Categorie: Accommodatie

  • Purwodadi Harvest Hotel

    Zes jaar geleden bezocht ik al eens Purwodadi (zie https://staging.dondorp.nl/…/indonesie-en…/reizen/reis-2019. Destijds besloot ik elk hotel in Purwodadi één of twee dagen te testen en te reviewen om Lin en Emelie te helpen bij een eventuele keuze voor een hotel wanneer ze er eentje in de buurt van de familie zochten. Omdat Sylvia (Emelie haar moeder) en Bengt (Emelie haar moeders vriend) nu op ‘mijn kamer' sliepen moest ik dus uitwijken naar een ander hotel.

    Online had ik al gezien dat er een nieuw hotel in Purwodadi was: Het Harvest Hotel. Dat Hotel moest ik uiteraard uitproberen. Na het zien van de promofilmpjes maakte ik me wel wat zorgen over hoe het hotelgasten verleidt een kamer bij hen te boeken (https://www.instagram.com/p/DIX_gl-S9US), het personeel (https://www.instagram.com/p/DErWOU2ysR-), de gasten (https://www.instagram.com/p/DILAQOJSvy5) en over het uitchecken van aankomende maandag (https://www.instagram.com/p/DGpgFf9SzMD), maar mijn kamer (https://www.instagram.com/p/DKyMChlhEA7: dit filmpje is echt gemaakt van de kamer waar ik nu inzit) zag er verder erg mooi uit.

    Toch even voor de zekerheid: mocht het zo zijn dat er op deze Facebookpagina één of twee dagen vanaf heden geen statusupdates meer verschijnen, neem dan a.u.b. contact op met de lokale politie en vraag ze of ze hier en/ of op de lokale vuilnisbelt naar mij willen komen zoeken.

    Heri Setiono

  • Makasar, M. Regency hotel

    Toen ik om ongeveer 21.00 uur had ingecheckt in het M. Regency hotel merkte ik dat ik best wel trek had. Na het ontbijt van vanochtend had ik ook niks meer gegeten. Eerder heb ik wel eens verteld over Grab: een online platform waarin je om een taxi, een brommerlift, maar ook om eten kunt vragen. Een soort thuisbezorgd.nl dus, maar dan vee malen goedkoper. Gelukkig is Grab ook actief in Makassar en daar plukte ik nu letterlijk de zoete vruchten van. Ik heb het eerder al eens omschreven, maar het werkt dus blijkbaar nog steeds als volgt:

    1. Je bestelt in de Grab app een nasi goreng ayam bij een restaurant in de buurt.

    2. Je maakt gebruik van de geavanceerde optie om ook bestek mee te bestellen.

    3. Grab zoekt een beschikbare maaltijdbezorger die naar het restaurant gaat, je bestelling bestelt en voorschiet.

    4. Je schaamt je kapot omdat je maar liefst 30.000 IDR (2,70 euro, waarvan 0,50 euro bestemd is voor de bezorger) betaalt aan Grab.

    5. Je gaat achter je laptop Facebook bijwerken terwijl je keurig door Grab op de hoogte wordt gehouden van de voortgang van je bestelling.

    6. Na 30 minuten brengt de receptionist van je hotel je bij de receptie afgegeven eten naar je kamer.

    7. Je ontdekt dat het restaurant ondanks je verzoek geen plastic lepel bij het eten heeft toegevoegd.

    8. Je begint vol goede moed en uit armoede dan maar met de deksel van de verpakking waar het eten mee is bezorgd te eten.

    9. Je ontdekt dat het eten zo pittig is dat je met je bek eerst een halfuur onder de airco gaat hangen alvorens je überhaupt in staat bent het eten weg te gooien, direct terug te gaan naar start (1), geen 200 euro ontvangt en geen nieuwe maaltijd krijgt zonder te betalen…

    Bij de tweede keer was ik dus zo verstandig om, naast de optie extra bestek aan te vinken, ook de opmerking te plaatsen dat ik toch echt bestek nodig had en dat het eten maar een beetje pittig hoefde te zijn (sedikit pedas, terima kasih). Nadat een verbouwereerde receptionist ‘(voor) de tweede maal’ had afgegeven kon ik eindelijk genieten van mijn avondeten. Nu snel naar bed, want morgen staat een bezoek aan ‘Adil’ op de planning.

    Heri Setiono

  • Jakarta Airport Hotel

    De vlucht heb ik overleefd, maar vraag niet hoe. Ik zat aan het raampje met links van mij twee superchagrijnig kijkende Indo’s. Geen enkel woord, lachje of knikje kon er vanaf en de Indo die direct naast me zat had constant zijn rechterelleboog ver over de armleuning waardor mijn toch al beperkte ruimte extra werd ingkort. Voor 11 uren vliegen krijg je zeker waar voor je geld, maar van vliegen met ‘extra korting’ had ik me toch wat anders voorgesteld. De hele vlucht ben ik niet van mijn plek af geweest, er kon zelfs geen toiletbezoekje vanaf. Recht voor me had een baby er waarschijnlijk ook last van dat iemand constant in zijn of haar zij zat te prikken, want maar liefst de volle 11 uren lang (!) zette hij of zij een keel op van jewelste. Halverwege de vlucht dacht ik nog: “Overboord gooien die baby!” maar toen bedacht ik me ook dat er ooit (45 jaar geleden om precies te zijn), niet één maar zelfs twee identieke baby’s de hele vliegreis van Indonesië naar Nederland alles aan elkaar los en vast hebben gekrijst, gekotst en gepoept en dat ik daar één van was…

    Uiteindelijk geland op Jakarta Airport (CKG), speelden de gebruikelijke taferelen zich weer af. Supermodern stonden er NS achtige poortjes klaar waar je, als je Indonesiër bent, automatisch je paspoort kon laten checken waarna je je bagage kon ophalen en vrij was Indonesië verder in te gaan. Uiteraard moest ik me echter als ‘foreigner’ melden bij ‘Immigration’ (voelt elke keer weer een beetje als een soort afwijzing in ‘eigen’ land). Er stonden maar liefst 16 balies waar ‘buitenlanders’ met hun verplichte e-VOA (https://evisa.imigrasi.go.id/) konden inchecken, maar er was er welgeteld maar ééntje open: ‘Selamat datang di Indonesia’ (welkom in Indonesië). Dat gevoel van welkom werd nog eens versterkt toen een securitymedewerker mij na drie kwartier (dat was ongeveer halverwege) vriendelijk maar resoluut richting eerdergenoemde ‘ns’ poortjes probeerde te dirigeren. Toen het hem duidelijk werd dat ik, ondanks mijn Indonesische looks, toch echt in de juiste rij stond, liet de beveiliger mij ietswat beduusd in de rij achter.

    Nog eens drie kwartier later stond ik dan eindelijk weer bij de voor mij vertrouwde bagagebanden. Dankzij de Apple AirTag die ik in mijn koffer had verstopt, had ik in de rij bij Immigraton al gezien dat mijn koffer daar op mij stond te wachten. Bij de douane moest ik mijn digitaal ingevulde douaneformulier (https://ecd.beacukai.go.id/) nog even laten scannen en toen waren blijkbaar aan alle verplichtingen om Indonesië in te mogen voldaan. Ik zeg blijkbaar, want sinds 29 augustus 2024 is het voor buitenlanders ook verplicht online een SSHP (SATUSEHAT Health Pass) aan te vragen (https://sshp.kemkes.go.id). Deze had ik braaf aangevraagd, maar er werd nergens naar gevraagd. Wellicht komt deze later nog van (SATUSEHAT Health) pass? Tegenwoordig heb je direct na de douane overigens de mogelijkheid om je IMEI-nummer te laten registreren. Dat is sinds 18 april 2020 verplicht wanneer je langer dan 90 dagen met je mobiele telefoon via een lokaal aangekochte (e)sim kaart wil Internetten. Althans, dat is de officiële lezing van de Indonesische overheid. In de praktijk blijkt vaak dat toegang tot Internet via lokale (e)sim kaarten al direct of na een paar dagen geblokkeerd worden (Selamat datang di Indonesia) totdat je je IMEI-nummer alsnog hebt laten registreren.

    Persoonlijk maak ik daarom altijd de keuze om mijn e-sim van tevoren via een niet Indonesische verkoper aan te schaffen. Dit heeft het voordeel dat je niet wederom met dezelfde mensen waar je even van te voren bij Immigration in de rij stond een uur moet wachten en dat je geen extra belasting hoeft te betalen wanneer de dagwaarde van je telefoon hoger is dan 500 euro (vanaf een iPhone 14 is dit meestal het geval). Dat zou dan neerkomen op 10% importbelasting + 11% PPN (BTW) + 20% inkomstenbelasting als je geen Indonesisch belastingnummer over de meerwaarde boven de 500 euro. Voor eeniPhone met een dagwaarde van ± 1000 euro zou dat ongeveer neerkomen op 200 euro aan belasting. Ik heb een iPhone 13 mini. Je kunt je afvragen of de dagwaarde daarvan nog wel hoger is dan 500 euro, maar om mogelijke discussies, lange rijen en de mogelijkheid dat toegang tot Internet binnen 90 dagen wordt geblokkeerd te voorkomen heb ik er deze keer (elk keer kijk ik welke optie op dat moment het beste is) voor gekozen om een e-sim aan te schaffen via Bytesim (https://bytesim.com/products/esim-indonesia…).

    Vanaf de aankomstterminal (T3) nam ik de Skytrain naar T2 om daar in te checken in Hotel Jakarta Airport. Dit hotel bevindt zich op het vliegveld zelf (Terminal 2E) en staat onder lokals bekend als het ‘Transit Hotel’. Je verblijft dus op het vliegveld zelf. Ideaal voor mensen die net als ik de volgende dag weer verder vliegen (geen opdringerige taxichauffeurs aan je hoofd die je tegen veel te hoge prijzen naar je hotel willen brengen). Op T2 bevindt zich direct naast de in- en uitgang van de Skytrain een A & W. Daar besloot ik ‘wat’ te gaan eten. Ik had geen idee ‘wat dat wat’ precies inhield (vermoedelijk kipnuggets met wortel- en maissoep) maar die soep was me toch lekker! Vanaf heden mijn absolute favoriet in Indonesië en daarbuiten. Na het eten kocht ik bij de Indomaret Point (ook op T2) wat drinken en een zakje chips om de avond mee door te kunnen komen. Morgen om 15.30 uur lokale tijd (10.30 uur Nederlandse tijd) vertrekt mijn volgende vlucht. Next stop: Makassar (hoofdstad Sulawesi en de geboortestad van mijn biologische vader Bapak Radjiman).

    Heri Setiono

  • Kasih Bunda/ Kuro House

    Het werd dus toch een onaangekondigd bezoekje aan Kasih Bunda. Het Kindertehuis waarvan ik dus dacht dat ik daar gezeten had. Op goed geluk liet ik me erheen brengen door een Grab-taxi chauffeur. Sally, de schoondochter van mevrouw Jeanne Tumewu (die in 1979 Kasih Bunda, wat ‘moederliefde’ betekent oprichte), ontving mij aller hartelijkst. Ze nodigde mij uit om mee te lunchen en ze was geïnteresseerd in mijn adoptieverhaal. Ondertussen kreeg ik van Marjan Van Der Hoofd, een trouwe lezer van deze blog en ook één van de achthonderd kinderen die vanuit Kasih Bunda is geadopteerd, naar aanleiding van mijn vorige blog de vraag of ik Kasih Bunda nog had bezocht. Marjan had zelf Kasih Bunda ook meerdere malen bezocht en ze was erg benieuwd wat ik er van vond. Sally wist zich Marjan nog te herinneren en ze vroeg mij of ze via mijn telefoon met Marjan mocht bellen. Marjan schrok zich een hoedje toen ik haar Sally haar verzoek mededeelde. Gezien het tijdsverschil lag ze nog slaapdronken in bed en waarschijnlijk zag ze er momenteel nog niet op haar voordeligst uit. Tactisch als ik was stelde ik voor alleen een spraakoproep tussen Sally en Marjan tot stand te brengen. Ik schatte zo in dat Marjan daar het meest bij gebaat was en dat scheelde mij weer geforceerde opmerkingen als ‘valt best mee hoor’. Ik moest lachen toen ik hoorde waarom Sally Marjan wilde spreken. Ze vroeg Marjan wanneer ze weer eens kwam en als ze dan eens langs kwam of ze één, twee, drie, of nee eigenlijk zoveel mogelijk kilo’s belegen kaas voor haar wilde meenemen. Voor de derde maal deze reis moest ik weer aan mijn broodje kaas missie denken in Kuta (zie https://staging.dondorp.nl/kuta/.

    Sally vertelde mij dat ik als baby nooit hier was geweest. In 1983, het jaar dat de Indonesische overheid interlandelijke adoptie verbood, is Kasih Bunda naar deze nieuwe plek verhuisd. Sally wist me wel te vertellen dat het kindertehuis waar Mark en ik hebben gezeten en waar Ibu Maryati mij waarschijnlijk zelf heen heeft gebracht (zie wederom https://staging.dondorp.nl/interview-ibu-maryati zich hier (https://goo.gl/maps/t2ZT4AskAdUQciKq9) heeft bevonden. Of mijn adoptieouders ons daar ook heeft opgehaald wist Sally mij niet te vertellen. Mogelijk dat mijn adoptieouders het kindertehuis destijds wel hebben bezocht, maar de overdracht vond volgens Sally plaats in het hotel waar de adoptieouders destijds werden ondergebracht: het tegenwoordige Karya Hotel (https://bit.ly/3RU1kE5, https://goo.gl/maps/XBu6P2bT4k29KQoJ9). Dit hotel zou vlak bij het kindertehuis hebben gestaan. Ik was er graag gaan kijken, maar gezien het drukke verkeer en het feit dat ik inmiddels vermoeid raakte besloot ik dat dat maar een volgende keer zou moeten. Ik zou eerst eens aan mijn vader vragen of hij zich aan de hand van de gegeven links de verkregen informatie van Sally kon bevestigen. Hoewel ik dus op deze huidige plek nooit geweest ben, ben ik toch blij dat ik Sally en de inmiddels opgegroeide kinderen hier heb mogen ontmoeten. Van Sally had ik tenslotte toch maar weer informatie over mijn herkomst vernomen wat ik nog niet wist.

    Na mijn bezoek aan Kasih Bunda was het dan echt tijd om naar Soekarno Hatta airport te gaan. Ik zag er echter best tegenop om tot na middernacht te wachten op mijn vlucht naar Jeddah. Wat nou, als ik in de nabijheid van het vliegveld nog een Hotelletje boek zodat ik daar kon rusten en nog even heerlijk kon douchen. Inmiddels had ik via WhatsApp contact gehad met Ilse, maar ik besloot deze mogelijkheid niet met Ilse te bespreken en op eigen houtje de knoop door te hakken. Een snelle blik op Booking.com leerde mij echter dat de hotels die daar beschikbaar waren of heel duur, of heel ver van het vliegveld zaten. Daarom keek ik op de Traveloka app: naast Grab is dat één van de meest gebruikte apps die ik gebruik als ik naar Indonesië ga. Via deze app kun je heel gemakkelijk tegen bijna lokale prijzen (een kleine toeslag van omgerekend een paar centen per reserveringen) binnenlandse treinreizen, binnenlandse vluchten en lokale hotelletje boeken. Via Traveloka had ik meer geluk: voor het immense bedrag van omgerekend 6 euro (hopelijk mag ik nog thuis komen van Ilse), kon ik een kamer met airco, een bed, een douche en toilet bij Oyo Rooms (https://www.oyorooms.com/id/107878, https://goo.gl/maps/XSJ6NnTQUF1S1e3x6) huren tot morgenmiddag 12.00 uur (uiteraard check ik vanavond rond 21.00 uur alweer uit). Na een heerlijk middagdutje, een heerlijk toiletbezoekje en een heerlijke warme douche werkte ik Facebook nog even bij en activeerde ik mijn eSIM voor Saoedi-Arabië zodat ik straks in Jeddah in de wetenschap dat tegen die tijd het grootste gedeelte van de reis er alweer opzit al jullie goede terugreis wensen kan lezen. Het is nu 13 februari 18.34 uur lokale tijd en tegen Nederland zeg ik voor de laatste keer deze reis: tot morgen!

    Tim Dondorp

  • RedDoorz Syariah near Pasar Godong

      Oorspronkelijk zou het vliegtuig naar Semarang vandaag om 10.30 uur vertrekken, maar blijkbaar betrof dit niet ‘Engelse’ maar ‘Indonesische tijd’ (zie https://staging.dondorp.nl/kind-kan-de-was-doen/. In Nederland kreeg ik namelijk al het bericht dat de vlucht drie en een half uur was vervroegd. Aangezien je geacht werd anderhalf uur van te voren aanwezig te zijn, betekende dat dus vroeg opstaan. Het vliegtuig zou vertrekken vanaf Jakarta Soekarno-Hatta Terminal 2E, dus ik moest me daarnaar nog wel vanuit mijn kluis (die zich dus op Jakarta Soekarno-Hatta Terminal 3 bevond) begeven. De skytrain (zie https://staging.dondorp.nl/onderweg-naar-baiyun-guangzhou/ is daar uitermate geschikt voor, maar die reed helaas pas vanaf 6.00 uur ‘Engelse tijd’ (die dan weer wel). Ik had al gezien dat er tussen de drie terminals van Jakarta Soekarno-Hatta nog altijd om de 10 minuten een gratis shuttle bus zou moeten rijden.

      Na een snelle rekensom had ik de wekker op 4.00 uur gezet (lokale tijd). In theorie zou ik dus vijf uurtjes slaap kunnen pakken, maar helaas werden dit er maar twee. De kluizen waren bijzonder gehorig en elke keer als er weer iemand in- en of uitstapte schrok ik weer wakker en zag ik dat ik nog weer minder te slapen had. Om 3.00 uur lokale tijd besloot ik dat het zo geen zin meer had en ben ik maar opgestaan. Van vermoeidheid waggelde ik met mijn bagage naar de shuttlebushalte die zich tevens op ’Jakarta Soekarno-Hatta T3 Domistic Departers 3’ bevond. Daar ging het weer op zijn Indonesisch: de shuttlebus kwam namelijk helemaal niet opdagen.

      Doordat ik een uurtje vroeger was dan gepland, had ik gelukkig meer speling en daar was ik hartstikke blij mee. Google (in tegenstelling tot Jeddah’s King Abdulaziz International Airport heeft Jakarta’s Soekarno-Hatta International Airport wel overal free WiFi beschikbaar) vertelde mij dat er ook een betaalde shuttlebus van Bluebird zou moeten rijden. Omdat ik nog wat Indonesisch geld had meegenomen, kon ik zonder eerst geld te hoeven pinnen (ik kon wegens te lange inactiviteit nog niet bij mijn Indonesische BNI bankrekening) in de betaalde versie van de shuttlebus stappen. Bij het AW-restaurantje bij Terminal 2E heb ik snel nog een ontbijtje naar binnengewerkt waarna ik me toch nog naar Gate E4 moest haasten om op tijd te kunnen boarden. De vlucht van Jakarta naar Semarang duurde een uurtje en ik had totaal geen beenruimte (zeker niet vergeleken met de beenruimte die Saudi Airlines biedt), maar meer kan ik over de vlucht eigenlijk niet vertellen: direct na het neerzijgen op kursi (stoel) 15B, ben ik als een blok in slaapgevallen.

      Broer Purnomo had mij een paar dagen geleden reeds gevraagd wanneer ik precies zou landen in Semarang zodat hij mij kon komen ophalen. Hij zou klaar dan klaar staan om mij naar Godong (de woonplaats van mijn familie) te brengen. Aanvankelijk kwam mij dit niet zo goed uit. Omdat dit de enige keer was dat ik in Semarang zou zijn, was ik namelijk van plan geweest om eerst mijn geboortekampong Sawah Besar (zie https://staging.dondorp.nl/kampung-sawah-besar/ en https://www.facebook.com/watch/?v=998493527736764) te bezoeken. Ik wilde graag een digitale pin zetten op Google Maps en dan precies op de plek waar ik ben geboren. Toen Aris Purnomo aanbood mij af te komen halen van het vliegveld had ik dit plan al snel laten varen. Ik wilde Aris Punromo niet met dit extra bezoek belasten en zo belangrijk was de digitale pin nou ook weer niet. Bovendien was ik nu zo moe, dat ik er toch geen puf meer voor gehad zou hebben. Vol verwachting keek ik dus of ik tussen de wachtende menigte Aris Purnomo kon ontdekken, maar omdat hij naar Indonesische traditie was komen opdagen herkende ik hem niet. Anders gezegd: hij was dus niet komen opdagen. Aan de ene kant jammer, maar aan de andere kant gaf me dat de tijd om een administratief uurtje en wederom een bezoekje aan restaurant AW (ditmaal dan op vliegveld Semarang) in te lassen.

      Tot noch toe had ik in Indonesië gebruik kunnen maken van de gratis WiFi van de vliegvelden, maar hierna zou ik toch weer via 4G moeten Internetten. Overal kunnen Internetten vond ik een must, met name vanwege de apps Grab (zie https://staging.dondorp.nl/pittige-kost/ en Gojeck. Met deze apps kan ik namelijk altijd vervoer regelen en/ of eten bestellen. Omdat betalingen automatisch worden afgeschreven, hoef ik me daarbij geen zorgen te maken over contact geld en/ of lastige onderhandelingen (prijzen staan van te voren altijd vast). Omdat Internetten via mijn eigen Nederlandse mobiele provider vanwege de hoge kosten die dat met zich mee zou brengen was uitgesloten, moet lokale mobile provider Telkomsel uitkomst bieden. Anders dan de laatste keer dat ik in Indonesië was, heb ik nu een telefoon die eSIM (embedded SIM) ondersteunt. Het grote voordeel daarvan is dat je niet meer een fysiek sim-kaartje hoeft aan te schaffen die je vervolgens fysiek in je telefoon moet installeren. Voor omgerekend ongeveer 10 euro had ik al vanuit Nederland via de Hongkongse website https://www.t-sim.hk/products/indonesia-esim-qr-code… een eSIM gekocht en geactiveerd. Na het configureren van de juiste instellingen kon ik direct via 4G Internetten. Omdat mijn Indonesische bankrekening wegens te lange inactiviteit gedeactiveerd was, bezocht ik net als de vorige keer (zie https://staging.dondorp.nl/onderweg-naar-purwodadi-padi-hotel/ het BNI kantoor op vliegveld Semarang. Daar bleek dat ook de pinpas was verlopen. Mijn rekening werd weer geactiveerd en met een nieuwe pinpas en Internet op zak was ik dan toch echt klaar voor Indonesië.

      Via grab-drive bestelde ik een taxi welke mij in ongeveer twee uur naar hotel ‘RedDoorz Syariah near Pasar Godong Grobogan’ bracht. Lag het dichtstbijzijnde hotel van de familie eerst nog in Purwodadi (zie https://staging.dondorp.nl/…/indonesie-en…/reizen/reis-2019/, volgens booking.com was er vanaf december 2022 een heus hotel in de kampong van mijn biologische familie. Door de foto’s op booking.com had ik best wel hoge verwachtingen. Zo was op de foto’s te zien dat er een zwembad was, zou de receptie Engels spreken en zouden er standaardkamers en luxe kamers zijn. Uiteraard had ik tegen een meerprijs een luxe kamer gereserveerd, maar deze luxe kamer bleek niet te bestaan. Er waren vier dezelfde type kamers waarvan mij er eentje werd toegewezen. Mijn zwembroek had ik al uitgepakt, maar toen ik het zwembad zag pakte ik hem teleurgesteld weer in: wanneer ik met sokken en al in het zwembad zou gaan staan, dan zou het water tot net aan de bovenkant van mijn sokken reiken. Er waren wel sanitaire voorzieningen, maar deze waren wel des Indonesisch. Dus een toilet dat geen wc-papier kon verdragen, een grote emmer water met een tabo er in en een douchekop waar koud water uit kwam. Daarbij bleek de receptioniste de lokale bewoonster van één van de kamers te zijn en geen Engels te spreken. Hoewel er wel een airco aanwezig was, zou ik liegen wanneer ik zeg dat ik niet teleurgesteld was. Gelukkig kon ik dit gevoel weer snel van me afzetten. Moe als ik was draaide ik de deur op slot, liet ik de boel de boel en dook ik mijn bed in om van 11.00 uur tot 17.00 uur in één ruk door te slapen.

      Toen ik weer wakker werd, bleek ik helemaal lek gestoken te zijn door LHBTIQ muggen. Nou ja, LHBTIQ, laat ik de muggen voor het gemak maar even lesbisch noemen. Na een kort onderzoek kwam ik er namelijk achter dat ze allemaal uit de kast kwamen. In mijn kamer stond een grote grijze plastic kast, bedoeld om mijn kleding in op te bergen. Maar zodra ik de kastdeur opendeed kwam er een zwerm tijgermuggen naar buiten ‘neven’ (alleen de Friezen onder ons zullen weten wat ik hiermee bedoel) waar je wel ‘U’ tegen moest zoemen. Omdat ik ook lichte aandrang voelde voor een ‘visité de retirade’ (platgezegd: aandrang tot schijten en daar zit dan weer geen woord Frans bij), besloot ik naar mijn favoriete winkel in Godong te lopen (de Indomaret) voor de aanschaf van de volgende levensbehoeftes: Soffell (antimuggen lotion), toiletpapier en een blikje Coca Cola Zero (na alleen nog maar water had ik zin om nu eindelijk eens een keer wat anders te drinken) voor bij het avondeten. Terug in het ‘hotel’ bestelde ik via grab-food een Nasi Goreng Babat met (met de allereerste keer dat ik grab-food gebruikte nog in mijn achterhoofd) het verzoek om een plastic lepel. Het was heerlijk. Toch een beetje teleurgesteld dat ik nog geen familie had gezien of gesproken besloot ik me klaar te maken voor de nacht. Hopelijk kon ik nu flink wat slaap inhalen en zou ik morgen dan eindelijk de familie ontmoeten.

    1. Digital Airport Hotel Jakarta

      Het blijft me elke weer verbazen hoeveel mensen er in een vliegtuig passen. Bij de gate dacht ik nog: dat gaat nooit passen, maar uiteindelijk bleken er in het vliegtuig naar Jakarta dat er zelfs nog plaatsen over waren. Op een paar ‘Foreigners’ na, kun je wel zeggen dat het vliegtuig helemaal vol met Indo’s zat. De stewardessen waren nog wel hetzelfde gekleed (zelfde vliegtuigmaatschappij) maar ze spraken bijna allemaal Indonesisch. Bijna, want er was één stewardess met een Chinees uiterlijk en die sprak… Chinees inderdaad. Wellicht dat ze op het verkeerde vliegtuig was gestapt. Het vliegtuig vertrok keurig volgens planning om 03.45 uur (lokale tijd). Ondertussen was ik best moe, dus het vliegtuig had nog maar net zijn vleugels uit geslagen, of ik was al onderzeil. Het was buiten ook nog pikdonker en ik hoopte een flink gedeelte van de ruim negen-uur-durende vlucht te kunnen slapen.

      Nauwelijks was ik dromeland of een stewardess schudt me wakker: “Mas, mas…?” vraagt ze. “Bagaimana Anda ingin sarapan Anda?” Hoe wilt u het ontbijt? Verbaasd kijk ik haar aan en ik dacht nog: “Eh, het is half vijf in de ochtend. Wat dacht je van ‘niet’”? Op dat moment vliegt echter de verlichting in het vliegtuig op een stand waarop ze er bij een verhoor-/ martelkamer in een politiebureau jaloers zouden zijn aan, dus ik hoor mijzelf “Eh, tolong roti. Terima kasih (een beetje brood graag)?” stamelen. De stewardess knikte begrijpend, lachte me vriendelijk toe of uit (wat er in het ontbijt zat dat ze me bracht weet ik niet, maar het was in elk geval geen brood). Het was wel smakelijk en toen ik het langzaam opat bedacht ik me dat het naar Indonesische begrippen ook eigenlijk helemaal niet zo raar is om al om 5.00 uur te ontbijten. Na het ontbijt kon ik de slaap niet meer vatten en ik was dan ook verheugd door het raampje te zien dat het alweer licht begon te worden. Ik klapte mijn televisiemonitor uit om me voor te bereiden op een lange vlucht, toen een andere stewardess (die Chinese versie) me gepikeerd toebeet dat ik geen televisie mocht kijken. Blijkbaar was ze niet alleen op het verkeerde vliegtuig gestapt, maar ook nog eens met het verkeerde been. Op het moment dat ik haar zou vragen waarom dan niet, was ze echter alweer vertrokken.

      Samen met haar collega’s schoof ze alle luikje voor de ramen dicht en toen dat klaar was gingen alle lichten uit. Ik was blijkbaar de enige die dit vreemd vond, want al mijn buren begonnen zich ‘spontaan’ klaar te maken voor de ‘nacht’. Rare jongens, die Indo’s. Het kwam er op neer dat ik zo goed als de hele vliegreis niet heb kunnen slapen en toen ik eindelijk wel de slaap kon vatten, werden de luikjes weer opengeschoven en ging het licht weer op de verhoorstand aan (‘begrijpelijk’, buiten begon het namelijk alweer donker te worden). Alle Indo’s ontwaakten als zombies in de nacht en ze produceerden daarbij zoveel geluid dat slapen niet meer mogelijk was. Toen we uiteindelijk waren geland op Jakarta was ik dan ook zo moe dat ik zo snel mogelijk naar bed wilde.

      Gelukkig kon dat: nieuw op Jakarta Soekarno-Hatta (vliegveld Jakarta) is namelijk het Digital Airport Hotel (https://digitalairporthotel.com/gallery). Eigenlijk kun je het geen Hotel noemen. Digitale Airport is een grote ruimte met daarin allemaal kluisjes van twee verschillende formaten: een klein formaat voor je bagage en een groot formaat voor jezelf. Super handig, van ’Jakarta Soekarno-Hatta T3 International Arrivals’ even naar ’Jakarta Soekarno-Hatta T3 Domistic Departers 3’ lopen en je kunt zo je eigen kluis induiken. Dit bleek uiteraard makkelijker gezegd dan gedaan: Digitale Airport stond op geen enkel bord aangegeven en toen ik het uiteindelijk had gevonden was ik alweer een uurtje dwalen verder. Achteraf had ik dus net zo goed ‘ouderwets’ een taxi naar een Hotel hier in de buurt kunnen nemen, maar ik vind het altijd leuk om nieuwe mogelijkheden te proberen dan wel te ontdekken. Het is nu tien uur ’s avonds (lokale tijd). Nu dus zaak om zoveel mogelijk slaap te pakken zodat ik morgen uitgerust naar Semarang kan vliegen.

      Sampai jumpa besok!

      Tim Dondorp

    2. Bogor, Kirana’s guesthouse

      1. Een koppel heeft ruzie gehad. De vrouw belt haar moeder en zegt: “We hebben weer ruzie gehad, ik kom bij jou wonen”. Waarop zij zegt: “Nee schat, hij moet boeten voor zijn fouten. Ik kom bij jou wonen”.

      Zomaar een voorbeeld van de vele moppen over schoonmoeders die het Internet rijk is. Ze zal het niet leuk vinden (en ze leest nog steeds mee), maar ik ontkom er niet aan toch ook mijn schoonmoeder de twijfelachtige eer te geven haar nader te benoemen. Waarom schoonmoeders er op Internet altijd zo slecht van afkomen is mij niet bekend. Goed, ik zou ook even moet slikken wanneer Ilse haar moeder aankondigde bij ons te komen wonen, maar dat komt omdat Ilse en ik geen ruzie hebben. Zouden we wel ruzie hebben dan zou mijn schoonmoeder ons wel weer op het juiste pad brengen. Althans, daar was ik tot deze vakantie van overtuigd: tijdens de vakantie liep het vertrouwen aangaande het richtingsgevoel van Irene een ernstige deuk op. Tijdens wisseldagen liep ze soms de verkeerde kant op, hoorde ik haar links roepen terwijl er rechts werd bedoeld en vice versa maar in Bogor (Buitenzorg) spande ze echt de kroon.

      Eén van onze chauffeurs had niet voldoende saldo op zijn tolkaart en vermeed daarom tolwegen. Irene had het geluk dat ze in de andere taxi zat die wel via de tolweg van Jakarta naar Kirana’s guesthouse in Bogor toogde. Ze kwam dus flink wat eerder aan dan wij, mocht alvast inchecken en besloot alvast eten voor ons te bestellen. Wij hadden namelijk zoveel trek dat we wel voor een heel weeshuis konden opeten. Toen wij uiteindelijk in Bogor aankwamen was er echter nog geen martabak. De grap ‘Moeten de eieren soms nog gelegd worden?’ was al snel gemaakt, maar uiteindelijk bleek dat Irene het eten 470 kilometer verderop (6 uur rijden met de auto en maar liefst 9,5 uur met de trein) te hebben laten bezorgd. Om op dat weeshuis terug te komen: op ons verzoek is het eten uiteindelijk ‘maar’ naar een ‘lokaal’ (470 kilometer verderop) weeshuis gebracht alwaar het hoogstwaarschijnlijk met handen en smaak is opgegeten.

      Over Bogor zelf kan ik vrij kort zijn. Kirana’s guesthouse was een prachtig huis waar we prima met zijn achten konden zitten. We zouden eerst Kebun Raya Bogor (zie ‪https://nl.wikipedia.org/wiki/Kebun_Raya_Bogor‬) bezoeken, maar omdat we wat moe waren en het ook regende besloten we gewoon gezellig ‘thuis’ te blijven. Wat ik heel erg leuk vond, was dat Nouvna en Helena ons kwamen bezoeken. Deze twee studenten behoorden tot de Indonesische dansgroep die we afgelopen zomer hebben leren kennen bij de 31’ste en tevens de laatste editie van het Internationaal Dansfestival in Bolsward. Wij mochten één van de gastgezinnen zijn en onder andere Nouvna verbleef tijdens het dansfestival bij ons. Het weerzien was erg gezellig. Joanne kreeg absurd veel Indonesische souvenirtjes cadeau en samen met Nouvna en Helena bezochten we de Botani square mall waar we souvenirs en ander prularia kochten. ’s Avonds aten we dan eindelijk bij een lokaal eettentje om de hoek: Kedai Oemah Lindo. Het eten was lekker goedkoper, lekker en voor mij misschien niet helemaal vertrouwd (de hele nacht daarna weer op de wc gezeten).

      2. Jantje belde laatst aan bij mijn schoonmoeder en vroeg haar of ze soms nog wat lege bierflesjes had die hij mocht hebben. Mijn schoonmoeder antwoordde verbolgen: ‘Zie ik eruit als iemand die bier drinkt?’, waarop Jantje antwoordde: ‘Sorry mevrouw, u hebt gelijk, maar hebt u dan misschien wat oude azijnflessen?’

      Nog zo’n voorbeeld van zo’n schoonmoeder-mop. Zonder verder enige conclusies te trekken, kan ik jullie vertellen dat mijn schoonmoeder ook geen bier drinkt… Wel drinkt ze graag een wijntje, want tijdens de vakantie heb ik haar een keertje verlangend horen smachten naar een glaasje rode wijn. Vanwege de Islamisering is alcohol in de meeste delen van Indonesië echter niet te verkrijgen en/ of geldt er zelfs een verkoopverbod zoals in Bogor en in Yogyakarta. Bier is nergens te krijgen, laat staan een margarita, een shot tequila of een ordinair rood wijntje. Om in een goed blaadje te komen bij mijn schoonmoeder had ik vanochtend in Jakarta een fles rode wijn gekocht, opdat ze op onze bonte avond straks (vanavond is al onze laatste avond in Indonesië) even ouderwets kon genieten. Ik moest er veel voor omreizen en veel voor betalen (alcohol is schreeuwend duur in Indonesië), maar ik had nog nooit zo’n blij verraste schoonmoeder gezien: bij haar kon ik niet meer stuk. Ik zeg expres ‘kon’, want het is natuurlijk de vraag of dit na het plaatsen van dit bericht nog steeds zo is…

      Tim Dondorp

    3. Jakarta, RedDoorz Plus @ Setiabudi Barat

      Gelukkig viel het nu erg mee in Jakarta. Bij ons bleek uit niets dat Jakarta tot gisteren nog bezig was met de gevolgen van overstromingen en aardverschuivingen, ook niet na de toch wel heftige regenval van vannacht. Hoewel ik lekker geslapen heb, viel hotel ‘RedDoorz Plus @ Setiabudi Barat’ mij toch een beetje tegen. Gezien de prijs en wat we daarvoor kregen die we hebben betaald bij de andere hotels had ik meer van dit hotel verwacht, maar het zou zomaar kunnen dat de prijs/ kwaliteit verhouding anders ligt in Jakarta. Over Jakarta heb ik al een aantal dingen geschreven, maar sinds de onafhankelijkheid van Indonesië is Jakarta de hoofdstad van Indonesië. Het is met haar 31 miljoen inwoners op Tokio (40 miljoen inwoners) en Shanghai (34 miljoen inwoners) na de grootste stad ter wereld. Jakarta is over het algemeen een lelijke en een vervuilde stad. Dichtgeslibd door veel te veel inwoners, vastzittend verkeer en afval. Veel toeristen doen Jakarta één dag aan omdat het nu eenmaal de toegangspoort is van Indonesië, maar vliegen vanuit Jakarta zo snel mogelijk verder naar andere bestemmingen in Indonesië.

      Toch heeft Jakarta ook wel mooie plekjes en eigenaardigheden. Zo kan het gebeuren dat in de vele kilometers lange files bedelaars tegen betaling in de meest dure auto’s stappen om een paar honderd meter verderop weer uit te stappen. Het blijkt dan om milieuzones te gaan waar auto’s met maar één inzittende niet geapprecieerd of zelfs niet toegelaten worden. Het stadsbestuur van Jakarta ziet bedelaars als een groot probleem. Bedelaars hebben een slechte invloed op het imago van de stad en ook veel kinderen waren de dupe. Zo liepen moeders met een baby in de armen langs voorbijgangers om geld te vragen. De baby bleef ondanks de hitte rustig en huilde niet omdat deze middels toegediend kregen dat versuffend werkte. De politie is ook een zaak op het spoor gekomen waarbij mensen kinderen kunnen huren om voor hen te bedelen. De prijs voor het huren van een kind voor een dag bedraagt 200.000 IDR (ongeveer 13 euro). Zolang er nog steeds mensen zijn die bedelaars een aalmoes geven, zal bedelarij nooit uit het straatbeeld kunnen verdwijnen. Daarom heeft Jakarta sinds 1997 een verbod ingesteld om bedelaars, straatmuzikanten of onofficiële gidsen geld te geven. Bij overtreding kan je een gevangenisstraf van maximaal zes maanden of een boete van maximaal 4000 euro krijgen.

      Hoewel de afgelopen dagen de overlast van de overstroming in Kota Tua groot was, besloten we het toch de bezoeken via metro (net een jaar operationeel) en Grab taxi. Kota Tua ligt in het noorden van Jakarta, vlakbij de Java Zee en de haven waar Ilse haar opa in 1947 in Indonesië aankwam. Midden in Kota Tua bevindt zich het Taman Fatahillah plein (vernoemd naar prins Fatahillah die in de 16e eeuw ‘Sunda Kelapa’ veroverde van de Portugezen en haar de naam Jakarta gaf). Ilse vond dat ze te weinig van de geschiedenis van ‘Nederlands Indië’ wist. We hebben daarom samen de TV-serie ‘Onze jongens op Java’ gekeken en hierover ook gesproken met oma en andere familie. In de aanloop naar deze reis heb ik Ilse veel voor de computer en in de fotoboeken van opa zien zitten neuzen. Waar was opa geweest in zijn diensttijd en tijdens zijn reis met oma naar Indonesië in 1989. Wat heeft hij op de foto gezet en staat dit er nog? Blijkbaar heeft Ilse aardig wat teruggevonden want het leek alsof we een lokale gids meehadden toen we met de grabtaxi door het oude Batavia naar Kota Tua reden. ‘Hier links het Nationaal museum’ en dan ‘hier rechts de overblijfselen van ‘de Molenvliet’ klonk het geregeld van achter uit de taxi en ‘Hier stond vroeger sociëteit de Harmonie, dat heeft opa ook op de foto gezet’. Hoe dichter we bij Taman Fatahillah kwamen hoe stiller Ilse werd. Opa is in 1993 overleden, Ilse was toen 3 jaar. Ze herinnert hem wel, maar veel neefjes en nichtjes en Ilse haar jongste broer hebben hem nooit mogen ontmoeten. Hoewel opa er al bijna 30 jaar niet meer is, wordt er bij de familie Visser veel aan hem gememoreerd. Voor het oude stadhuis valt Ilse haar moeder huilend in de armen en ik begrijp dat wel. Het voelt alsof alles samen komt…

      Aan het plein huist Café Batavia dat, anders dan de naam doet vermoeden, geen ‘kafe’ (café), maar een ‘restoran’ (restaurant) is. Dat kwam ons goed uit want het ontbijt dat ‘RedDoorz Plus @ Setiabudi Barat’ voor onze deur had gezet, was namelijk niet te eten. Wellicht wist het personeel dat, want het ontbijt werd slechts op enkele centimeters boven de prullenbak geleverd (zie foto). We hebben er heerlijk gebrunched. Bij café Batavia komen best vaak blanken binnen wandelen en samen met de locals keken we elke keer weer nieuwsgierig op. Grappig, want mijn schoonmoeder had al wel eens gezegd dat ze maar niet kon wennen dat ze als blanke aangegaapt en te pas en te onpas gefotografeerd werd. Of ze op haar privacy gesteld is, is mij niet bekend maar toen ik mijn toetje fotografeerde, zorgde ik er wel voor dat zij geen gebruik hoefde te maken van haar portretrecht (zie foto). Aan het einde van de middag namen we een drankje in het uiterste noorden van Jakarta bij Marina Batavia. Vanuit daar hadden we zicht op de haven waar opa hier ‘voet aan land zette’.

      We besloten de dag door even letterlijk stil te staan bij de laatst erectie van Soekarno. Mijn (schoon)ouders lezen nog steeds mee, dus het lijkt mij verstandig dit nader toe te lichten. Monas (Monumen Nasional van Indonesië) werd gebouwd op initiatief van de eerste Indonesische president Soekarno. Deze obelisk van 132 meter hoog bevindt zich in het centrum van Jakarta. Op de top is een bronzen vlam geplaatst van 14,5 ton, bekleed met 32 kilogram goud. In de volksmond heet de paal cynisch ‘de laatste erectie van Soekarno’: toen de paal in 1975 eindelijk fier rechtop stond, lag Soekarno al een aantal jaren in zijn graf…

      Tim Dondorp

    4. Yogyakarta, Fam’s Homestay by FH

      Voor Europese begrippen was Fam’s Homestay by FH al een prachtig huis, laat staan voor Indonesische begrippen. Draadloos Internet was er niet beschikbaar, wel een draadloze douchekop (zie foto). We waren naar bed gegaan met de intentie om vandaag naar Borobudur te gaan, maar ’s nachts had ik wat lopen woelen omdat ik me had bedacht dat het beter was om overmorgen naar de Borobudur te gaan. Overmorgen zou het weer een wisseldag zijn en wat bij een hotel wel gekund zou hebben: wij konden onze bagage niet stallen. Dat zou betekenen dat we dan nog een hele dag met onze bagage opgescheept zouden zitten. Gelukkig had de rest goed geslapen, op mijn vader na. Die maakte zich veel zorgen omdat hij gedroomd had dat hij dement was geworden. Eigenlijk had ik mijn plicht als zorgzame zoon moeten vervullen door hem troostend en geruststellend toe te spreken, maar in plaats daarvan trad ik bagatelliserend op door op te merken dat het altijd erger kon aangezien ik mijn droom was vergeten.

      Tijdens het ontbijt stelde ik dus voor om niet vandaag, maar morgen naar de Borobudur te gaan en dan voor de hele dag een auto met chauffeur te huren waar wij met zijn achten inclusief bagage en al bij in zouden passen. Mijn familie bleek heel erg flexibel, want mijn voorstel werd meteen aangenomen. In plaats van de Borobudur, zouden we dan vandaag naar het Kraton (paleis van de sultan) en Jalan Malioboro, de drukste winkelstraat van Yogyakarta aandoen. Bij de kassa van het Kraton was er weer een aparte rij voor toeristen en een aparte rij voor locals. Het spreekt vanzelf dat toeristen meer moesten betalen dan de locals. Ilse wond zich daar een beetje over op, maar een entreekaartje voor toeristen bleek nog maar 0,45 cent te zijn. We betaalden voor één persoon een toeslag van 2000 IDR (13 cent) zodat alleen die persoon foto’s mocht maken. Na het bezoek aan het paleis, togen we naar Jalan Malioboro, de ‘Yogyakartaanse’ en ook nog overdekte versie van onze langste winkelstraat van Nederland (geen idee welke dat is, want daarover blijken de meningen verdeeld). Geef mij maar honderdmaal de Yogyakartaanse winkelstraat. Hoewel het merendeel van ons het wel gehad had in de hitte, vonden Ilse en ik het prachtig om te kijken wat er allemaal door de locals te koop werd aangeboden. Ondertussen hadden de meesten van ons erg trek gekregen en er werd gesna(c)kt naar makanan (eten). Een bepaalde ouder (ik zal geen namen noemen uit privacyoverwegingen maar hij of zij was niet dement) was zo wanhopig dat hij/zij als een haan/kip zonder kop zowat elke local smekend aanklampte, daarbij de woorden ‘nasi goreng’, ‘nasi goreng’ prevelend. Uiteindelijk vonden we Ramai Mall. Deze had net als de Paragin Mall in Semarang ook een vreetschuur. Uitgehongerd stortten wij onze op een tafeltje waarna we werden aangevallen door wel 10 concurrerende verkopers die allemaal hun voedselwaar aan ons wilde slijten. We kozen uiteindelijk voor één toko, waarna de rest zichtbaar boos en gepikeerd afdroop. Over kip zonder kop en afdruipen gesproken: zij smaakte heerlijk!

      Aan het einde van de middag trokken we ons via Grab taxi terug naar Fam’s Homestay by FH om bonte avond te vieren (morgen wisseldag) en de dag van morgen door te spreken. Ik maakte me voornamelijk zorgen over hoe het zou lopen na de Borobudur. Om 19.50 uur lokale tijd zou ons vliegtuig vertrekken naar Halim Perdanakusuma. Dit vliegveld was gisteren nog gesloten wegens hevige regenval: grote delen van Jakarta staan onder water, zo ook dit vliegveld. Meer dan 50 doden zijn er al gevallen en honderdduizenden inwoners zijn geëvacueerd of gevlucht. Niet alleen het water eiste levens: onder de slachtoffers zijn ook mensen die onder stroom kwamen te staan of verrast werden door aardverschuivingen. In grote delen van Jakarta is daarom uit voorzorg de stroom afgesloten. Tijdens het regenseizoen (tussen november en april) komen in Jakarta vaak overstromingen en aardverschuivingen voor. De stad zakt namelijk 10 tot 20 cent per jaar door grondwaterontrekking (30 miljoen inwoners pompen grondwater op om te kunnen drinken en wassen. De afgelopen 35 jaar is Jakarta tot 4 meter gedaald en de verwachting is dat in 2050 de volledige stad is gezonken. Daarom maakte president Joko Widodo bekend een nieuwe hoofdstad te bouwen op Borneo. De verhuizing van bedrijven en overheidsinstellingen zal beginnen in 2024. De dertig miljoen inwoners van Jakarta zullen zelf een oplossing moeten zoeken.

      Ondertussen heb ik via de klantenservice van Red Doorz hotel (geen aanrader, klantenservice spreekt weliswaar Engels, maar geeft antwoord op hele andere vragen dan je hebt gesteld), de website van Buitenlandse Zaken, de Indonesische Ambassade en diverse social mediakanalen geprobeerd te achterhalen of het überhaupt wel verstandig zou zijn naar Jakarta af te reizen. Niemand kon me daar echter een duidelijk antwoord opgeven. We besloten daarom toch maar het oorspronkelijk plan aan te houden en morgenavond naar Jakarta af te reizen. We houden jullie op de hoogte…

      Tim Dondorp

    5. Godong, Solo (Fave Hotel) en Yogya

      Het afscheid viel mij toch wel weer zwaar. We hebben er zo lang naar uitgekeken onze ouders voor te stellen aan Tims familie. En nu moeten we alweer vertrekken…maar wat was dit waardevol. Voortaan hoeven we thuis niet meer uit te leggen hoe het daar op de kampong is, hoe het voelt, hoe het ruikt en hoe lief de familie is. We hebben het samen mogen beleven.

      Veel tijd om er bij stil te staan was er echter niet. Direct na het afscheid vertrokken we met alle koffers naar Solo, beter bekend als Surakarta: de stad waar Ibu is geboren. Met de grab-taxi was dit toch een rit van zo’n 2 uur. Voor Tim was dit best een emotionele rit. Twee jaar geleden reisde hij van Purwodadi ook naar Solo om vandaar het vliegtuig naar Den Pasar te nemen. Eenmaal in Solo aangekomen liep het anders en kreeg hij bericht van de familie dat zijn vader op sterven lag in het ziekenhuis van Purdwodadi waarop hij direct terug reisde naar Purwodadi. Hoewel Bapak pas een jaar later overleed, waren de emoties er niet minder om. Onze meiden hadden nergens last van en sliepen heerlijk. De rit verliep dus prima. Toch kwamen we enigszins vermoeid aan bij het Favehotel en (godzijdank) konden we direct eten bij het restaurant van het hotel. Hierna hebben we dan ook gauw ons bedje opgezocht. Vanaf nu zijn we toeristen.

      Vandaag staat Solo op het programma en vanavond gaan we naar Yogyakarta, ook weer een rit van zo’n twee uur. Tijdens het heerlijk uitgebreide ontbijt bespraken we wat we wilden zien vandaag en we kwamen eigenlijk tot de conclusie dat we in Yogyakarta meer wilden zien dan in Solo. En zo werd er besloten vanmorgen al naar Yogyakarta te gaan. Onderweg kwamen we namelijk de Prambanan tegen. Een geweldig hindoeïstisch tempelcomplex. Tim zou met een grab-taxi met alle koffers naar ons nieuwe onderkomen gaan en de rest naar Prambanan.

      Afgelopen dagen zijn wij er des te meer achter gekomen dat witte mensen hier een attractie op zich zijn. Eerst is het nog leuk dat mensen met je op de foto willen; maar na de 50e keer ben je dat toch een beetje beu, het begint zelfs een beetje op discriminatie te lijken. Zo mocht onze familie in korte broek het zwembad in, maar wanneer ik mijn, nota bene, lange broek net boven knie een beetje scheur en er wit vel te zien is, staart íedereen je aan.

      Hier bij de Prambanan werd dit ook weer pijnlijk duidelijk. Er was een kassa voor Indo’s en een kassa voor buitenlanders. En mij dunkt dat wij bij deze kassa een schandalige entreeprijs hebben betaald.

      Maar Prambanan moet je nu eenmaal gezien hebben is ons verteld. En dit bezoek hadden we inderdaad niet willen missen. Het was enigszins bewolkt wat de temperatuur nog net aangenaam maakte. De foto’s spreken verder voor zich. Prachtig!

      De grab-meneer bracht ons vervolgens naar Yogya. Deze keer hebben we niet voor een hotel gekozen maar voor een guesthouse. Weet je nog? Die ons een paar weken geleden ineens annuleerde. Gelukkig kwam er een alternatief; twee keer zo duur en waarschijnlijk twee keer zo groot. Maar ach; €150 ipv €80 voor twee nachten is nog altijd prima en inmiddels heeft booking,com ons laten weten het verschil te betalen. Dit guesthouse ligt op een soort afgelegen terrein dat ‘Lagune spring residence’ heet; zegt genoeg dunkt mij, het is schitterend! Het enige dat ontbreekt is een koffiezetapparaat, maar met een zakdoek lossen we dat ook wel weer op.

      Ilse Dondorp