had nu al de neiging om over te geven. Elke ochtend hetzelfde ritueel. Een groot bord Brinta dat naar binnen gewerkt moest worden. De Brinta zag er tweedehands uit en was zo stijf dat de lepel er recht op in bleef staan. Ik weet nog dat mijn adoptiemoeder zei: ‘Wees niet zo ondankbaar Tim. Bedenk toch dat je familie in Indonesië blij zou zijn met slechts de helft van je bordje.’ ‘Nou,’ zo hoorde ik mijzelf zeggen; ‘Ik anders ook hoor mama’. Eten gaf thuis altijd problemen. Die bewuste dag trouwens niet, want de rest van die dag kreeg ik voor straf helemaal geen eten. Vandaag de dag heb ik het geluk dat ik zelf papa mag zijn. Gisteren vroeg mijn dochter Joanne: “Papa, wat gaan we vanavond eten?” “Stimpstamp Lief,” antwoordde ik haar. Ik was gisteren nog druk bezig met de voorbereidingen van de uitvaart en met hetgeen daarna nog allemaal afgehandeld moet worden. Om die reden stond gisteren rauwe andijvie met spekjes op het menu: lekker snel en gemakkelijk op tafel. “Oh, echt?” zei Joanne. “Wat jammer, ik had wat beters verwacht.” In eens moest ik terugdenken aan het Brinta ‘incident’ tussen Anneke en mij. Sinds mijn 15e woon ik niet meer bij Anneke en vanaf dat moment heb ik nooit meer één hap Brinta gegeten. Bij ons thuis is het ook nergens te vinden. Brinta: het is één van de vele opgelopen trauma’s uit mijn jeugd waarmee ik lange tijd heb geworsteld. Het zou niet eerlijk zijn geweest de oorzaak van deze trauma’s bij iets of iemand neer te leggen. In de loop de jaren heb ik er mee leren omgaan door vooral goed naar mijn vrouw en mijn dochters te luisteren en te kijken. Het was goed zo. Tot ik ineens afgelopen vrijdag dat hele korte mailtje van Mark kreeg dat ‘adoptie moeder Anneke’ was overleden. Ik heb een traan gelaten die ik nog niet kan verklaren: dit voelt als een abrupt einde van een tijdperk, maar tegelijk is er ook het besef van een nieuw begin. Een nieuw begin dat wordt ingeluid met vandaag. We weten allemaal dat vandaag er niet zo uit ziet als dat Anneke zelf voor ogen had. Toch bedank ik iedereen hier voor zijn of haar aanwezigheid. Dat we ons van Anneke’s gedachtegoed durven los te maken om op gepaste wijze afscheid van haar te nemen en een nieuwe start te maken, dat doet mij bijzonder goed. Nogmaals bedankt iedereen. Ten slotte wil ik graag nog tegen Anneke zeggen: er is niets dat ik je kwalijk neem en ik hoop dat je nu eindelijk rust en vrede zult vinden. Voor al het goede dat je mij in mijn jonge jaren hebt meegegeven wil ik je bedanken. En voor al het andere… Och ja… Brinta is heus zo slecht en ongezond nog niet… Tim Dondorp https://condoleance.annekevandeweg.nl/
Geplaatst door Godong Indonesie op Donderdag 25 februari 2021 -
Reünie Kasih Bunda (2)
Onder het mom van: de afgelopen twee berichten waren lang genoeg, nu even een kort berichtje. Via de Kasih Bunda reünie (zie https://bit.ly/2UI1zDj) is er een nieuwe foto (augustus 1979) opgedoken van de baby’s Hero en August (om onduidelijke redenen werden mijn tweelingbroer, waarschijnlijk de rechter baby, en ik, waarschijnlijk de linker baby, zo genoemd) met zuster Naomi. Ik ben zo blij met deze foto (met dank aan Edith Boerma) dat ik deze jullie niet wilde onthouden. Tim Dondorp
Geplaatst door Godong Indonesie op Donderdag 25 april 2019 -
Mijn adoptieverhaal
Naar aanleiding van mijn bericht van gisteren heb ik best veel vragen gekregen. Vragen als ‘Hoe is het om je biologische ouders te hebben gevonden’, ‘Waarom heb je twintig jaar gewacht om je biologische familie te contacteren’, ‘Hoe kon het dat je reeds de namen wist van je oudste biologische broer en zus’ (waaruit blijkt dat er best kritisch naar de KRO’s Spoorloos en TLC’s Separated at Birth is gekeken), maar ook ‘geeft de kennis van je biologische familie je ook rust?’ Voor de mensen die het interessant vinden, zal ik proberen het één en ander toe te lichten. Degene die het niet interessant vindt, raad ik aan snel door te scrollen 🙂 . Twintig jaar geleden gaf het me geen rust, in tegendeel zelfs. Tot dat moment was het mij niet bekend dat de familie altijd gedacht had dat mijn tweelingbroer na de geboorte was overleden. Mijn adoptiemoeder had me net afgewezen en vlak daarna las ik dat mijn biologische moeder mij niet had willen afstaan. Op dat moment wenste ik dat ik nooit geadopteerd was. Tot mijn grote teleurstelling heeft Spoorloos er destijds geen uitzending aan kunnen of willen wijden wat automatisch inhield dat ik niet op kosten van Spoorloos naar Indonesië zou kunnen gaan (ik was destijds niet financieel bij machte om zelf naar Indonesië te gaan). Spoorloos wilde of het hele verhaal vertellen of niet, wat inhield dat ze mij alleen samen met Mark naar Indonesië wilde laten gaan. Van Spoorloos heb ik destijds begrepen dat de adoptiemoeder niet toestond dat Mark naar Indonesië zou gaan, dat zij Spoorloos ook geen toestemming gaf beelden van/ over hem en/ of mij uit te zenden (we waren destijds nog net minderjarig) en dat ze de omroep zelfs zou aanklagen wanneer dit wel zou gebeuren. Spoorloos heeft daarop het item beëindigd en het hele dossier aan mij overgedragen. Dit dossier heeft altijd als een zware last op mijn schouder gelegen. Mijn adoptiemoeder (en later ook mijn tweelingbroer zelf) heeft meerdere malen dat dossier opgeëist. Op mijn vraag waarom ze inzage in het dossier wilden, gaven ze aan contact met mijn biologische familie buiten mij om te willen leggen. Omdat ik dit niet wilde heb ik hen inzage in het dossier altijd geweigerd. Het verweer dat ik wel in de positie was buiten hen om contact de biologische familie te leggen, veranderde hier niets aan. Wel deed ik de belofte te zullen wachten mijn biologische familie te contacteren totdat mijn tweelingbroer er aan toe zou zijn hen samen met mij te bezoeken zodat het eerste contact niet aan één van ons maar aan ons beiden zou zijn. Hierna zou ik mijn tweelingbroer volledig inzage geven in het dossier van Spoorloos. Mijn adoptiemoeder en mijn tweelingbroer hebben nog geprobeerd via onder andere FIOM of ze mijn biologische familie konden vinden maar dit is nooit gelukt. Hoewel mijn behoefte contact op te nemen met mijn biologische familie steeds groter werd, heb ik me altijd aan mijn belofte gehouden: al was het alleen maar in de hoop om ooit via mijn biologische familie weer contact te mogen krijgen met mijn tweelingbroer. Wel heb ik Spoorloos nog gevraagd de situatie aan mijn biologische familie uit te (laten) leggen. Tot mijn grote afgrijzen is later gebleken dat dit laatste nooit is gebeurd. Twintig jaar later zoeken Zweedse tweelingzusjes hun biologische broer. Ze zijn beiden geadopteerd uit Indonesië en gescheiden van elkaar in twee verschillende Zweedse gezinnen opgegroeid zonder van elkaars bestaan af te weten. Een paar jaar daarvoor hebben ze elkaar ontmoet. Hun verhaal is al een bijzonderheid op zich; zo bijzonder zelfs dat dit wereldnieuws is geweest. Zo werd hun verhaal ook in een lokale krant in Indonesië gepubliceerd en gelezen door hun biologische moeder die zich na enig aarzelen aan hen bekend maakt. De moeder vertelt de Zweedse zussen dat zij niet haar eerste tweeling waren. Zo’n 36 jaar geleden beviel ze van een eeneiige jongenstweeling. Helaas overleed er één vlak na de geboorte, maar de ander is vanuit Indonesië naar Nederland geadopteerd. Dit is haar zo’n twintig jaar geleden verteld door een journaliste die haar heeft geïnterviewd en beweerde dat haar zoon op zoek was naar de biologische familie. Helaas heeft de familie hierna nooit meer wat gehoord. En zo komt het dus dat de twee Zweedse vrouwen aan de hand van een oproep op Facebook op zoek waren naar één biologische broer in Nederland. Toen ik hun oproep voor de eerste keer zag, stond mijn wereld op mijn kop. Ik had direct in de gaten dat ik degene was die ze zochten. Goed, ze zochten naar Heru terwijl mijn Indonesische naam Heri was en ze vertelden dat Heru één van een tweeling was omdat zijn broer naar de geboorte was overleden (hieruit begreep ik dat Spoorloos nooit mijn verzoek de familie de situatie uit te leggen had ingewilligd), maar desondanks was het overduidelijk toch? Het eerste dat ik deed was het dossier van Spoorloos teruglezen. Daar stond het (tweeling: Nur Hidayah en Nur Salihah, zij wonen nu bij familie van moeder Maryati buiten Semarang). Dat laatste kun je wel zeggen ja: Zweden ligt nogal buiten Semarang… Hoewel er vele puzzelstukjes op zijn plaats vielen kwamen er vele vragen bij, waarvan de belangrijkste waren: waarom heeft de biologische familie twintig jaar geleden niet verteld dat er naast Mark en mij nog een tweeling ter adoptie is afgestaan, waarom heeft Spoorloos niet verteld dat Mark nog in leven is en heeft Spoorloos de familie wel verteld waarom ik destijds geen contact kon opnemen of heeft de biologische familie al die tijd moeten wachten? Wat hierna volgde is bij de meesten wel bekend. Met Spoorloos hebben Emelie, Lin, Mark en ik de biologische familie drie jaar geleden mogen bezoeken en Spoorloos heeft hier alsnog een uitzending aan gewijd. Omwille van deze ontwikkelingen heb ik zelfs meerdere malen telefonisch contact gehad met mijn adoptiemoeder. Even had ik gehoopt dat dit zou leiden tot ‘normaal’ contact (hoe mooi zou het geweest zijn wanneer ik niet één maar twee moeders had teruggevonden), maar nog voor dat wij fysiek in Indonesië waren, stuurde mijn biologische familie berichten van mijn adoptiemoeder aan mij door waarin zij zich uiterst negatief over mij uitliet, mijn biologische familie voor mij waarschuwde, mijn verstandelijke en geestelijk vermogen en zelfs mijn goede bedoelingen ernstig in twijfel trok. Hierop heb ik mijn adoptiemoeder gezegd verder contact uit te willen stellen tot na ons eerste bezoek aan de biologische familie en dat ik daarna graag van haar zou willen horen waarom ze dergelijke berichten aan de familie had gestuurd. Helaas is stond ze hierna geen onderling contact meer toe. Inmiddels heb ik mijn familie vier keer mogen bezoeken en uiteindelijk durf ik te stellen dat de kennis van, maar ook zeker mijn ervaring met, mijn biologische familie mij rust geeft. Ik hecht er erg veel waarde op de hoogte te zijn van mijn achtergrond. Wel is het zo dat ik het gevoel heb tussen twee werelden te leven. Wanneer ik in Nederland ben, verlang ik naar Indonesië en andersom. Dat is iets waar ik nog mee zal moeten leren omgaan. Tim Dondorp
Geplaatst door Godong Indonesie op Donderdag 25 april 2019 -
Interview Ibu Maryati
Gisteren postte ik over een foto waar mijn tweelingbroer en ik op zouden staan. Uiteraard heb ik de foto naar Indonesië gestuurd. Bijzonder dat dit vandaag de dag in een paar seconde kan. Hoe anders zou het zijn geweest als ik twintig jaar geleden contact met mijn familie had gezocht. Inmiddels heeft mijn oudste zus Nuryati laten weten zeker te weten dat de Indonesische babytweeling inderdaad Mark en mij betreft. De foto heeft bij de familie veel losgemaakt. Ibu heeft de foto ook gezien. Ze schijnt er bij gehuild te hebben. Niet omdat ze Mark en mij op de foto heeft herkend, maar omdat de familie weer met haar over ons en over de adoptie heeft gesproken en omdat ze ons zo vreselijk mist. De mensen die mijn andere berichten ook hebben gelezen zou het best eens opgevallen kunnen zijn dat ik vaker heb gerefereerd naar twintig jaar geleden. En dat is niet voor niks. Wat maar weinig mensen weten is dat Spoorloos niet drie maar twintig jaar geleden reeds mijn biologische familie heeft gevonden. Twintig jaar geleden zag ik mijn adoptiemoeder voor het laatst en het zou bijna 15 jaar duren voor ik weer contact zou krijgen met mijn tweelingbroer. Hoewel ik bij mijn adoptievader in Franeker terecht kon, kan ik me het gevoel van leegte waardoor mijn interesse naar mijn roots steeds begon te groeien nog goed herinneren. Ik schreef Spoorloos een brief, waarop Spoorloos op zoek ging naar mijn biologische familie. Binnen een paar maanden was mijn biologische familie gevonden. Weet Ibu zich vandaag de dag niets meer van de adoptie te herinneren, twintig jaar geleden deed ze dat gelukkig nog wel. Ik zou er over kunnen vertellen, maar wie kan er beter over de adoptie spreken dan Ibu zelf in de gesprekken die ze twintig jaar geleden met Spoorloos heeft gevoerd? Ik herinner de eerste maal dat ik het verslag van Spoorloos las nog goed. Ik zat gespannen bij de fax (!) te wachten en geëmotioneerd las ik Ibu’s verhaal toen het binnen kwam. Zojuist heb ik het weer gelezen en tot mijn verbazing was de emotie er niet minder op geworden. Wel betreft het nu andere emoties: met de kennis en de (levens)ervaring van twintig jaar later lees je natuurlijk anders en haal je zelfs de fouten veroorzaakt door vertaling en interpretatie eruit. — INTERVIEUW MET IBU MARYATI: De reden en achtergrond (M) : Ik had toen al 7 kinderen, we waren heel arm. Toen werd de tweeling Heri Setiowan en Heri Setiono geboren. Het was niet makkelijk voor ons om twee baby’s goede voeding te geven. Vooral voor mij was het niet makkelijk om twee baby’s te verzorgen, want ik had nog meer kleine kinderen. Mijn man vond dat ik een baby moest afstaan. Ik wilde mijn kinderen niet weggeven, maar omdat Heri Setiowan (het 1ste kind) ziek was, dacht ik dat dat toch het beste was voor hem, omdat hij zo in leven zou kunnen blijven omdat hij goede voeding zou krijgen. Het proces van het overdracht: (M) : Ongeveer 2 dagen na de geboorte van de tweeling kwam een Chineze vrouw bij mij thuis. Zij was van een stichting voor adoptie kinderen in Semarang. Zij vertelde mij dat zij erg met mij te doen had, en dat ik de baby beter aan haar stichting kon overdragen zodat ik het niet te moeilijk had en het kind een beter leven kon krijgen. De baby zal aan een stichting in Jakarta worden overgedragen en daar worden verzorgd. Mijn man was het hier mee eens en ik wilde natuurlijk ook dat mijn kind gezond zou leven. Samen met mijn man ben ik toen met die vrouw meegegaan naar de stichting in Semarang (Kentangan) en daar stond gaf ik mijn kind (Heri Setiowan) af. Een maand daarna kwam een Javaanse vrouw (ik denk dat zij van de stichting in Semarang was) ons berichten dat Heri Setiowan overleden was. Zij vertelde dat de stichting veel geld had uitgegeven aan dokters en medicijnen en dat ik dat bedrag terug moest betalen of het andere kind ter compensatie moest afstaan. We waren heel arm, we hadden geen geld om het bedrag terug te betalen aan de stichting. Ik wilde mijn andere kind, Heri Setiono, absoluut niet meer aan de stichting, overdragen, maar ik kon de stichting ook niet betalen. Mijn man dwong mij ook het andere kind af te staan. Mijn man, Heri Setiono en ik moesten toen met die vrouw mee naar Jakarta. In de trein moest ik steeds huilen. In Jakarta kwamen we bij een stichting met veel kinderen en er waren veel vrouwen die deze kinderen verzorgden. Ik moest daar mijn kind afstaan. Ook moest ik een afstandsverklaring tekenen, maar dat kon ik niet. Daarom heb ik alleen een vingerafdruk van mijn duim laten zetten en heeft mijn man zijn handtekening gezet. Een vrouw vertelde mij dat mijn kind een beter leven zou krijgen en door een rijke familie zou worden geadopteerd. Toch wilde ik het niet, want Heri Setiono was mijn eigen kind, mijn eigen vlees en bloed. Na die gebeurtenis werd ik erg ziek en verloor ik vaak mijn bewustzijn. Volgens de dokter kreeg ik last van mijn hart. Ik werd helemaal gek en ik kon nergens anders meer aan denken dan aan Heri (Setiono). Als ik zo verdrietig aan hem zat te denken en hem zo miste, pakte ik een kussen en gaf het Promina (merk van een babyvoeding) te eten. (Erg huilend) Ik dacht dat ik niet meer leven wilde en ook mijn andere kinderen kon ik niet verzorgen. Mijn oudste zoon (Isman, dus) heeft toen iedereen verzorgd. Na anderhalf jaar werd mijn volgende dochter Nani geboren. Toen werd ik pas weer een beetje bewuster, maar Heri is nooit meer uit mijn hoofd geweest. (S) : Weet u wanneer de tweeling Heri setiowan en Heri Setiono geboren is? (M) : Ja, dat was zaterdagavond (dus niet zondag), in april 19 jaar geleden. Hij zou nu 19 jaar oud zijn. (S) : Heeft u de geboorte verklaring van Heri nog? (M) : Nee. Een paar dagen nadat ik Heri (Setiono, dus) naar Jakarta bracht, vroeg mijn man mij om de geboorteverklaringen van de tweeling. Hij zei dat deze papieren aan de stichting moesten worden afgeven. Ik wilde ze niet afgeven en ik verstopte de papieren, maar mijn man heeft ze uiteindelijk gevonden. (S) : Radjiman heeft dus één geboorteverklaring van de tweeling aan de stichting afgegeven? (M) : Nee, twee geboorteverklaringen. De tweelingbroers hadden ieder een eigen geboorteverklaring. (S) : Dus beide geboorteverklaringen, ook van Heri Setiowan die toen al overleden was? (M) : Ja, ook van Heri Setiowan. (S) : Wie heeft de geboorte van de tweeling gerapporteerd bij het dorpshoofd? (M) : Mijn man. Hij heeft de geboorteverklaringen voor alle kinderen geregeld, dus ook voor de tweeling. (S) : Weet u nog hoe de tweeling eruit zag? (M) : Nou, ze waren nog baby. Ze leken allebei op elkaar. Heri Setiowan werd eerst geborene. Hij was zwak, niet gezond. Hij dronk maar heel weinig borst melk. Hij had een wit gezichtje, terwijl Heri Setiono nogal wat donkerder was. Heri Setiowan had ook wat krullend haar. (S) : Weet u zeker dat Heri Setiowan dood is? (M) : Zeker weet ik het niet, want ik heb het lijkje of het graf nooit zelf gezien, ook de begraafplaats niet. Maar hij was erg ziek, heel zwak. (S) : Wilt u niet uitzoeken of hij echt dood is, of heeft u ooit navraag gedaan bij de mensen van de stichting? (M) : Nee ik heb het nooit gevraagd. Ik had het er heel moeilijk mee, om ook mijn andere kind (Heri Setiono, dus) over af te moeten staan. Ik werd daar echt boos van. Ik had hem anderhalve maand verzorgd. Ook mijn eerste zoon huilde toen ik hem weg bracht. Ik had wel plan om een keertje terug te komen naar Jakarta om mijn kind terug te halen, maar mijn man zei altijd dat ik het niet moest doen. (S) : Als blijkt dat hij nog leeft, zou u het geloven, zou u blij zijn? (M) : Natuurlijk zou ik blij zijn. Hij is, hoe dan ook, mijn kind, mijn zoon. Maar ik weet niet. Hij was erg ziek, heel zwak toen ik afstand van hem deed. Ik denk toch dat hij gestorven is. (S) : Weet u misschien de naam van de stichting in Jakarta, of het adres? (M) : Nee, ik herinner de naam niet. Ik kon niet lezen. Misschien weet mijn man weet het nog. (S) : Hebt u ooit van Stichting Kasih Bunda gehoord? (M) : Ja, dat was het, Kasih… Kasih Ibunda. Daar was ik geweest toen ik voor de tweede keer mijn kind moest overdragen in Jakarta. Ik heb de naam gehoord van een vrouw die daar werkt. Daar waren veel meer kleine kinderen. (S) : Weet iedereen in uw familie dat u uw kinderen heeft afgestaan aan de stichting, of houdt u dat geheim? (M) : Ik heb al mijn kinderen verteld dat ze een broer hebben die nu in Jakarta woont, bij de stichting. Ik denk nog elke dag aan Heri, en af en toe vertel ik mijn kinderen dat hij nu 19 jaar zou zijn en waarschijnlijk veel op mijn eerste zoon lijken. Ze weten ook dat ik erg verdrietig ben dat ik hem heb moeten afstaan. Ik heb 12 kinderen groot gebracht en kunnen voeden, waarom moest ik Heri afstaan? (S) : Kreeg u geld van de stichting voor uw kinderen? (M) : Ik kreeg geld toen ik van Jakarta naar terug naar huis ging nadat ik Heri Setiono aan de stichting had afgestaan. Iets van 20.000 rupiah (1,50 gulden) voor de kost van vroedvrouw toen ik Heri ter wereld bracht. Verder kreeg ik niets. (S) : U kreeg dus twee keer geld. Een keer toen u Heri Setiowan afstond en nog een keer in Jakarta toen u Heri Setiono gaf? (M) : Nee, ik kreeg maar een keer geld, toen in Jakarta. Voor Heri Setiowan heb ik niets gekregen. Ik heb mijn kinderen niet verkocht! (S) : Zou uw man het geld krijgen van het eerste overdracht? (M) : Ik weet het niet. Ik kreeg niets anders dan die 20.000 rupiah en een treinticket terug naar huis. (S) : Wilt u Heri weer zien? (M) : Natuurlijk, ik denk altijd aan hem. Ik bid dat ik mijn zoon terug kan zien, als het dan niet in deze wereld is, dan in de hemel. Ik ben alleen bang dat hij boos op mij zou zijn en mij zou verwijten dat ik hem heb afgestaan. Maar dat deed ik niet vrijwillig, ik werd gedwongen. Als hij nu bij mij, zijn broers en zijn zussen zou willen terugkomen, dan zou ik hem met open armen ontvangen. Hij is mijn zoon. (S) : Wat doet u nu voor werk? (M) : Ik werk niet, ik blijf thuis om voor de kinderen zorgen. Af en toe help ik mensen die bij mij komen. Bij voorbeeld vrouwen die mannen willen krijgen of mensen die ziek zijn beter te maken (naast huisvrouw, is Maryati medicijnvrouw in het dorpje). Dit interview vond plaats op zondag 30 augustus 1998 bij haar huis in Purwodadi, ongeveer 60 km van Semarang. Toen waren ook haar andere kinderen aanwezig: Isman, Aris Sutrisno en Aris Purnomo. De kinderen waren heel enthousiast om Heri te zien. Aris Purnomo, werkt bijvoorbeeld in Surabaya, maar sinds een week is hij thuis in Purwodadi om op Heri te wachten. Ook de kinderen die buiten Semarang werken, zullen deze week thuiskomen. Ik heb daarom tegen de familie gezegd dat de kinderen gewoon naar hun werk kunnen gaan in Surabaya en in andere steden in Java omdat ze bericht zullen krijgen als Heri naar Indonesië zou komen. Aris Purnomo (heeft al wat teleurstellingen te verwerken gehad) heeft mijn contactpersoon, Miftah, laten weten bang te zijn dat het interview en mijn onderzoek wellicht onderdeel uit moet maken van mijn afstudeerscriptie en dat Heri eigenlijk niet echt gevonden is. Zijn moeder zou dan wederom een hartziekte krijgen en dat wil hij niet. Isman herinnert zich ook nog hoe het was toen de tweeling werd afgestaan en heeft ook meer herinneringen over hen. Hij is de oudste zoon (toen was hij 14 jaar oud). Hij moest ook huilen toen hij zijn moeder hoorde vertellen over haar herinneringen van die gebeurtenis. De familie dacht eerst dat Heri nog bij de stichting in Jakarta is, of door een familie in Jakarta is geadopteerd. Omdat ze maar bleven vragen of Heri hoe, waar en met wie hij nu leeft, heb ik hen uitgelegd dat Heri nu buiten Indonesië woont, bij een ander gezin met goede adoptieouders. De kinderen van Radjiman/Maryati: 1. Isman (woont nu bij zijn ouders met zijn vrouw en vier kinderen, werkt af en toe in de bouw) 2. Haryatiningsih (woont nu samen met haar man en haar twee kinderen hebben als tweede naam allebei Setiowan ter nagedachtenis van de overleden Heri. Ze woont nu in Lamper Tengah (vlak bij het vroegere ouderlijk huis van Radjiman/ Maryati) in Semarang. Haar man werkt als chauffeur. Haryati herinnert zich ook nog dat de tweeling Heri overgedragen werd. Zij vertelde dat zij heel verdrietig was toen Heri Setiono (de jonge Heri) ook door haar moeder moest worden afgestaan. Volgens haar is haar vader nu bang dat Heri het hem zal verwijten. Ook zij is er zeker van dat Heri Setiowan overleden is, omdat hij destijds heel zwak was. 3. Agiharti (werkt nu in Brangsong, een stad buiten Semarang, in midden Java). 4. Rinawatie (woont met haar twee kinderen bij haar schoonmoeder in Purwodadi, ongeveer 7 km van het Maryati haar huis). 5. Aris Sutrisno (woont met zijn vrouw en dochter ook bij zijn ouders Maryati/Radjiman). Werkt af en toe als chauffeur. 6. Aris Sulistyo (werkt als chauffeur in Surabaya). 7. Aris Purnomo (werkt als chauffeur in Surabaya). 8. Nanik (werkt als verkoopster in een winkel in Semarang en woont bij Haryati in Lamper Tengah. We hebben haar ook eventjes ontmoet bij Haryati. Toen ik haar vertelde dat ik uit Jakarta kwam vanwege Heri, moest zij huilen. Ook zij wil Heri gauw zien, want zij kent hem alleen maar van de verhalen die haar moeder en haar zus Haryati haar verteld hebben). 9. Tweeling: Nur Hidayah en Nur Salihah (zij wonen nu bij familie van moeder Maryati buiten Semarang). 10. Inayah Anggraini (woont bij Maryati en Radjiman, zit nog op school). 11. Eni -(woont bij Maryati en Radjiman, zit nog op school). 12. Retno (woont bij Maryati en Radjiman, nu 8 jaar oud). Over Radjiman (de vader): Ik heb Radjiman niet ontmoet. Volgens Maryati en de kinderen is hij nu in Semarang en werkt hij daar als monteur, maar ze weten niet waar ik hem kan ontmoeten of ze willen het me niet vertellen. Volgens Maryati is hij nog steeds ziek (zijn hersenen zouden beschadigd zijn), maar is het nu minder erg. Hij kan wel praten, maar soms kan hij erg boos worden om niets. Hij komt ieder drie dagen thuis, verder slaapt hij op zijn werk in Semarang. Maryati heeft hem wel verteld dat Heri hen wil ontmoeten, maar hij gelooft het niet. Hij vertelde Maryati bang te zijn dat Heri hem de adoptie kwalijk zou nemen. Radjiman heeft vroeger op een schip of een stoomboot van Jakarta Lloyd gewerkt als stuurman, maar op alle adoptiepapieren werd dit gewoon als chauffeur vermeld. In 1967 had hij een ongeluk op zijn werk, waarna hij voor drie maanden in psychiatrisch ziekenhuis werd opgenomen. Daarna bleef hij nog een paar maanden ziek thuis waarna hij terug naar zijn werk ging. Hij ging in 1991 met pensioen. Ik heb de fotokopie van de identiteitskaarten van hem en van Maryati opgestuurd, samen met de foto’s die ik gemaakt heb. De situatie van het huis van familie Radjiman/Maryati: Het ligt ver van de huizen van de buren, met een breed stuk grond voor het huis. Het ligt in Purwodadi, ongeveer 60 km van Semarang (twee uren rijden) langs een hele slechte weg. De famile is heel arm. Er zijn heel veel kleine kinderen. Ik heb mijn contactpersoon gevraagd Radjiman proberen te ontmoeten (door terug te komen gaan naar het huis in Purwodadi) om hem te interviewen. Het zou kunnen dat hij een andere mening heeft over het afstaan van Heri, of dat hij Heri zelfs niet terug wil zien. De familie denkt nog steeds dat Heri Setiowan overleden is en denkt dus alleen Heri Setiono te zullen ontmoeten. Ik heb dus drie plaatsen bezocht: 1. Haryatiningsih in Semarang (haar interviewen, zij heeft heel enthousiast over haar broertje verteld). Nanik woont ook bij haar. Nanik heeft Heri zelf nooit gezien, maar alleen over hem van haar moeder, zus en broer hebben horen te vertellen. Zij wil Heri ook heel graag zien. 2. Het huis van Maryati/Radjiman in Purwodadi. 3. Het huis van Nanik in Purwodadi (helaas was zij niet thuis). Haryati heeft ook goede herinneringen aan Heri. Zij heeft haar beide zonen naar de overleden Heri benoemd. Groeten, Sarah Beste Trudy, Mijn contactpersoon in Salatiga heeft de vader van Mark en Tim van de Weg eindelijk ontmoet. Het heeft nog een behoorlijke tijd geduurd voordat dat is gelukt. Eerst zeiden de kinderen (Isman, Haryati enz.) dat hij psychisch nogal ziek was en dat het niet makkelijk is met hem te praten. Dan zeiden ze dat Radjiman in Semarang werkt, maar dat ze niet precies wisten waar (dus ook de plaats waar hij meestal slaapt niet) en dat hij maar een paar keer in de week terug komt naar zijn huis in Purwodadi. We vermoedden dat er iets mis is in de relatie tussen de vader en de familie. Wellicht zit hij inderdaad achter al die verhalen van de adoptie van de tweeling Heri? We zijn nog een aantal keren bij Haryati gekomen om haar te zeggen dat het erg belangrijk is dat wij Radjiman ontmoeten en haar te vragen ons naar hem toe te brengen. Het is ons niet gelukt, en zij (en haar man) deden er alles aan om te voorkomen dat we Radjiman zouden ontmoeten. Ook zijn we nog een keer naar Purwodadi geweest om Isman om het adres van Radjiman in Semarang te vragen, maar ook hij wilde ons hierover geen duidelijk geven. Pas toen we hebben gezegd dat we onze handen hiervan zouden aftrekken omdat Heri beide ouders wilde ontmoeten en niet alleen de moeder, heeft Isman toegezegd zijn vader op te zoeken in Semarang en hem in contact te zullen brengen met mijn contactpersoon. Gisterochtend kwam Isman met zijn vader naar mijn contactpersoon, en is er met hem gesproken. Algemene indruk over Radjiman: Hij is lichamelijk nog gezond en nog niet zo oud. Hij kon de meeste vragen wel beantwoorden, maar kon zich niet goed concentreren waardoor hij vaak bleef zwijgen. Toen hij over de adoptie vertelde heeft hij niet gehuild, was hij niet verdrietig en had hij geen expressie op zijn gezicht. Zijn herinneringen van het overdracht: Hij vertelde hetzelfde verhaal als moeder Maryati (en zus Haryati), Hij vertelde ook dat de eerste zoon, Heri Setiowan, erg ziek was en dat hij na een maand dood werd verklaard door de stichting in Semarang. Hij moest daarom ook de andere zoon afstaan, deze keer aan een stichting in Jakarta. We hebben hem nog gevraagd of hij hiervoor geld heeft gekregen van de stichting. Dat heeft hij dus nooit gekregen. Opmerkingen: Het blijkt dat Radjiman, Isman en Aris Sutrisno nu als betjakrijders werken. Ze schamen zich hiervoor en wilden dat eerst niet eerlijk vertellen. Radjiman heeft nogal wat problemen met de familie. Hij heeft geld van andere mensen geleend wat hij vergokte waarna hij dit niet kon terugbetalen. Radjiman deed veel slechte dingen waar geldproblemen door kwamen. Daardoor vindt zijn familie dat hij maar beter geen contact meer met hen moest hebben. Hij komt daarom, in tegenstelling wat eerder beweerd is, niet meer terug naar zijn huis in Puwodadi. Hij slaapt overal op straat of bij een garage in Semarang waardoor het niet gemakkelijk is hem te vinden. Hij wilde in ieder geval zijn zoon, Heri, graag zien en Isman kan garanderen dat hij in Purwodadi zal zijn op die bewuste dag. Nou, Trudy dat was allemaal erg duidelijk. Mocht je meer informatie nodig hebben, laat het mij dan weten. Groeten, Sarah — Mochten er vragen zijn naar aanleiding van bovenstaand interview (dat kan ik me goed voorstellen): stel ze gerust in de comments en indien mogelijk zal ik ze beantwoorden. Tim Dondorp
Geplaatst door Godong Indonesie op Woensdag 24 april 2019 -
Reünie Kasih Bunda (1)
Drie dagen geleden heb ik de Reünie kindertehuis “Kasih Bunda” bezocht (zie https://bit.ly/2VoRgbt, met dank aan Dewi Deijle). Dit was een bijeenkomst voor geadopteerden uit Indonesië die via de Stichting Kasih Bunda zijn geadopteerd. Het was een bijzondere ontmoeting waarin ik met veel ‘lotgenoten’ mocht praten over zowel hun als mijn adoptie. Helaas zijn er van ons (mijn tweelingbroer en mij) nog maar twee foto’s waar wij als baby op staan. Er waren wel babyfoto’s, maar bijna alle babyfoto’s zijn door mijn adoptiemoeder vernietigd. Mijn adoptievader had nog twee foto’s waar wij als baby op te zien waren. Ik heb het altijd jammer gevonden dat er zo weinig fotomateriaal van mijn baby- en peuterjaren beschikbaar is. Groot was dan ook mijn verbazing dat ik op de reünie Widya Wisata tegen kwam. Haar adoptievader had een foto van haar in het kindertehuis genomen. Deze foto is twee weken eerder genomen (augustus 1979) dan dat mijn adoptieouders naar Indonesië kwamen om ons op te halen. Op de foto zag ik tot mijn verbazing ook twee jongensbaby’s: een tweeling… Tim Dondorp
Geplaatst door Godong Indonesie op Dinsdag 23 april 2019 -
Adoptie (2)
HULP GEVRAAGD! Lieve mensen, De mensen die deze pagina volgen zullen weten hoe dankbaar ik ben dat ik mijn biologische familie heb mogen vinden. Zeker na mijn biologische vader begin dit jaar is overleden: wat ben ik blij dat ik nog op tijd ben om hem te leren kennen. Inmiddels heb ik met diverse mede geadopteerden uit Indonesië goed contact. Velen zijn ook op zoek of willen graag op zoek naar hun biologische familie. Helaas hebben verreweg de meesten minder geluk dan ik: zoektochten lopen stuk omdat er bij meer dan 80 procent van de adopties is gefraudeerd. Adoptiedossiers en afstandsverklaringen van biologische ouders zijn vervalst waardoor de kans aanwezig is dat vele geadopteerden niet vrijwillig door hun biologische ouders zijn afgestaan. Veel geadopteerden uit Indonesië zijn hierom erg verdrietig. Doordat meer dan 80 % van de adoptiedossiers niet kloppen is de kans dat biologische familie terug wordt gevonden erg klein. Een zoektocht naar biologische familie is al kostbaar, maar vervalste adoptiepapieren maakt zo’n zoektocht alleen nog maar kostbaarder. Velen hebben hierdoor niet voldoende financiële middelen om hun biologische familie op te zoeken. Omdat ik bij diverse bijeenkomsten voor geadopteerden uit Indonesië getuige ben geweest van het grote leed bij zowel geadopteerden als adoptieouders trek ik mij deze kwestie erg aan. Vastgesteld is dat de overheid van de misstanden in de interlandelijke adoptie geweten heeft (Zembla heeft hier uitgebreid aandacht aan besteed in haar uitzending ‘Adoptiebedrog 3’ van maart 2018 jl.: https://zembla.bnnvara.nl/nieuws/adoptiebedrog-iii). Ik ben van mening dat de overheid haar toezichthoudende verplichting aangaande Interlandelijke Adoptie heeft verzaakt. Daarom vragen wij de overheid om geadopteerden financieel bij te staan bij hun zoektocht naar biologische familie. Hoewel ik mij kan voorstellen dat het voor mijn meeste volgers een ‘ver van hun bed show’ is, wil ik iedereen die zich in mijn verzoek aan de overheid kan vinden met klem vragen hierboven genoemde Zembla uitzending te bekijken, dit bericht te delen en vooral onderstaande petitie te tekenen. Hoe meer mensen tekenen, hoe duidelijker ons signaal naar de overheid. HELP ONS ALSJEBLIEFT! Hartelijke groeten, Tim Dondorp
Geplaatst door Godong Indonesie op Donderdag 26 april 2018 -
Adoptie (1)
Wat ben ik blij dat ik mijn biologische familie heb mogen vinden en heb mogen ontmoeten. Inmiddels heb ik veel contact met andere geadopteerden, met name ook uit Indonesië. Velen zijn nog op zoek naar hun biologische familie. Stichting Mijn Roots, een stichting zonder winstoogmerk, zet zich in om geadopteerden uit Indonesië met hun biologische familie te herenigen, maar bij velen lijkt de zoektocht onmogelijk omdat er gefraudeerd blijkt te zijn waardoor hun dossiers niet kloppen. Net als in mijn geval, blijken veel kinderen zonder medeweten van biologische ouders (laat staan met toestemming) geadopteerd te zijn. Zembla heeft uitgebreid aandacht aan besteed aan misstanden in adoptiezaken. Kijk hieronder desbetreffende uitzending terug.
Geplaatst door Godong Indonesie op Dinsdag 3 april 2018 -
Slaap maar (Marco Borsato)

Lin en Emelie hebben gisteren ook naar ‘hun’ documentaire gekeken. Ze waren beiden erg enthousiast, al vond Emelie het jammer dat er geen aandacht was besteed aan het feit dat ze zwanger was van Olivia.Daar heeft Tim alle begrip voor. En daarom vestigen we nog even speciaal de aandacht op Olivia (geboren november 2015), Emelie haar dochter, voor wie Tim speciaal het liedje ‘Slaap maar’ van Marco Borsato vrij heeft vertaald.